Lukas 24:15

Statenvertaling (States Bible)

En het geschiedde, terwijl zij samen spraken, en elkander ondervraagden, dat Jezus Zelf bij hen kwam, en met hen ging.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Luk 24:36 : 36 En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!
  • Joh 14:18-19 : 18 Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u. 19 Nog een kleinen tijd, en de wereld zal Mij niet meer zien; maar gij zult Mij zien; want Ik leef, en gij zult leven.
  • Matt 18:20 : 20 Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Luk 24:13-14
    2 verzen
    87%

    13En zie, twee van hen gingen op denzelfden dag naar een vlek, dat zestig stadien van Jeruzalem was, welks naam was Emmaus;

    14En zij spraken samen onder elkander van al deze dingen, die er gebeurd waren.

  • Luk 24:27-38
    12 verzen
    83%

    27En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.

    28En zij kwamen nabij het vlek, daar zij naar toegingen; en Hij hield Zich, alsof Hij verder gaan zou.

    29En zij dwongen Hem, zeggende: Blijf met ons; want het is bij den avond, en de dag is gedaald. En Hij ging in, om met hen te blijven.

    30En het geschiedde, als Hij met hen aanzat, nam Hij het brood, en zegende het, en als Hij het gebroken had, gaf Hij het hun.

    31En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem; en Hij kwam weg uit hun gezicht.

    32En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op den weg, en als Hij ons de Schriften opende?

    33En zij, opstaande ter zelfder ure, keerden weder naar Jeruzalem, en vonden de elven samenvergaderd, en die met hen waren;

    34Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien.

    35En zij vertelden, hetgeen op den weg geschied was, en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods.

    36En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!

    37En zij verschrikt en zeer bevreesd geworden zijnde, meenden, dat zij een geest zagen.

    38En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten?

  • Luk 24:16-19
    4 verzen
    81%

    16En hun ogen werden gehouden, dat zij Hem niet kenden.

    17En Hij zeide tot hen: Wat redenen zijn dit, die gij, wandelende, onder elkander verhandelt, en waarom ziet gij droevig?

    18En de een, wiens naam was Kleopas, antwoordende, zeide tot Hem: Zijt Gij alleen een vreemdeling te Jeruzalem, en weet niet de dingen, die dezer dagen daarin geschied zijn?

    19En Hij zeide tot hen: Welke? En zij zeiden tot Hem: De dingen aangaande Jezus den Nazarener, Welke een Profeet was, krachtig in werken en woorden, voor God en al het volk.

  • 12En na dezen is Hij geopenbaard in een andere gedaante, aan twee van hen, daar zij wandelden, en in het veld gingen.

  • 45Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.

  • Luk 24:4-5
    2 verzen
    75%

    4En het geschiedde, als zij daarover twijfelmoedig waren, zie, twee mannen stonden bij haar in blinkende klederen.

    5En als zij zeer bevreesd werden, en het aangezicht naar de aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij den Levende bij de doden?

  • 21Het is dan nodig, dat van de mannen, die met ons ongedaan hebben al den tijd, in welken de Heere Jezus onder ons ingegaan en uitgegaan is,

  • Luk 24:50-52
    3 verzen
    74%

    50En Hij leidde hen buiten tot aan Bethanie, en Zijn handen opheffende, zegende Hij hen.

    51En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde, en werd opgenomen in den hemel.

    52En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap.

  • Luk 24:24-25
    2 verzen
    73%

    24En sommigen dergenen, die met ons zijn, gingen heen tot het graf, en bevonden het alzo, gelijk ook de vrouwen gezegd hadden; maar Hem zagen zij niet.

    25En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben!

  • Luk 24:40-41
    2 verzen
    73%

    40En als Hij dit zeide, toonde Hij hun de handen en de voeten.

    41En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets om te eten?

  • 12Toen keerden zij wederom naar Jeruzalem, van den berg, die genaamd wordt de Olijf berg, welke is nabij Jeruzalem, liggende van daar een sabbatsreize.

  • Hand 1:9-10
    2 verzen
    71%

    9En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.

    10En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding;

  • 43En Hij nam het, en at het voor hun ogen.

  • 4En van hen werd gezien Elias met Mozes, en zij spraken met Jezus.

  • 32En zij waren op den weg, gaande op naar Jeruzalem; en Jezus ging voor hen; en zij waren verbaasd, en Hem volgende, waren zij bevreesd. En de twaalven wederom tot Zich nemende, begon Hij hun te zeggen de dingen, die Hem overkomen zouden;

  • 37En die twee discipelen hoorden hem dat spreken, en zij volgden Jezus.

  • 33En Hij kwam te Kapernaum, en in het huis gekomen zijnde, vraagde Hij hun: Waarvan hadt gij woorden onder elkander op den weg?

  • 30Zij dan gingen uit de stad, en kwamen tot Hem.

  • 22En Hij reisde van de ene stad en vlek tot de andere, lerende, en richtende Zijn reis naar Jeruzalem.

  • 13Jezus dan kwam, en nam het brood, en gaf het hun, en den vis desgelijks.

  • 11En het geschiedde, als Hij naar Jeruzalem reisde, dat Hij door het midden van Samaria en Galilea ging.

  • 17En Jezus, opgaande naar Jeruzalem, nam tot Zich de twaalf discipelen alleen op de weg, en zeide tot hen:

  • 28En zij verkeerden aldaar geen kleinen tijd met de discipelen.

  • 37En zij boodschapten hem, dat Jezus de Nazarener voorbijging.

  • 1En het geschiedde daarna, dat Hij reisde van de ene stad en vlek tot de andere, predikende en verkondigende het Evangelie van het Koninkrijk Gods; en de twaalven waren met Hem;

  • 17En als het avond geworden was, kwam Hij met de twaalven.

  • 8En haastelijk rondom ziende, zagen zij niemand meer, dan Jezus alleen bij zich.

  • 28En hij was met hen ingaande en uitgaande te Jeruzalem;

  • 7En zij overlegden bij zichzelven, zeggende: Het is omdat wij geen broden mede genomen hebben.