Jesaja 38:20

Statenvertaling (States Bible)

De HEERE was gereed om mij te verlossen; daarom zullen wij op mijn snarenspel spelen; al de dagen onzes levens, in het huis des HEEREN.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 9:13-14 : 13 Want Hij zoekt de bloedstortingen, Hij gedenkt derzelve; Hij vergeet het geroep der ellendigen niet. 14 Wees mij genadig, HEERE, zie mijn ellende aan, van mijn haters mij aangedaan, Gij, Die mij verhoogt uit de poorten des doods;
  • Ps 27:5-6 : 5 Want Hij versteekt mij in Zijn hut, ten dage des kwaads; Hij verbergt mij in het verborgene Zijner tent; Hij verhoogt mij op een rotssteen. 6 Ook nu zal mijn hoofd verhoogd worden boven mijn vijanden, die rondom mij zijn, en ik zal in Zijn tent offeranden des geklanks offeren; ik zal zingen, ja, psalmzingen den HEERE.
  • Ps 30:11-12 : 11 Hoor, HEERE! en wees mij genadig; HEERE! wees mij een Helper. 12 Gij hebt mij mijn weeklage veranderd in een rei; Gij hebt mijn zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord; [ (Psalms 30:13) Opdat mijn eer U psalmzinge, en niet zwijge. HEERE, mijn God! in eeuwigheid zal ik U loven. ]
  • Ps 33:2 : 2 Looft den HEERE met de harp; psalmzingt Hem met de luit, en het tiensnarig instrument.
  • Ps 51:15 : 15 Zo zal ik de overtreders Uw wegen leren; en de zondaars zullen zich tot U bekeren.
  • Ps 66:13-15 : 13 Ik zal met brandofferen in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen, 14 Die mijn lippen hebben geuit, en mijn mond heeft uitgesproken, als mij bange was. 15 Brandofferen van mergbeesten zal ik U offeren, met rookwerk van rammen; ik zal runderen met bokken bereiden. Sela.
  • Ps 68:25 : 25 O God! zij hebben Uw gangen gezien, de gangen mijns Gods, mijns Konings, in het heiligdom.
  • Ps 116:2 : 2 Want Hij neigt Zijn oor tot mij; dies zal ik Hem in mijn dagen aanroepen.
  • Ps 116:17-19 : 17 Ik zal U offeren, offerande van dankzegging, en den Naam des HEEREN aanroepen. 18 Mijn geloften zal ik den HEERE betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk. 19 In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!
  • Ps 145:2 : 2 Beth. Te allen dage zal ik U loven, en Uw Naam prijzen in eeuwigheid en altoos.
  • Ps 150:4 : 4 Looft Hem met de trommel en fluit; looft Hem met snarenspel en orgel!
  • Hab 3:19 : 19 De Heere HEERE is mijn Sterkte; en Hij zal mijn voeten maken als der hinden, en Hij zal mij doen treden op mijn hoogten. Voor den opperzangmeester op mijn Neginoth.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Jes 12:1-2
    2 verzen
    75%

    1En te dienzelfden dage zult gij zeggen: Ik dank U, HEERE! dat Gij toornig op mij geweest zijt, maar Uw toorn is afgekeerd, en Gij troost mij.

    2Ziet, God is mijn Heil, ik zal vertrouwen en niet vrezen; want de Heere HEERE is mijn Sterkte en mijn Psalm, en Hij is mij tot Heil geworden.

  • 14De HEERE is mijn Sterkte en Psalm, want Hij is mij tot heil geweest.

  • 7De HEERE is mijn Sterkte en mijn Schild; op Hem heeft mijn hart vertrouwd, en ik ben geholpen; dies springt mijn hart van vreugde, en ik zal Hem met mijn gezang loven.

  • 14Genees mij, HEERE! zo zal ik genezen worden, behoud mij, zo zal ik behouden worden; want Gij zijt mijn Lof.

  • 2Ik zal den HEERE prijzen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.

  • 19De levende, de levende, die zal U loven, gelijk ik heden doe; de vader zal den kinderen Uw waarheid bekend maken.

  • Hab 3:18-19
    2 verzen
    73%

    18Zo zal ik nochtans in den HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils.

    19De Heere HEERE is mijn Sterkte; en Hij zal mijn voeten maken als der hinden, en Hij zal mij doen treden op mijn hoogten. Voor den opperzangmeester op mijn Neginoth.

  • 33Ik zal den HEERE zingen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.

  • 14Wees mij genadig, HEERE, zie mijn ellende aan, van mijn haters mij aangedaan, Gij, Die mij verhoogt uit de poorten des doods;

  • 5Psalmzingt den HEERE met de harp, met de harp en met de stem des gezangs,

  • Ps 71:22-23
    2 verzen
    73%

    22Ook zal ik U loven met het instrument der luit, Uw trouw, mijn God; ik zal U psalmzingen met de harp, o Heilige Israels!

    23Mijn lippen zullen juichen, wanneer ik U zal psalmzingen, en mijn ziel, die Gij verlost hebt.

  • Ps 118:17-18
    2 verzen
    72%

    17Ik zal niet sterven, maar leven; en ik zal de werken des HEEREN vertellen.

    18De HEERE heeft mij wel hard gekastijd; maar Hij heeft mij ter dood niet overgegeven.

  • Ps 92:3-4
    2 verzen
    72%

    3Dat men in den morgenstond Uw goedertierenheid verkondige, en Uw getrouwheid in de nachten;

    4Op het tiensnarig instrument en op de luit, met een voorbedacht lied op de harp.

  • 9Zo zal mijn ziel zich verheugen in den HEERE; zij zal vrolijk zijn in Zijn heil.

  • 19In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!

  • 9O God! ik zal U een nieuw lied zingen; met de luit en het tiensnarig instrument zal ik U psalmzingen.

  • 2Looft den HEERE met de harp; psalmzingt Hem met de luit, en het tiensnarig instrument.

  • 3En Hij heeft mij uit een ruisenden kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld, Hij heeft mijn gangen vastgemaakt.

  • 12Gij hebt mij mijn weeklage veranderd in een rei; Gij hebt mijn zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord; [ (Psalms 30:13) Opdat mijn eer U psalmzinge, en niet zwijge. HEERE, mijn God! in eeuwigheid zal ik U loven. ]

  • 18Maar wij zullen den HEERE loven van nu aan tot in der eeuwigheid. Hallelujah!

  • 6Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens; en ik zal in het huis des HEEREN blijven in lengte van dagen.

  • 6Ook nu zal mijn hoofd verhoogd worden boven mijn vijanden, die rondom mij zijn, en ik zal in Zijn tent offeranden des geklanks offeren; ik zal zingen, ja, psalmzingen den HEERE.

  • Ps 18:2-3
    2 verzen
    71%

    2Hij zeide dan: Ik zal U hartelijk liefhebben, HEERE, mijn Sterkte!

    3De HEERE is mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper; mijn God, mijn Rots, op Welken ik betrouw; mijn Schild, en de Hoorn mijns heils, mijn Hoog Vertrek.

  • 16Laat hen zelfs omzwerven om spijs; en laat hen vernachten, al zijn zij niet verzadigd.

  • 23Zingt den HEERE, gij, ganse aarde, boodschapt Zijn heil van dag tot dag.

  • 35En zegt: Verlos ons, o God onzes heils, en verzamel ons, en red ons van de heidenen, dat wij Uw heiligen Naam loven, en dat wij ons Uws lofs roemen.

  • 21Ik zal U loven, omdat Gij mij verhoord hebt, en mij tot heil geweest zijt.

  • 2Hij zeide dan: De HEERE is mij mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper.

  • 2De HEERE is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest; deze is mijn God; daarom zal ik Hem een liefelijke woning maken; Hij is mijns vaders God, dies zal ik Hem verheffen!

  • 1Een lied, een psalm van David.

  • 22Verlaat mij niet, o HEERE, mijn God! wees niet verre van mij. [ (Psalms 38:23) Haast U tot mijn hulp, HEERE, mijn Heil! ]

  • 16Laat hen verwoest worden tot loon hunner beschaming, die van mij zeggen: Ha, ha!

  • 46Vreemden zijn vervallen, en hebben gesidderd uit hun sloten.

  • 9Zij hebben zich gekromd, en zijn gevallen; maar wij zijn gerezen en staande gebleven. [ (Psalms 20:10) O HEERE! behoud; die Koning verhore ons ten dage van ons roepen. ]

  • 4Wij zeiden: Hoe zouden wij een lied des HEEREN zingen in een vreemd land?

  • 13Zingt den HEERE, prijst den HEERE; want Hij heeft de ziel des nooddruftigen uit de hand der boosdoeners verlost.

  • 50Daarom zal ik U, o HEERE, loven onder de heidenen, en Uw Naam zal ik psalmzingen.

  • 1Een lied Hammaaloth, van David. Ik verblijd mij in degenen, die tot mij zeggen: Wij zullen in het huis des HEEREN gaan.

  • 40En de HEERE zal hen helpen, en zal hen bevrijden; Hij zal ze bevrijden van de goddelozen, en zal ze behouden; want zij betrouwen op Hem.

  • 28En zij kwamen te Jeruzalem, met luiten, en met harpen, en met trompetten, tot het huis des HEEREN.

  • 1Een onderwijzing van Ethan, den Ezrahiet.

  • 7Zij hebben een net bereid voor mijn gangen, mijn ziel was nedergebukt; zij hebben een kuil voor mijn aangezicht gegraven; zij zijn er midden in gevallen. Sela.

  • 9Ik zal wandelen voor het aangezicht des HEEREN, in de landen der levenden.