Mattheüs 24:41

Statenvertaling (States Bible)

Er zullen twee vrouwen malen in den molen, de ene zal aangenomen, en de andere zal verlaten worden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ex 11:5 : 5 En alle eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven, van Farao's eerstgeborene af, die op zijn troon zitten zou, tot den eerstgeborene der dienstmaagd, die achter de molen is, en alle eerstgeborenen van het vee.
  • Jes 47:2 : 2 Neem de molen, en maal meel; ontdek uw vlechten, ontbloot de enkelen, ontdek de schenkelen, ga door de rivieren.
  • Luk 17:35 : 35 Twee vrouwen zullen te zamen malen; de ene zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Luk 17:34-37
    4 verzen
    94%

    34Ik zeg u: In dien nacht zullen twee op een bed zijn; de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.

    35Twee vrouwen zullen te zamen malen; de ene zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.

    36Twee zullen op den akker zijn; de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.

    37En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar, Heere? En Hij zeide tot hen: Waar het lichaam is, aldaar zullen de arenden vergaderd worden.

  • 91%

    39En bekenden het niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam; alzo zal ook zijn de toekomst van de Zoon des mensen.

    40Alsdan zullen er twee op den akker zijn, de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.

  • 79%

    42Waakt dan; want gij weet niet, in welke ure uw Heere komen zal.

    43Maar weet dit, dat zo de heer des huizes geweten had, in welke nachtwake de dief komen zou, hij zou gewaakt hebben, en zou zijn huis niet hebben laten doorgraven.

    44Daarom, zijt ook gij bereid; want in welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des mensen komen.

  • 71%

    16Dat alsdan, die in Judea zijn, vlieden op de bergen;

    17Die op het dak is, kome niet af, om iets uit zijn huis weg te nemen;

    18En die op den akker is, kere niet weder terug, om zijn klederen weg te nemen.

    19Maar wee de bevruchten, en den zogenden vrouwen in die dagen!

    20Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters, noch op een sabbat.

  • Luk 17:30-31
    2 verzen
    68%

    30Even alzo zal het zijn in den dag, op welken de Zoon des mensen geopenbaard zal worden.

    31In dienzelven dag, wie op het dak zal zijn, en zijn huisraad in huis, die kome niet af, om hetzelve weg te nemen; en wie op den akker zijn zal, die kere desgelijks niet naar hetgeen, dat achter is.

  • Pred 12:3-4
    2 verzen
    68%

    3In den dag, wanneer de wachters des huizes zullen beven, en de sterke mannen zichzelven zullen krommen, en de maalsters zullen stilstaan, omdat zij minder geworden zijn, en die door de vensteren zien, verduisterd zullen worden;

    4En de twee deuren naar de straat zullen gesloten worden, als er is een nederig geluid der maling, en hij opstaat op de stem van het vogeltje, en al de zangeressen nedergebogen zullen worden.

  • 1Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, welke haar lampen namen, en gingen uit, den bruidegom tegemoet.

  • 68%

    16En die op den akker is, kere niet weder terug, om zijn kleed te nemen.

    17Maar wee den bevruchten en den zogenden vrouwen in die dagen!

  • 2Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de stad zal ingenomen, en de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen geschonden worden; en de helft der stad zal uitgaan in de gevangenis; maar het overige des volks zal uit de stad niet uitgeroeid worden.

  • 40Gij dan, zijt ook bereid; want in welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des mensen komen.

  • 6Men zal beide molenstenen, immers den bovensten molensteen, niet te pand nemen; want hij neemt de ziel te pand.

  • 17Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.

  • 67%

    10Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten.

    11Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open!

  • 1En te dien dage zullen zeven vrouwen een man aangrijpen, zeggende: Ons brood zullen wij eten, en met onze klederen zullen wij bekleed zijn, laat ons alleenlijk naar uw naam genoemd worden, neem onze smaadheid weg.

  • 66%

    33Ziet toe, waakt en bidt; want gij weet niet, wanneer de tijd is.

    34Gelijk een mens, buitenslands reizende, zijn huis verliet, en zijn dienstknechten macht gaf, en elk zijn werk, en den deurwachter gebood, dat hij zou waken;

  • 2En Jezus zeide tot hen: Ziet gij niet al deze dingen? Voorwaar zeg Ik: Hier zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.

  • 66%

    50Zo zal de heer van dezen dienstknecht komen ten dage, in welken hij hem niet verwacht, en ter ure, die hij niet weet;

    51En zal hem afscheiden, en zijn deel zetten met de geveinsden; daar zal wening zijn en knersing der tanden.

  • 34Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.

  • 2Neem de molen, en maal meel; ontdek uw vlechten, ontbloot de enkelen, ontdek de schenkelen, ga door de rivieren.

  • 6En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet!

  • 46Zo zal de heer deszelven dienstknechts komen ten dage, in welken hij hem niet verwacht, en ter ure, die hij niet weet; en zal hem afscheiden, en zal zijn deel zetten met de ontrouwen.

  • 36Opdat hij niet onvoorziens kome, en u slapende vinde.

  • 26Zo zij dan tot u zullen zeggen: Ziet, hij is in de woestijn; gaat niet uit; Ziet, hij is in de binnenkameren; gelooft het niet.

  • 12Verwoesting is in de stad overgebleven, en met gekraak wordt de poort in stukken verbroken.

  • 56Aangaande de tedere en wellustige vrouw onder u, die niet verzocht heeft haar voetzool op de aarde te zetten, omdat zij zich wellustig en teder hield; haar oog zal kwaad zijn tegen den man haars schoots, en tegen haar zoon, en tegen haar dochter;

  • 10Zo moet mijn huisvrouw met een ander malen, en anderen zich over haar krommen!

  • 37En gelijk de dagen van Noach waren, alzo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des mensen.

  • 31En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste derzelve.

  • 28Want alwaar het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden.

  • 15Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn.

  • 42En zullen dezelve in den vurigen oven werpen; daar zal wening zijn en knersing der tanden.

  • 21Het is gelijk aan een zuurdesem, welken een vrouw nam, en verborg in drie maten meels, totdat het geheel gezuurd was.

  • 11Beeft, gij geruste vrouwen; weest beroerd, dochters, die zo zeker zijt; trekt u uit, en ontbloot u, en gordt zakken om uw lendenen.

  • 2Mensenkind! daar waren twee vrouwen, dochteren van een moeder.