Johannes 7:11

Statenvertaling (States Bible)

De Joden dan zochten Hem in het feest, en zeiden: Waar is Hij?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joh 11:56 : 56 Zij zochten dan Jezus, en zeiden onder elkander, staande in den tempel: Wat dunkt u? Dunkt u, dat Hij niet komen zal tot het feest?

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Joh 11:54-57
    4 verzen
    83%

    54Jezus dan wandelde niet meer vrijelijk onder de Joden; maar ging van daar naar het land bij de woestijn, naar de stad, genaamd Efraim, en verkeerde aldaar met Zijn discipelen.

    55En het pascha der Joden was nabij, en velen uit dat land gingen op naar Jeruzalem, voor het pascha, opdat zij zichzelven reinigden.

    56Zij zochten dan Jezus, en zeiden onder elkander, staande in den tempel: Wat dunkt u? Dunkt u, dat Hij niet komen zal tot het feest?

    57De overpriesters nu en de Farizeen hadden een gebod gegeven, dat, zo iemand wist, waar Hij was, hij het zou te kennen geven, opdat zij Hem mochten vangen.

  • Joh 7:8-10
    3 verzen
    80%

    8Gaat gijlieden op tot dit feest; Ik ga nog niet op tot dit feest; want Mijn tijd is nog niet vervuld.

    9En als Hij deze dingen tot hen gezegd had, bleef Hij in Galilea.

    10Maar als Zijn broeders opgegaan waren, toen ging Hij ook Zelf op tot het feest, niet openlijk, maar als in het verborgen.

  • Joh 7:34-37
    4 verzen
    79%

    34Gij zult Mij zoeken, en gij zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen.

    35De Joden dan zeiden tot elkander: Waar zal Deze heengaan, dat wij Hem niet zullen vinden? Zal Hij tot de verstrooide Grieken gaan, en de Grieken leren?

    36Wat is dit voor een rede, die Hij gezegd heeft: Gij zult Mij zoeken, en zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen?

    37En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.

  • Joh 7:25-26
    2 verzen
    78%

    25Sommigen dan uit die van Jeruzalem zeiden: Is Deze niet, Dien zij zoeken te doden?

    26En ziet, Hij spreekt vrijmoediglijk, en zij zeggen Hem niets. Zouden nu wel de oversten waarlijk weten, dat Deze waarlijk is de Christus?

  • Joh 7:1-4
    4 verzen
    78%

    1En na dezen wandelde Jezus in Galilea; want Hij wilde in Judea niet wandelen, omdat de Joden Hem zochten te doden.

    2En het feest der Joden, namelijk de loof huttenzetting, was nabij.

    3Zo zeiden dan Zijn broeders tot Hem: Vertrek van hier, en ga heen in Judea, opdat ook Uw discipelen Uw werken mogen aanschouwen, die Gij doet.

    4Want niemand doet iets in het verborgen, en zoekt zelf, dat men openlijk van hem spreke. Indien Gij deze dingen doet, zo openbaar Uzelven aan de wereld.

  • Joh 7:12-15
    4 verzen
    76%

    12En er was veel gemurmels van Hem onder de scharen. Sommigen zeiden: Hij is goed; en anderen zeiden: Neen, maar Hij verleidt de schare.

    13Nochtans sprak niemand vrijmoediglijk van Hem, om de vrees der Joden.

    14Doch als het nu in het midden van het feest was, zo ging Jezus op in den tempel, en leerde.

    15En de Joden verwonderden zich, zeggende: Hoe weet Deze de Schriften, daar Hij ze niet geleerd heeft?

  • 1Na dezen was een feest der Joden, en Jezus ging op naar Jeruzalem.

  • Joh 6:24-25
    2 verzen
    74%

    24Toen dan de schare zag, dat Jezus aldaar niet was, noch Zijn discipelen, zo gingen zij ook in de schepen, en kwamen te Kapernaum, zoekende Jezus.

    25En als zij Hem gevonden hadden over de zee, zeiden zij tot Hem: Rabbi, wanneer zijt Gij hier gekomen?

  • 7Hij vraagde hun dan wederom: Wien zoekt gij? En zij zeiden: Jezus den Nazarener.

  • 37En zij Hem gevonden hebbende, zeiden tot Hem: Zij zoeken U allen.

  • 45De dienaars dan kwamen tot de overpriesters en Farizeen; en die zeiden tot hen: Waarom hebt gij Hem niet gebracht?

  • 5Doch zij zeiden: Niet in het feest, opdat er geen oproer worde onder het volk.

  • Joh 11:7-8
    2 verzen
    73%

    7Daarna zeide Hij verder tot de discipelen: Laat ons wederom naar Judea gaan.

    8De discipelen zeiden tot Hem: Rabbi! de Joden hebben U nu onlangs gezocht te stenigen, en gaat Gij wederom derwaarts?

  • 32De Farizeen hoorden, dat de schare dit van Hem murmelde; en de Farizeen en de overpriesters zonden dienaren, opdat zij Hem grijpen zouden.

  • Marc 14:1-2
    2 verzen
    72%

    1En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden.

    2Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde.

  • Luk 2:44-45
    2 verzen
    72%

    44Maar menende, dat Hij in het gezelschap op den weg was, gingen zij een dagreize, en zochten Hem onder de magen, en onder de bekenden.

    45En als zij Hem niet vonden, keerden zij wederom naar Jeruzalem, Hem zoekende.

  • 30Zij zochten Hem dan te grijpen; maar niemand sloeg de hand aan Hem; want Zijn ure was nog niet gekomen.

  • 4En het pascha, het feest der Joden, was nabij.

  • 47De overpriesters dan en de Farizeen vergaderden den raad, en zeiden: Wat zullen wij doen? want deze Mens doet vele tekenen.

  • 18De Joden antwoordden dan, en zeiden tot Hem: Wat teken toont Gij ons, dat Gij deze dingen doet?

  • 45Als Hij dan in Galilea kwam, ontvingen Hem de Galileers, gezien hebbende al de dingen, die Hij te Jeruzalem op het feest gedaan had; want ook zij waren tot het feest gegaan.

  • 1En de hogepriester zeide: Zijn dan deze dingen alzo?

  • 18En de discipelen van Johannes boodschapten hem van al deze dingen.

  • 13En het pascha der Joden was nabij, en Jezus ging op naar Jeruzalem.

  • 20En er waren sommige Grieken uit degenen, die opgekomen waren, opdat zij op het feest zouden aanbidden;

  • 20Deze woorden sprak Jezus bij de schatkist, lerende in den tempel; en niemand greep Hem; want Zijn ure was nog niet gekomen.

  • 9En zij zeiden tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij het bereiden?

  • Joh 7:19-20
    2 verzen
    69%

    19Heeft Mozes u niet de wet gegeven? En niemand van u doet de wet. Wat zoekt gij Mij te doden?

    20De schare antwoordde en zeide: Gij hebt den duivel; wie zoekt U te doden?

  • 7En zij antwoordden, dat zij niet wisten, vanwaar die was.

  • 39Zij zochten dan wederom Hem te grijpen, en Hij ontging uit hun hand.