Johannes 12:37

Statenvertaling (States Bible)

En hoewel Hij zovele tekenen voor hen gedaan had, nochtans geloofden zij in Hem niet;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Matt 11:20 : 20 Toen begon Hij de steden, in dewelke Zijn krachten meest geschied waren, te verwijten, omdat zij zich niet bekeerd hadden.
  • Luk 16:31 : 31 Doch Abraham zeide tot hem: Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al waren het, dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen.
  • Joh 1:11 : 11 Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.
  • Joh 11:42 : 42 Doch Ik wist, dat Gij Mij altijd hoort; maar om der schare wil, die rondom staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij zouden geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.
  • Joh 15:24 : 24 Indien Ik de werken onder hen niet had gedaan, die niemand anders gedaan heeft, zij hadden geen zonde; maar nu hebben zij ze gezien, en beiden Mij en Mijn Vader gehaat.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Joh 12:38-44
    7 verzen
    80%

    38Opdat het woord van Jesaja, den profeet, vervuld werd, dat hij gesproken heeft: Heere, wie heeft onze prediking geloofd, en wien is de arm des Heeren geopenbaard?

    39Daarom konden zij niet geloven, dewijl Jesaja wederom gezegd heeft:

    40Hij heeft hun ogen verblind, en hun hart verhard; opdat zij met de ogen niet zien, en met het hart niet verstaan, en zij bekeerd worden, en Ik hen geneze.

    41Dit zeide Jesaja, toen hij Zijn heerlijkheid zag, en van Hem sprak.

    42Nochtans geloofden ook zelfs velen uit de oversten in Hem; maar om der Farizeen wil beleden zij het niet; opdat zij uit de synagoge niet zouden geworpen worden.

    43Want zij hadden de eer der mensen lief, meer dan de eer van God.

    44En Jezus riep, en zeide: Die in Mij gelooft, gelooft in Mij niet, maar in Dengene, Die Mij gezonden heeft.

  • 58En Hij heeft aldaar niet vele krachten gedaan, vanwege hun ongeloof.

  • 31En velen uit de schare geloofden in Hem, en zeiden: Wanneer de Christus zal gekomen zijn, zal Hij ook meer tekenen doen dan die, welke Deze gedaan heeft?

  • Joh 10:41-42
    2 verzen
    76%

    41En velen kwamen tot Hem, en zeiden: Johannes deed wel geen teken; maar alles, wat Johannes van Dezen zeide, was waar.

    42En velen geloofden aldaar in Hem.

  • 5Want ook Zijn broeders geloofden niet in Hem.

  • 36Maar Ik heb u gezegd, dat gij Mij ook gezien hebt, en gij gelooft niet.

  • Joh 20:29-30
    2 verzen
    76%

    29Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben.

    30Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid Zijner discipelen gedaan, die niet zijn geschreven in dit boek;

  • 48Jezus dan zeide tot hem: Tenzij dat gijlieden tekenen en wonderen ziet, zo zult gij niet geloven.

  • 11Want velen van de Joden gingen heen om zijnentwil, en geloofden in Jezus.

  • Joh 10:37-38
    2 verzen
    75%

    37Indien Ik niet doe de werken Mijns Vaders, zo gelooft Mij niet;

    38Maar indien Ik ze doe, en zo gij Mij niet gelooft, zo gelooft de werken; opdat gij moogt bekennen en geloven, dat de Vader in Mij is, en Ik in Hem.

  • 36Terwijl gij het Licht hebt, gelooft in het Licht, opdat gij kinderen des Lichts moogt zijn. Deze dingen sprak Jezus; en weggaande verborg Hij Zich van hen.

  • Joh 2:23-24
    2 verzen
    74%

    23En als Hij te Jeruzalem was, op het pascha, in het feest, geloofden velen in Zijn Naam, ziende Zijn tekenen, die Hij deed.

    24Maar Jezus Zelf betrouwde hun Zichzelven niet, omdat Hij hen allen kende,

  • 32Boven dit alles zondigden zij nog, en geloofden niet, door Zijn wonderen.

  • 45Velen dan uit de Joden, die tot Maria gekomen waren, en aanschouwd hadden, hetgeen Jezus gedaan had, geloofden in Hem.

  • 30Als Hij deze dingen sprak, geloofden velen in Hem.

  • 30Zij zeiden dan tot Hem: Wat teken doet Gij dan, opdat wij het mogen zien, en U geloven? Wat werkt Gij?

  • Joh 10:25-26
    2 verzen
    73%

    25Jezus antwoordde hun: Ik heb het u gezegd, en gij gelooft het niet. De werken, die Ik doe in den Naam Mijns Vaders, die getuigen van Mij.

    26Maar gijlieden gelooft niet; want gij zijt niet van Mijn schapen, gelijk Ik u gezegd heb.

  • 11En als dezen hoorden, dat Hij leefde, en van haar gezien was, geloofden zij het niet.

  • 13Dezen, ook heengaande, boodschapten het aan de anderen; maar zij geloofden ook die niet.

  • 38En Zijn woord hebt gij niet in u blijvende; want gij gelooft Dien niet, Dien Hij gezonden heeft.

  • 9Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven;

  • 11Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galilea, en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.

  • Marc 6:5-6
    2 verzen
    71%

    5En Hij kon aldaar geen kracht doen; dan Hij legde weinigen zieken de handen op, en genas hen.

    6En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de vlekken daar rondom, lerende.

  • 16En Hij gebood hun scherpelijk, dat zij Hem niet openbaar maken zouden;

  • Joh 12:17-18
    2 verzen
    71%

    17De schare dan, die met Hem was, getuigde dat Hij Lazarus uit het graf geroepen, en hem uit de doden opgewekt had.

    18Daarom ging ook de schare Hem tegemoet, overmits zij gehoord had, dat Hij dat teken gedaan had.

  • 41En er geloofden er veel meer om Zijns woords wil;

  • 2En Hem volgde een grote schare, omdat zij Zijn tekenen zagen, die Hij deed aan de kranken.

  • 12Opdat zij ziende zien, en niet bemerken, en horende horen, en niet verstaan; opdat zij zich niet te eniger tijd, bekeren en hun de zonden vergeven worden.

  • 64Maar er zijn sommigen van ulieden, die niet geloven. Want Jezus wist van den beginne, wie zij waren, die niet geloofden, en wie hij was, die Hem verraden zou.

  • 47Maar zo gij zijn Schriften niet gelooft, hoe zult gij Mijn woorden geloven?

  • 18De Joden dan geloofden van hem niet, dat hij blind geweest was, en ziende was geworden, totdat zij geroepen hadden de ouders desgenen, die ziende geworden was.

  • 40Jezus zeide tot haar: Heb Ik u niet gezegd, dat, zo gij gelooft, gij de heerlijkheid Gods zien zult?

  • 11Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Wij spreken, wat Wij weten, en getuigen, wat Wij gezien hebben; en gijlieden neemt Onze getuigenis niet aan.

  • 47De overpriesters dan en de Farizeen vergaderden den raad, en zeiden: Wat zullen wij doen? want deze Mens doet vele tekenen.

  • 31En zij overlegden onder zich, zeggende: Indien wij zeggen: Uit den hemel, zo zal Hij zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?

  • 20Toen begon Hij de steden, in dewelke Zijn krachten meest geschied waren, te verwijten, omdat zij zich niet bekeerd hadden.

  • 24Indien Ik de werken onder hen niet had gedaan, die niemand anders gedaan heeft, zij hadden geen zonde; maar nu hebben zij ze gezien, en beiden Mij en Mijn Vader gehaat.