Numeri 7:73

Statenvertaling (States Bible)

Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 7:13-88 : 13 En zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 14 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 15 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 16 Een geitenbok, ten zondoffer; 17 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nahesson, den zoon van Amminadab. 18 Op den tweeden dag offerde Nethaneel, de zoon van Zuar, de overste van Issaschar. 19 Hij offerde zijn offerande: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 20 En een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 21 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 22 Een geitenbok, ten zondoffer; 23 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nethaneel, den zoon van Zuar. 24 Op den derden dag offerde de overste der zonen van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon. 25 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 26 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 27 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 28 Een geitenbok, ten zondoffer; 29 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Eliab, den zoon van Helon. 30 Op den vierden dag offerde de overste der kinderen van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur. 31 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 32 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 33 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 34 Een geitenbok, ten zondoffer; 35 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Elizur, den zoon van Sedeur. 36 Op den vijfden dag offerde den overste der kinderen van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai. 37 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 38 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 39 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 40 Een geitenbok, ten zondoffer; 41 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Selumiel, den zoon van Zurisaddai. 42 Op den zesden dag offerde de overste der kinderen van Gad, Eljasaf, den zoon van Dehuel. 43 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 44 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 45 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 46 Een geitenbok, ten zondoffer; 47 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Eljasaf, den zoon van Dehuel. 48 Op den zevenden dag offerde de overste der kinderen van Efraim, Elisama, den zoon van Ammihud. 49 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 50 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 51 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 52 Een geitenbok, ten zondoffer; 53 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Elisama, den zoon van Ammihud. 54 Op den achtsten dag offerde de overste der kinderen van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur. 55 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 56 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 57 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 58 Een geitenbok, ten zondoffer; 59 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Gamaliel, den zoon van Pedazur. 60 Op den negenden dag offerde de overste der kinderen van Benjamin, Abidan, de zoon van Gideoni. 61 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 62 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 63 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 64 Een geitenbok, ten zondoffer; 65 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Abidan, den zoon van Gideoni. 66 Op den tienden dag offerde de overste der kinderen van Dan, Ahiezer, de zoon van Ammisaddai. 67 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 68 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 69 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 70 Een geitenbok, ten zondoffer; 71 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Ahiezer, den zoon van Ammisaddai. 72 Op den elfden dag offerde de overste der kinderen van Aser, Pagiel, de zoon van Ochran. 73 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 74 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 75 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 76 Een geitenbok, ten zondoffer; 77 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Pagiel, den zoon van Ochran. 78 Op den twaalfden dag offerde de overste der kinderen van Nafthali, Ahira, de zoon van Enan. 79 Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 80 Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 81 Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 82 Een geitenbok, ten zondoffer; 83 En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Ahira, den zoon van Enan. 84 Dit was de inwijding des altaars van de oversten van Israel, op den dag als hetzelve gezalfd werd: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren sprengbekkens, twaalf gouden reukschalen. 85 Een zilveren schotel was van honderd dertig sikkelen, en een sprengbekken van zeventig; al het zilver van de vaten was twee duizend en vierhonderd sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms. 86 Twaalf gouden reukschalen van reukwerks; elke reukschaal was van tien sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; al het goud der reukschalen was honderd en twintig sikkelen. 87 Al de runderen ten brandoffer waren twaalf varren, twaalf rammen, twaalf eenjarige lammeren, met hun spijsoffer; en twaalf geitenbokken ten zondoffer. 88 En al de runderen ten dankoffer waren vier en twintig varren, de rammen zestig, de bokken zestig, de eenjarige lammeren zestig. Dit is de inwijding des altaars, nadat hetzelve gezalfd was.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Num 7:77-81
    5 verzen
    96%

    77En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Pagiel, den zoon van Ochran.

    78Op den twaalfden dag offerde de overste der kinderen van Nafthali, Ahira, de zoon van Enan.

    79Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    80Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    81Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:24-27
    4 verzen
    95%

    24Op den derden dag offerde de overste der zonen van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

    25Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    26Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    27Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:66-68
    3 verzen
    95%

    66Op den tienden dag offerde de overste der kinderen van Dan, Ahiezer, de zoon van Ammisaddai.

    67Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    68Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

  • Num 7:48-51
    4 verzen
    95%

    48Op den zevenden dag offerde de overste der kinderen van Efraim, Elisama, den zoon van Ammihud.

    49Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    50Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    51Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:42-44
    3 verzen
    95%

    42Op den zesden dag offerde de overste der kinderen van Gad, Eljasaf, den zoon van Dehuel.

    43Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    44Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

  • Num 7:36-39
    4 verzen
    94%

    36Op den vijfden dag offerde den overste der kinderen van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

    37Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    38Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    39Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:31-33
    3 verzen
    94%

    31Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    32Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    33Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:18-21
    4 verzen
    94%

    18Op den tweeden dag offerde Nethaneel, de zoon van Zuar, de overste van Issaschar.

    19Hij offerde zijn offerande: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    20En een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    21Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:61-62
    2 verzen
    94%

    61Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    62Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

  • Num 7:13-15
    3 verzen
    93%

    13En zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    14Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    15Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:55-56
    2 verzen
    93%

    55Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    56Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

  • Num 7:74-75
    2 verzen
    84%

    74Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    75Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:83-86
    4 verzen
    82%

    83En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Ahira, den zoon van Enan.

    84Dit was de inwijding des altaars van de oversten van Israel, op den dag als hetzelve gezalfd werd: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren sprengbekkens, twaalf gouden reukschalen.

    85Een zilveren schotel was van honderd dertig sikkelen, en een sprengbekken van zeventig; al het zilver van de vaten was twee duizend en vierhonderd sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.

    86Twaalf gouden reukschalen van reukwerks; elke reukschaal was van tien sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; al het goud der reukschalen was honderd en twintig sikkelen.

  • Num 7:71-72
    2 verzen
    80%

    71En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Ahiezer, den zoon van Ammisaddai.

    72Op den elfden dag offerde de overste der kinderen van Aser, Pagiel, de zoon van Ochran.

  • 24Ook zal hij een spijsoffer bereiden, een efa tot een var, en een efa tot een ram; en een hin olie tot een efa.

  • 29Het koper nu des beweegoffers was zeventig talenten, en twee duizend vierhonderd sikkelen.

  • 7En zo uw offerande een spijsoffer des ketels is, het zal van meelbloem met olie gemaakt worden.

  • 24Al het goud, dat tot het werk verarbeid is, in het ganse werk des heiligdoms, te weten, het goud des beweegoffers, was negen en twintig talenten, en zevenhonderd en dertig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.