Lukas 4:10

Statenvertaling (States Bible)

Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 91:11-12 : 11 Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen. 12 Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot.
  • Luk 4:3 : 3 En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.
  • Luk 4:8 : 8 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.
  • 2 Kor 11:14 : 14 En het is geen wonder; want de satan zelf verandert zich in een engel des lichts.
  • Heb 1:14 : 14 Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beerven zullen?

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Luk 4:11-12
    2 verzen
    88%

    11En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.

    12En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Er is gezegd: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken.

  • Matt 4:3-11
    9 verzen
    87%

    3En de verzoeker, tot Hem gekomen zijnde, zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg, dat deze stenen broden worden.

    4Doch Hij, antwoordende, zeide: Er is geschreven: De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat.

    5Toen nam Hem de duivel mede naar de heilige stad, en stelde Hem op de tinne des tempels;

    6En zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelven nederwaarts; want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, en dat zij U op de handen zullen nemen, opdat Gij niet te eniger tijd Uw voet aan een steen aanstoot.

    7Jezus zeide tot hem: Er is wederom geschreven: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken.

    8Wederom nam Hem de duivel mede op een zeer hogen berg, en toonde Hem al de koninkrijken der wereld, en hun heerlijkheid;

    9En zeide tot Hem: Al deze dingen zal ik U geven, indien Gij, nedervallende, mij zult aanbidden.

    10Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: Den Heere, uw God, zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen.

    11Toen liet de duivel van Hem af; en ziet, de engelen zijn toegekomen, en dienden Hem.

  • Ps 91:9-13
    5 verzen
    87%

    9Want Gij, HEERE! zijt mijn Toevlucht! De Allerhoogste hebt gij gesteld tot uw Vertrek;

    10U zal geen kwaad wedervaren, en geen plage zal uw tent naderen.

    11Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen.

    12Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot.

    13Op den fellen leeuw en de adder zult gij treden, gij zult den jongen leeuw en den draak vertreden.

  • Luk 4:7-9
    3 verzen
    80%

    7Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles Uw zijn.

    8En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult den Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.

    9En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts;

  • 10Ziet toe, dat gij niet een van deze kleinen veracht. Want Ik zeg ulieden, dat hun engelen, in de hemelen, altijd zien het aangezicht Mijns Vaders, Die in de hemelen is.

  • Heb 1:6-7
    2 verzen
    72%

    6En als Hij wederom de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen Gods Hem aanbidden.

    7En tot de engelen zegt Hij wel: Die Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaars een vlam des vuurs.

  • 4Hij maakt Zijn engelen geesten, Zijn dienaars tot een vlammend vuur.

  • Ps 91:4-5
    2 verzen
    72%

    4Hij zal u dekken met Zijn vlerken, en onder Zijn vleugelen zult gij betrouwen; Zijn waarheid is een rondas en beukelaar.

    5Gij zult niet vrezen voor den schrik des nachts, voor den pijl, die des daags vliegt;

  • 20Looft den HEERE, Zijn engelen! gij krachtige helden, die Zijn woord doet, gehoorzamende de stem Zijns woords.

  • 3Hij zal uw voet niet laten wankelen; uw Bewaarder zal niet sluimeren.

  • 7Zain. Deze ellendige riep, en de HEERE hoorde; en Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden.

  • Heb 1:13-14
    2 verzen
    71%

    13En tot welken der engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten?

    14Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beerven zullen?

  • 7Aan uw zijden zullen er duizend vallen, en tien duizend aan uw rechterhand; tot u zal het niet genaken.

  • 5Want Hij heeft aan de engelen niet onderworpen de toekomende wereld, van welke wij spreken.

  • 1Toen werd Jezus van den Geest weggeleid in de woestijn, om verzocht te worden van den duivel.

  • 26Want de HEERE zal met uw hoop wezen, en Hij zal uw voet bewaren van gevangen te worden.

  • 18Zie, op Zijn knechten zou Hij niet vertrouwen; hoewel Hij in Zijn engelen klaarheid gesteld heeft.

  • 20Ziet, Ik zende een Engel voor uw aangezicht, om u te behoeden op dezen weg, en om u te brengen tot de plaats, die Ik bereid heb.

  • Luk 4:3-5
    3 verzen
    70%

    3En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.

    4En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.

    5En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds.

  • 4Want indien God de engelen, die gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar, die in de hel geworpen hebbende, overgegeven heeft aan de ketenen der duisternis, om tot het oordeel bewaard te worden;

  • 12Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.

  • 5De HEERE is uw Bewaarder, de HEERE is uw Schaduw, aan uw rechterhand.

  • 53Of meent gij, dat Ik Mijn Vader nu niet kan bidden, en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen bijzetten?

  • 69%

    5Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt?

  • 13En Hij was aldaar in de woestijn veertig dagen, verzocht van den satan; en was bij de wilde gedierten; en de engelen dienden Hem.

  • 7De HEERE zal u bewaren van alle kwaad; uw ziel zal Hij bewaren.

  • 19Ziet, Ik geve u de macht, om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands; en geen ding zal u enigszins beschadigen.

  • 43En van Hem werd gezien een engel uit den hemel, die Hem versterkte.

  • 19Doch wanneer zij u overleveren, zo zult gij niet bezorgd zijn, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in dezelve ure gegeven worden, wat gij spreken zult.

  • 7Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, en Gij hebt hem gesteld over de werken Uwer handen;