Genesis 36:33

Statenvertaling (States Bible)

En Bela stierf, en Jobab, de zoon van Zerah, van Bozra, regeerde in zijn plaats.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Jer 49:13 : 13 Want Ik heb bij Mijzelven gezworen, spreekt de HEERE, dat Bozra worden zal tot een ontzetting, tot een smaadheid, tot een woestheid, en tot een vloek; en al haar steden zullen worden tot eeuwige woestheden.
  • Jer 49:22 : 22 Ziet, hij zal opkomen en snel vliegen, als een arend, en zijn vleugelen over Bozra uitbreiden; en het hart van Edoms helden zal te dien dage wezen, als het hart ener vrouw, die in nood is.
  • Am 1:12 : 12 Daarom zal Ik een vuur zenden in Theman, dat zal de paleizen van Bozra verteren.
  • Micha 2:12 : 12 Voorzeker zal Ik u, o Jakob! gans verzamelen; voorzeker zal Ik Israels overblijfsel vergaderen; Ik zal het te zamen zetten als schapen van Bozra; als een kudde in het midden van haar kooi zullen zij van mensen deunen.
  • Jes 34:6 : 6 Het zwaard des HEEREN is vol van bloed, het is vet geworden van smeer, van het bloed der lammeren en der bokken, van het smeer der nieren van de rammen; want de HEERE heeft een slachtoffer te Bozra, en een grote slachting in het land der Edomieten.
  • Jes 63:1 : 1 Wie is Deze, Die van Edom komt met besprenkelde klederen, van Bozra? Deze, Die versierd is in Zijn gewaad? Die voorttrekt in Zijn grote kracht? Ik ben het, Die in gerechtigheid spreek, Die machtig ben te verlossen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 93%

    43Dit nu zijn de koningen, die geregeerd hebben in het land van Edom, eer er een koning regeerde over de kinderen Israels: Bela, de zoon van Beor; en de naam zijner stad was Dinhaba.

    44En Bela stierf, en Jobab regeerde in zijn plaats, een zoon van Zerah, van Bozra.

    45En Jobab stierf, en Husam, uit het land der Themanieten, regeerde in zijn plaats.

    46En Husam stierf, en Hadad, de zoon van Bedad, regeerde in zijn plaats, die de Midianieten in het veld van Moab versloeg; en den naam zijner stad was Avith.

    47En Hadad stierf, en Samla, van Masreka, regeerde in zijn plaats.

    48En Samla stierf, en Saul, van Rehoboth aan de rivier, regeerde in zijn plaats.

    49En Saul stierf, en Baal-Hanan, de zoon van Achbor, regeerde in zijn plaats.

    50Als Baal-Hanan stierf, zo regeerde Hadad in zijn plaats, en de naam zijner stad was Pahi, en de naam zijner huisvrouw was Mehetabeel, de dochter van Matred, dochter van Mee-Sahab.

    51Toen Hadad stierf, zo werden vorsten in Edom: de vorst Timna, de vorst Alja, de vorst Jetheth,

  • Gen 36:31-32
    2 verzen
    85%

    31En dit zijn koningen, die geregeerd hebben in het land Edom, eer een koning regeerde over de kinderen Israels.

    32Bela dan, de zoon van Beor, regeerde in Edom, en de naam zijner stad was Dinhaba.

  • Gen 36:34-39
    6 verzen
    80%

    34En Jobab stierf, en Husam, uit der Temanieten land, regeerde in zijn plaats.

    35En Husam stierf, en in zijn plaats regeerde Hadad, de zoon van Bedad, die Midian versloeg in het veld van Moab; en de naam zijner stad was Avith.

    36En Hadad stierf, en Samla, van Masreka, regeerde in zijn plaats.

    37En Samla stierf, en Saul van Rehoboth, aan de rivier, regeerde in zijn plaats.

    38En Saul stierf, en Baal-Hanan, de zoon van Achbor, regeerde in zijn plaats.

    39En Baal-Hanan, de zoon van Achbor, stierf, en Hadar regeerde in zijn plaats; en de naam zijner stad was Pahu; en de naam zijner huisvrouw was Mechetabeel, een dochter van Matred, de dochter van Mezahab.

  • 8En Bela, de zoon van Azaz, den zoon van Sema, den zoon van Joel, die woonde te Aroer, en tot aan Nebo, en Baal-Meon,

  • 3Bela nu had deze kinderen: Addar, en Gera, en Abihud,

  • 24En Hazael, de koning van Syrie, stierf, en zijn zoon Benhadad werd koning in zijn plaats.

  • 10Toen stierf Ebzan, en werd begraven te Bethlehem.

  • 6En Baesa ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven te Thirza; en zijn zoon Ela regeerde in zijn plaats.

  • 5Maar het geschiedde, als Achab gestorven was, dat de koning der Moabieten van den koning van Israel afviel.

  • 1Benjamin nu gewon Bela, zijn eerstgeborene, Asbel, den tweede, en Ahrah, den derde,

  • 29En Jerobeam ontsliep met zijn vaderen, met de koningen van Israel; en zijn zoon Zacharia werd koning in zijn plaats.

  • 2Dat zij krijg voerden met Bera, koning van Sodom, en met Birsa, koning van Gomorra, Sinab, koning van Adama, en Semeber, koning van Zeboim, en de koning van Bela, dat is Zoar.

  • 30In dienzelfden nacht, werd Belsazar, der Chaldeen koning, gedood.

  • 9Ook maakt zich Balak op, de zoon van Zippor, de koning der Moabieten, en hij streed tegen Israel; en hij zond heen, en deed Bileam, den zoon van Beor, roepen, opdat hij u vervloeken zou.

  • 1En Zedekia, zoon van Josia, regeerde, koning zijnde, in plaats van Chonja, Jojakims zoon, welken Zedekia Nebukadrezar, de koning van Babel, koning gemaakt had in het land van Juda.