1 Thessalonicenzen 5:16
Verblijdt u te allen tijd.
Verblijdt u te allen tijd.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
17Bidt zonder ophouden.
18Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u.
19Blust den Geest niet uit.
4Verblijdt u in den Heere te allen tijd; wederom zeg ik: Verblijdt u.
15Ziet, dat niemand kwaad voor kwaad iemand vergelde; maar jaagt allen tijd het goede na, zo jegens elkander als jegens allen.
14Zegent hen, die u vervolgen; zegent en vervloekt niet.
15Verblijdt u met de blijden; en weent met de wenenden.
18En om datzelfde verblijdt gij u ook, en verblijdt ook ulieden met mij.
4(Te allen tijd in al mijn gebed voor u allen met blijdschap het gebed doende)
6Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid;
12Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking. Volhardt in het gebed.
11Verblijdt u in den HEERE, en verheugt u, gij rechtvaardigen! en zingt vrolijk, alle gij oprechten van harte!
16Maar nu roemt gij in uw hoogmoed; alle zodanige roem is boos.
11Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat Mijn blijdschap in u blijve, en uw blijdschap vervuld worde.
19Sprekende onder elkander met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende en psalmende den Heere in uw hart;
20Dankende te allen tijd over alle dingen God en den Vader, in den Naam van onzen Heere Jezus Christus;
16De Heere nu des vredes Zelf geve u vrede te allen tijd, in allerlei wijze. De Heere zij met u allen.
20Want gij zijt onze heerlijkheid en blijdschap.
13Maar gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, alzo verblijdt u; opdat gij ook in de openbaring Zijner heerlijkheid u moogt verblijden en verheugen.
18Wat dan? Nochtans wordt Christus op allerlei wijze, hetzij onder een deksel, hetzij in der waarheid, verkondigd; en daarin verblijd ik mij, ja, ik zal mij ook verblijden.
9Want wat dankzegging kunnen wij Gode tot vergelding wedergeven voor u, vanwege al de blijdschap, waarmede wij ons om uwentwil verblijden voor onzen God?
6In welke gij u verheugt, nu een weinig tijds (zo het nodig is) bedroefd zijnde door menigerlei verzoekingen;
13De God nu der hoop vervulle ulieden met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat gij overvloedig moogt zijn in de hoop, door de kracht des Heiligen Geestes.
1Gij rechtvaardigen! zingt vrolijk in den HEERE; lof betaamt den oprechten.
12Verblijdt en verheugt u; want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zijn.
4En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap vervuld zij.
3En ditzelfde heb ik u geschreven, opdat ik, daar komende, niet zou droefheid hebben van degenen, van welke ik moest verblijd worden; vertrouwende van u allen, dat mijn blijdschap uw aller blijdschap is.
15Al de dagen des bedrukten zijn kwaad; maar een vrolijk hart is een gedurige maaltijd.
1Voorts, mijn broeders, verblijdt u in den Heere. Dezelfde dingen aan u te schrijven, is mij niet verdrietig, en het is u zeker.
13Is iemand onder u in lijden? Dat hij bidde. Is iemand goedsmoeds? Dat hij psalmzinge.
26Opdat uw roem in Christus Jezus overvloedig zij aan mij, door mijn tegenwoordigheid wederom bij u.
11Daarom vermaant elkander, en sticht de een den anderen, gelijk gij ook doet.
10Verblijdt u met Jeruzalem, en verheugt u over haar, al haar liefhebbers! Weest vrolijk over haar met vreugde, gij allen, die over haar zijt treurig geweest!
5Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
25Broeders, bidt voor ons.
26Groet al de broeders met een heiligen kus.
16Houde niet op voor u te danken, gedenkende uwer in mijn gebeden;
17Vertrooste uw harten, en versterke u in alle goed woord en werk.
10Want gij doet ook hetzelfde aan al de broederen, die in geheel Macedonie zijn. Maar wij vermanen u, broeders, dat gij meer overvloedig wordt;
10Roemt u in den Naam Zijner heiligheid; dat zich het hart dergenen, die den HEERE zoeken, verblijde.
11Verklaar hen schuldig, o God; laat hen vervallen van hun raadslagen; drijf hen henen om de veelheid hunner overtredingen, want zij zijn wederspannig tegen U.
5Dat Zijn gunstgenoten van vreugde opspringen, om die eer; dat zij juichen op hun legers.
16Ik verblijde mij dan, dat ik in alles van u vertrouwen mag hebben.
22En gij dan hebt nu wel droefheid; maar Ik zal u wederom zien, en uw hart zal zich verblijden, en niemand zal uw blijdschap van u wegnemen.
21Beproeft alle dingen; behoudt het goede.
22Onthoudt u van allen schijn des kwaads.
32Opdat ik met blijdschap, door den wil van God, tot u mag komen, en met u verkwikt worden.
33En de God des vredes zij met u allen. Amen.
2Acht het voor grote vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt;
18Zo dan, vertroost elkander met deze woorden.