1 Korintiërs 11:8

Statenvertaling (States Bible)

Want de man is uit de vrouw niet, maar de vrouw is uit den man.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Tim 2:13 : 13 Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.
  • Gen 2:21-23 : 21 Toen deed de HEERE God een diepen slaap op Adam vallen, en hij sliep; en Hij nam een van zijn ribben, en sloot derzelver plaats toe met vlees. 22 En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam. 23 Toen zeide Adam: Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit den man genomen is.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 92%

    9Want ook is de man niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om den man.

    10Daarom moet de vrouw een macht op het hoofd hebben, om der engelen wil.

    11Nochtans is noch de man zonder de vrouw, noch de vrouw zonder den man, in den Heere.

    12Want gelijkerwijs de vrouw uit den man is, alzo is ook de man door de vrouw; doch alle dingen zijn uit God.

    13Oordeelt gij onder uzelven: is het betamelijk, dat de vrouw ongedekt God bidde?

    14Of leert u ook de natuur zelve niet, dat zo een man lang haar draagt, het hem een oneer is?

    15Maar zo een vrouw lang haar draagt, dat het haar een eer is; omdat het lange haar voor een deksel haar is gegeven?

    16Doch indien iemand schijnt twistgierig te zijn, wij hebben zulke gewoonten niet, noch de Gemeenten Gods.

  • 1 Kor 11:3-7
    5 verzen
    84%

    3Doch ik wil, dat gij weet, dat Christus het Hoofd is eens iegelijken mans, en de man het hoofd der vrouw, en God het Hoofd van Christus.

    4Een iegelijk man, die bidt of profeteert, hebbende iets op het hoofd, die onteert zijn eigen hoofd;

    5Maar een iegelijke vrouw, die bidt of profeteert met ongedekten hoofde, onteert haar eigen hoofd; want het is een en hetzelfde, alsof haar het haar afgesneden ware.

    6Want indien een vrouw niet gedekt is, dat zij ook geschoren worde; maar indien het lelijk is voor een vrouw geschoren te zijn, of het haar afgesneden te hebben, dat zij zich dekke.

    7Want de man moet het hoofd niet dekken, overmits hij het beeld en de heerlijkheid Gods is; maar de vrouw is de heerlijkheid des mans.

  • 79%

    11Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid.

    12Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over den man heerse, maar wil, dat zij in stilheid zij.

    13Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.

    14En Adam is niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest.

  • Gen 2:22-25
    4 verzen
    77%

    22En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam.

    23Toen zeide Adam: Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit den man genomen is.

    24Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot een vlees zijn.

    25En zij waren beiden naakt, Adam en zijn vrouw; en zij schaamden zich niet.

  • Marc 10:6-8
    3 verzen
    72%

    6Maar van het begin der schepping heeft ze God man en vrouw gemaakt.

    7Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen;

    8En die twee zullen tot een vlees zijn, alzo dat zij niet meer twee zijn, maar een vlees.

  • 1 Kor 7:1-4
    4 verzen
    72%

    1Aangaande nu de dingen, waarvan gij mij geschreven hebt: het is een mens goed geen vrouw aan te raken.

    2Maar om der hoererijen wil zal een iegelijk man zijn eigen vrouw hebben, en een iegelijke vrouw zal haar eigen man hebben.

    3De man zal aan de vrouw de schuldige goedwilligheid betalen; en desgelijks ook de vrouw aan den man.

    4De vrouw heeft de macht niet over haar eigen lichaam, maar de man; en desgelijks ook de man heeft de macht niet over zijn eigen lichaam, maar de vrouw.

  • 27En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.

  • 18Ook had de HEERE God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, die als tegen hem over zij.

  • Ef 5:22-24
    3 verzen
    70%

    22Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, gelijk aan den Heere;

    23Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams.

    24Daarom, gelijk de Gemeente aan Christus onderdanig is, alzo ook de vrouwen aan haar eigen mannen in alles.

  • Matt 19:4-5
    2 verzen
    70%

    4Doch Hij, antwoordende, zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen, Die van den beginne den mens gemaakt heeft, dat Hij ze gemaakt heeft man en vrouw?

    5En gezegd heeft: Daarom zal een mens vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn;

  • 69%

    34Dat uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt.

    35En zo zij iets willen leren, laat haar te huis haar eigen mannen vragen; want het staat lelijk voor de vrouwen, dat zij in de Gemeente spreken.

    36Is het Woord Gods van u uitgegaan? Of is het tot u alleen gekomen?

  • 69%

    46Doch het geestelijke is niet eerst, maar het natuurlijke, daarna het geestelijke.

    47De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de Heere uit den hemel.

  • 22Hoe lang zult gij u onttrekken, gij afkerige dochter? Want de HEERE heeft wat nieuws op de aarde geschapen: de vrouw zal den man omvangen.

  • 26Daarom heeft God hen overgegeven tot oneerlijke bewegingen; want ook hun vrouwen hebben het natuurlijk gebruik veranderd in het gebruik tegen nature;

  • Ef 5:31-32
    2 verzen
    67%

    31Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen.

    32Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente.

  • 11Want wie van de mensen weet, hetgeen des mensen is, dan de geest des mensen, die in hem is? Alzo weet ook niemand, hetgeen Gods is, dan de Geest Gods.

  • 11Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, hetwelk van mij verkondigd is, niet is naar den mens.

  • 11En indien zij ook scheidt, dat zij ongetrouwd blijve, of met den man verzoene; en dat de man de vrouw niet verlate.

  • 5Het kleed eens mans zal niet zijn aan een vrouw, en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken; want al wie zulks doet, is den HEERE, uw God, een gruwel.

  • 16Want wat weet gij, vrouw, of gij den man zult zalig maken? Of wat weet gij, man, of gij de vrouw zult zalig maken?

  • 12Toen zeide Adam: De vrouw, die Gij bij mij gegeven hebt, die heeft mij van dien boom gegeven, en ik heb gegeten.