Exodus 35:7

Statenvertaling (States Bible)

En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout;

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ex 25:4-6
    3 verzen
    96%

    4Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar.

    5En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout;

    6Olie tot den luchter, specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen;

  • Ex 39:34-35
    2 verzen
    86%

    34En het deksel van roodgeverfde ramsvellen, en het deksel van dassenvellen, en den voorhang van het deksel;

    35De ark der getuigenis, en haar handbomen, en het verzoendeksel;

  • Ex 36:19-20
    2 verzen
    85%

    19Ook maakte hij voor de tent een deksel van roodgeverfde ramsvellen, en daarover een deksel van dassenvellen.

    20Hij maakte ook aan den tabernakel berderen van staand sittimhout.

  • 6Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar;

  • Ex 26:14-15
    2 verzen
    85%

    14Gij zult ook voor de tent een deksel maken van roodgeverfde ramsvellen, en daarover een deksel van dassenvellen.

    15Gij zult ook tot den tabernakel staande berderen maken van sittimhout.

  • Ex 35:23-25
    3 verzen
    83%

    23En alle man, bij wien gevonden werd hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar, en roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, die brachten ze.

    24Allen, die een hefoffer van zilver of koper offerden, die brachten het ten hefoffer des HEEREN; en allen, bij welke sittimhout gevonden werd, brachten het tot alle werk van den dienst.

    25En alle vrouwen, die wijs van hart waren, sponnen met haar handen, en zij brachten het gesponnene, de hemelsblauwe zijde, en het purper, het scharlaken, en het fijn linnen.

  • 8En olie tot den luchter, en specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen;

  • 8Daarna zullen zij een scharlaken kleed daarover uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen.

  • 6En zij zullen een deksel van dassenvellen daarop leggen, en een geheel kleed van hemelsblauw daar bovenop uitspreiden; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen.

  • Num 4:10-12
    3 verzen
    77%

    10Zij zullen ook denzelven, en al zijn gereedschap, in een deksel van dassenvellen doen, en zullen hem op den draagboom leggen.

    11En over het gouden altaar zullen zij een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen deszelfs handbomen aanleggen.

    12Zij zullen ook nemen alle gereedschap van den dienst, met hetwelk zij in het heiligdom dienen, en zullen het leggen in een kleed van hemelsblauw, en zullen hetzelve met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen het op den draagboom leggen.

  • 20Ook zult gij alle kleding, en alle gereedschap van vellen, en alle geiten haren werk, en gereedschap van hout, ontzondigen.

  • 28En hij maakte de handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met goud.

  • Ex 36:35-37
    3 verzen
    74%

    35Daarna maakte hij een voorhang van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen; van het allerkunstelijkste werk maakte hij denzelven, met cherubim.

    36En hij maakte daartoe vier pilaren van sittim hout, die hij overtrok met goud; hun haken waren van goud, en hij goot hun vier zilveren voeten.

    37Hij maakte ook aan de deur der tent een deksel van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen, geborduurd werk;

  • 31Hij maakte ook richelen van sittimhout; vijf aan de berderen der ene zijde des tabernakels;

  • 4En hij maakte handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met goud.

  • 14En zij zullen daarop leggen al zijn gereedschap, waarmede zij aan hetzelve dienen, de koolpannen, de krauwelen, en de schoffelen, en de sprengbekkens, al het gereedschap des altaars; en zij zullen daarover een deksel van dassenvellen uitspreiden, en zullen deszelfs handbomen aanleggen.

  • 5De draagbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult die met goud overtrekken.

  • 31Daarna zult gij een voorhang maken, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen; van het allerkunstelijkste werk zal men dien maken, met cherubim.

  • 25Zij zullen dan dragen de gordijnen des tabernakels, en de tent der samenkomst; te weten haar deksel, en het dassendeksel, dat er bovenop is, en het deksel der deur van de tent der samenkomst,

  • 13En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud.

  • 26Gij zult ook richelen maken van sittimhout; vijf aan de berderen van de ene zijde des tabernakels;

  • 10Ik bekleedde u ook met gestikt werk, en Ik schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen, en bedekte u met zijde.

  • 5Zij zullen ook het goud, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen nemen;

  • 15Hij maakte ook de handbomen van sittimhout; en hij overtrok ze met goud, om de tafel te dragen.

  • Ex 35:11-12
    2 verzen
    70%

    11De tabernakel, zijn tent en zijn deksel, zijn haakjes en zijn berderen, zijn richelen, zijn pilaren, en zijn voeten;

    12De ark en haar handbomen, het verzoendeksel en den voorhang des deksels;

  • 14Hij maakte ook den voorhang van hemelsblauw, en purper, en karmozijn, en fijn linnen; en hij maakte cherubs daarop.

  • 6En de priester zal nemen cederhout, en hysop, en scharlaken, en werpen ze in het midden van den brand dezer vaars.

  • 1Den tabernakel nu zult gij maken van tien gordijnen, van fijn getweernd linnen, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken, met cherubim; van het allerkunstelijkste werk zult gij ze maken.

  • 6En hij maakte de handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met koper.

  • 8Alzo maakte een ieder wijze van hart, onder degenen, die het werk maakten, den tabernakel van tien gordijnen, van getweernd fijn linnen, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken met cherubim; van het allerkunstelijkste werk maakte hij ze.

  • 7Ook zult gij gordijnen uit geiten haar maken tot een tent over den tabernakel; van elf gordijnen zult gij die maken.

  • 27Zij maakten ook de rokken van fijn linnen, van geweven werk, voor Aaron en voor zijn zonen;

  • 28En specerijen en olie, tot den luchter en tot de zalfolie, en tot roking welriekende specerijen.

  • 15En het reukaltaar, en zijn handbomen, en de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen; en het deksel der deur aan de deur des tabernakels;

  • 14Verder maakte hij gordijnen van geiten haar, tot een tent over den tabernakel; van elf gordijnen maakte hij ze.

  • 48Of aan den scheerdraad, of aan den inslag van linnen, of van wol, of aan vel, of aan enig vellenwerk;

  • 6Gij zult ook handbomen maken tot het altaar, handbomen van sittimhout; en gij zult ze met koper overtrekken.

  • 3En zij rekten uit de dunne platen van goud, en sneden het tot draden, om te doen in het midden van het hemelsblauw, en in het midden van het purper, en in het midden van het scharlaken, en in het midden van het fijn linnen, van het allerkunstelijkste werk.