Hebreeën 9:17

Statenvertaling (States Bible)

Want een testament is vast in de doden, dewijl het nog geen kracht heeft, wanneer de testamentmaker leeft.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gal 3:15 : 15 Broeders, ik spreek naar den mens: zelfs eens mensen verbond, dat bevestigd is, doet niemand te niet, of niemand doet daartoe.
  • Gen 48:21 : 21 Daarna zeide Israel tot Jozef: Zie, ik sterf; maar God zal met ulieden wezen, en Hij zal u wederbrengen in het land uwer vaderen.
  • Joh 14:27 : 27 Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Heb 9:15-16
    2 verzen
    90%

    15En daarom is Hij de Middelaar des nieuwen testaments, opdat, de dood daartussen gekomen zijnde, tot verzoening der overtredingen, die onder het eerste testament waren, degenen, die geroepen zijn, de beloftenis der eeuwige erve ontvangen zouden.

    16Want waar een testament is, daar is het noodzaak, dat de dood des testamentmakers tussen kome;

  • 18Waarom ook het eerste niet zonder bloed is ingewijd.

  • 20Zeggende: Dit is het bloed des testaments, hetwelk God aan ulieden heeft geboden.

  • 8En hier nemen wel tienden de mensen, die sterven, maar aldaar neemt ze die, van welken getuigd wordt, dat hij leeft.

  • 17En dit zeg ik: Het verbond, dat te voren van God bevestigd is op Christus, wordt door de wet, die na vierhonderd en dertig jaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenis te niet te doen.

  • 27En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel;

  • Heb 7:16-18
    3 verzen
    69%

    16Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens.

    17Want Hij getuigt: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek.

    18Want de vernietiging van het voorgaande gebod geschiedt om deszelfs zwakheids en onprofijtelijkheids wil;

  • 7Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest.

  • 13Als Hij zegt: Een nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt; dat nu oud gemaakt is en verouderd, is nabij de verdwijning.

  • 15Broeders, ik spreek naar den mens: zelfs eens mensen verbond, dat bevestigd is, doet niemand te niet, of niemand doet daartoe.

  • 7Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonde.

  • Heb 6:16-17
    2 verzen
    67%

    16Want de mensen zweren wel bij den meerdere dan zij zijn, en de eed tot bevestiging is denzelven een einde van alle tegenspreken;

    17Waarin God, willende den erfgenamen der beloftenis overvloediger bewijzen de onveranderlijkheid van Zijn raad, met een eed daartussen is gekomen;

  • 22Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden.

  • 15En de Heilige Geest getuigt het ons ook;

  • Rom 4:14-15
    2 verzen
    67%

    14Want indien degenen, die uit de wet zijn, erfgenamen zijn, zo is het geloof ijdel geworden, en de beloftenis te niet gedaan.

    15Want de wet werkt toorn; want waar geen wet is, daar is ook geen overtreding.

  • Rom 7:1-2
    2 verzen
    67%

    1Weet gij niet, broeders! (want ik spreek tot degenen, die de wet verstaan) dat de wet heerst over den mens, zo langen tijd als hij leeft?

    2Want een vrouw, die onder den man staat, is aan den levenden man verbonden door de wet; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrijgemaakt van de wet des mans.

  • Rom 6:9-10
    2 verzen
    67%

    9Wetende, dat Christus, opgewekt zijnde uit de doden, niet meer sterft; de dood heerst niet meer over Hem.

    10Want dat Hij gestorven is, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven; en dat Hij leeft, dat leeft Hij Gode.

  • 20En voor zoveel het niet zonder eedzwering is geschied, (want genen zijn wel zonder eedzwering priesters geworden;

  • 12Zo dan, de dood werkt wel in ons, maar het leven in ulieden.

  • 12Want het priesterschap veranderd zijnde, zo geschiedt er ook noodzakelijk verandering der wet.

  • 6Die ons ook bekwaam gemaakt heeft, om te zijn dienaars des Nieuwen Testaments, niet der letter, maar des Geestes; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.

  • 5Want de levenden weten, dat zij sterven zullen, maar de doden weten niet met al; zij hebben ook geen loon meer, maar hun gedachtenis is vergeten.

  • 38God nu is niet een God der doden, maar der levenden; want zij leven Hem allen.

  • Gal 3:11-12
    2 verzen
    66%

    11En dat niemand door de wet gerechtvaardigd wordt voor God, is openbaar; want de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

    12Doch de wet is niet uit het geloof; maar de mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven.

  • 19Want ik ben door de wet der wet gestorven, opdat ik Gode leven zou.

  • Rom 7:9-10
    2 verzen
    66%

    9En zonder de wet, zo leefde ik eertijds; maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven.

    10En het gebod, dat ten leven was, hetzelve is mij ten dood bevonden.

  • Heb 9:8-9
    2 verzen
    66%

    8Waarmede de Heilige Geest dit beduidde, dat de weg des heiligdoms nog niet openbaar gemaakt was, zolang de eerste tabernakel nog stand had;

    9Welke was een afbeelding voor dien tegenwoordigen tijd, in welken gaven en slachtofferen geofferd werden, die dengene, die de dienst pleegde, niet konden heiligen naar het geweten;

  • 6Want daartoe is ook den doden het Evangelie verkondigd geworden, opdat zij wel zouden geoordeeld worden naar den mens in het vlees, maar leven zouden naar God in den geest.

  • 6Op den mond van twee getuigen, of drie getuigen, zal hij gedood worden, die sterven zal; op den mond van een enigen getuige zal hij niet gedood worden.

  • 26Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood.

  • Rom 5:13-14
    2 verzen
    65%

    13Want tot de wet was de zonde in de wereld; maar de zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is.

    14Maar de dood heeft geheerst van Adam tot Mozes toe, ook over degenen, die niet gezondigd hadden in de gelijkheid der overtreding van Adam, welke een voorbeeld is Desgenen, Die komen zou.

  • 6Want Christus, als wij nog krachteloos waren, is te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven.

  • 28Als iemand de wet van Mozes heeft te niet gedaan, die sterft zonder barmhartigheid, onder twee of drie getuigen;

  • 56De prikkel nu des doods is de zonde; en de kracht der zonde is de wet.

  • 13Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven.

  • 17En het is lichter, dat de hemel en de aarde voorbijgaan, dan dat een tittel der wet valle.

  • 17Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelven dood.

  • 6Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter.

  • 9Want daartoe is Christus ook gestorven, en opgestaan, en weder levend geworden, opdat Hij beiden over doden en levenden heersen zou.