Lukas 17:19

Statenvertaling (States Bible)

En Hij zeide tot hem: Sta op, en ga heen; uw geloof heeft u behouden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Matt 9:22 : 22 En Jezus, Zich omkerende, en haar ziende, zeide: Wees welgemoed, dochter! uw geloof heeft u behouden. En de vrouw werd gezond van dezelve ure af.)
  • Marc 5:34 : 34 En Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede, en zijt genezen van deze uw kwaal.
  • Marc 10:52 : 52 En Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende, en volgde Jezus op den weg.
  • Luk 18:42 : 42 En Jezus zeide tot hem: Word ziende; uw geloof heeft u behouden.
  • Luk 7:50 : 50 Maar Hij zeide tot de vrouw: Uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede.
  • Luk 8:48 : 48 En Hij zeide tot haar: Dochter, wees welgemoed, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 85%

    50En hij, zijn mantel afgeworpen hebbende, stond op, en kwam tot Jezus.

    51En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En de blinde zeide tot Hem: Rabboni! dat ik ziende mag worden.

    52En Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende, en volgde Jezus op den weg.

  • Luk 18:41-43
    3 verzen
    85%

    41Zeggende: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En hij zeide: Heere! dat ik ziende mag worden.

    42En Jezus zeide tot hem: Word ziende; uw geloof heeft u behouden.

    43En terstond werd hij ziende, en volgde Hem, God verheerlijkende. En al het volk, dat ziende, gaf Gode lof.

  • 34En Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede, en zijt genezen van deze uw kwaal.

  • 50Maar Hij zeide tot de vrouw: Uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede.

  • 48En Hij zeide tot haar: Dochter, wees welgemoed, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede.

  • Joh 5:14-15
    2 verzen
    79%

    14Daarna vond hem Jezus in den tempel, en zeide tot hem: Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet wat ergers geschiede.

    15De mens ging heen, en boodschapte den Joden, dat het Jezus was, Die hem gezond gemaakt had.

  • 22En Jezus, Zich omkerende, en haar ziende, zeide: Wees welgemoed, dochter! uw geloof heeft u behouden. En de vrouw werd gezond van dezelve ure af.)

  • Marc 2:11-12
    2 verzen
    78%

    11Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.

    12En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!

  • 50Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw zoon leeft. En de mens geloofde het woord, dat Jezus tot hem zeide, en ging heen.

  • 25En hij, terstond voor Hem opstaande, en opgenomen hebbende hetgeen, daar hij op gelegen had, ging heen naar zijn huis, God verheerlijkende.

  • Luk 17:14-16
    3 verzen
    77%

    14En als Hij hen zag, zeide Hij tot hen: Gaat heen en vertoont uzelven den priesters. En het geschiedde, terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden.

    15En een van hen, ziende, dat hij genezen was, keerde wederom, met grote stemme God verheerlijkende.

    16En hij viel op het aangezicht voor Zijn voeten, Hem dankende; en dezelve was een Samaritaan;

  • 18En zijn er geen gevonden, die wederkeren, om Gode eer te geven, dan deze vreemdeling?

  • 20En Hij ziende hun geloof, zeide tot hem: Mens, uw zonden zijn u vergeven.

  • Matt 9:5-8
    4 verzen
    76%

    5Want wat is lichter te zeggen: De zonden zijn u vergeven? of te zeggen: Sta op en wandel?

    6Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde, de zonden te vergeven (toen zeide Hij tot den geraakte): Sta op, neem uw bed op, en ga heen naar uw huis.

    7En hij opgestaan zijnde, ging heen naar zijn huis.

    8De scharen nu dat ziende, hebben zich verwonderd, en God verheerlijkt, die zodanige macht den mensen gegeven had.

  • 11Hij antwoordde hun: Die mij gezond gemaakt heeft, Die heeft mij gezegd: Neem uw beddeken op, en wandel.

  • Hand 14:9-10
    2 verzen
    76%

    9Deze hoorde Paulus spreken; welke de ogen op hem houdende, en ziende, dat hij geloof had om gezond te worden,

    10Zeide met grote stem: Sta recht op uw voeten! En hij sprong op en wandelde.

  • Joh 5:8-9
    2 verzen
    76%

    8Jezus zeide tot hem: Sta op, neem uw beddeken op, en wandel.

    9En terstond werd de mens gezond, en nam zijn beddeken op en wandelde. En het was sabbat op denzelven dag.

  • 39Keer weder naar uw huis, en vertel, wat grote dingen u God gedaan heeft. En hij ging heen door de gehele stad, verkondigende, wat grote dingen Jezus hem gedaan had.

  • 13En Jezus zeide tot den hoofdman over honderd: Ga heen, en u geschiede, gelijk gij geloofd hebt. En zijn knecht is gezond geworden te diezelver ure.

  • Marc 1:40-42
    3 verzen
    75%

    40En tot Hem kwam een melaatse, biddende Hem, en vallende voor Hem op de knieen, en tot Hem zeggende: Indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.

    41En Jezus, met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, strekte de hand uit, en raakte hem aan, en zeide tot hem: Ik wil, word gereinigd!

    42En als Hij dit gezegd had, ging de melaatsheid terstond van hem, en hij werd gereinigd.

  • 29Toen raakte Hij hun ogen aan, zeggende: U geschiede naar uw geloof.

  • 5En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.

  • 16En door het geloof in Zijn Naam heeft Zijn Naam dezen gesterkt, dien gij ziet en kent; en het geloof, dat door Hem is, heeft hem deze volmaakte gezondheid gegeven, in uw aller tegenwoordigheid.

  • Luk 5:12-13
    2 verzen
    75%

    12En het geschiedde, als Hij in een dier steden was, ziet, er was een man vol melaatsheid; en Jezus ziende, viel hij op het aangezicht, en bad Hem, zeggende: Heere! zo Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.

    13En Hij, de hand uitstrekkende, raakte hem aan; en zeide: Ik wil, word gereinigd! En terstond ging de melaatsheid van hem.

  • 19Doch Jezus liet hem dat niet toe, maar zeide tot hem: Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen u de Heere gedaan heeft, en hoe Hij Zich uwer ontfermd heeft.

  • 27En Jezus, hem bij de hand grijpende, richtte hem op; en hij stond op.

  • 35Jezus hoorde, dat zij hem uitgeworpen hadden, en hem vindende, zeide Hij tot hem: Gelooft gij in den Zoon van God?

  • 28Toen antwoordde Jezus, en zeide tot haar: O vrouw! groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt. En haar dochter werd gezond van diezelfde ure.

  • Matt 8:2-3
    2 verzen
    74%

    2En ziet, een melaatse kwam, en aanbad Hem, zeggende: Heere! indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.

    3En Jezus, de hand uitstrekkende, heeft hem aangeraakt, zeggende: Ik wil, word gereinigd! En terstond werd hij van zijn melaatsheid gereinigd.

  • 26En dit gerucht ging uit door dat gehele land.

  • 10En die gezonden waren, wedergekeerd zijnde in het huis, vonden den kranken dienstknecht gezond.

  • 44En zeide tot hem: Zie, dat gij niemand iets zegt; maar ga heen en vertoon uzelven den priester, en offer voor uw reiniging, hetgeen Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis.

  • 7En Jezus zeide tot hem: Ik zal komen en hem genezen.