Psalmen 136:5

Statenvertaling (States Bible)

Dien, die de hemelen met verstand gemaakt heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 1:1 : 1 In den beginne schiep God den hemel en de aarde.
  • Jer 51:15 : 15 Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand;
  • Ps 104:24 : 24 Hoe groot zijn Uw werken, o HEERE! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; het aardrijk is vol van Uw goederen.
  • Spr 3:19-20 : 19 De HEERE heeft de aarde door wijsheid gegrond, de hemelen door verstandigheid bereid. 20 Door Zijn wetenschap zijn de afgronden gekloofd, en de wolken druipen dauw.
  • Spr 8:22-29 : 22 De HEERE bezat Mij in het beginsel Zijns wegs, voor Zijn werken, van toen aan. 23 Ik ben van eeuwigheid af gezalfd geweest; van den aanvang, van de oudheden der aarde aan. 24 Ik was geboren, als de afgronden nog niet waren, als nog geen fonteinen waren, zwaar van water; 25 Aleer de bergen ingevest waren, voor de heuvelen was Ik geboren. 26 Hij had de aarde nog niet gemaakt, noch de velden, noch de aanvang van de stofjes der wereld. 27 Toen Hij de hemelen bereidde, was Ik daar; toen Hij een cirkel over het vlakke des afgronds beschreef; 28 Toen Hij de opperwolken van boven vestigde; toen Hij de fonteinen des afgronds vastmaakte; 29 Toen Hij der zee haar perk zette, opdat de wateren Zijn bevel niet zouden overtreden; toen Hij de grondvesten der aarde stelde;
  • Jer 10:12 : 12 Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand.
  • Ps 33:6 : 6 Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door den Geest Zijns monds al hun heir.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 136:6-19
    14 verzen
    89%

    6Dien, Die de aarde op het water uitgespannen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    7Dien, Die de grote lichten heeft gemaakt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    8De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    9De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    10Dien, Die de Egyptenaren geslagen heeft in hun eerstgeborenen; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    11En heeft Israel uit het midden van hen uitgebracht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    12Met een sterke hand, en met een uitgestrekte arm; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    13Dien, Die de Schelfzee in delen deelde; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    14En voerde Israel door het midden van dezelve; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    15Hij heeft Farao met zijn heir gestort in de Schelfzee; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    16Die Zijn volk door de woestijn geleid heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    17Die grote koningen geslagen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    18En heeft heerlijke koningen gedood; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    19Sihon, de Amorietischen koning; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  • Ps 136:1-4
    4 verzen
    86%

    1Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid;

    2Looft den God der goden; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    3Looft den Heere der heren; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    4Dien, Die alleen grote wonderen doet; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  • Ps 136:21-26
    6 verzen
    81%

    21En heeft hun land ten erve gegeven; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    22Ten erve aan Zijn knecht Israel; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    23Die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    24En Hij heeft ons onzen tegenpartijders ontrukt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    25Die allen vlees spijs geeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    26Looft den God des hemels; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  • 12Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand.

  • 6Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat in dezelve is; Die trouwe houdt in der eeuwigheid.

  • 15Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand;

  • 19De HEERE heeft de aarde door wijsheid gegrond, de hemelen door verstandigheid bereid.

  • 1Hallelujah! Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  • Ps 118:1-2
    2 verzen
    74%

    1Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    2Dat Israel nu zegge, dat Zijn goedertierenheid in der eeuwigheid is.

  • 29Loof den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  • 1Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  • 4Dat degenen, die den HEERE vrezen, nu zeggen, dat Zijn goedertierenheid in der eeuwigheid is.

  • 2Want Zijn goedertierenheid is geweldig over ons, en de waarheid des HEEREN is in der eeuwigheid! Hallelujah!

  • 34Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.

  • Ps 111:3-4
    2 verzen
    73%

    3He. Zijn doen is majesteit en heerlijkheid; Vau. en zijn gerechtigheid bestaat in der eeuwigheid.

    4Zain. Hij heeft Zijn wonderen een gedachtenis gemaakt; Cheth. de HEERE is genadig en barmhartig.

  • 2Ik zal de goedertierenheid des HEEREN eeuwiglijk zingen; ik zal Uw waarheid met mijn mond bekend maken, van geslacht tot geslacht.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • 10Resch. De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid; Schin. allen, die ze doen, hebben goed verstand; Thau. Zijn lof bestaat tot in der eeuwigheid.

  • 5Hij bedenkt onrecht op zijn leger; hij stelt zich op een weg, die niet goed is; het kwaad verwerpt hij niet.

  • 4Ik zal U loven onder de volken, o HEERE! en ik zal U psalmzingen onder de natien.

  • 5Onze Heere is groot en van veel kracht; Zijns verstands is geen getal.

  • 5Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen.

  • 10Ik zal U loven onder de volken, o Heere! ik zal U psalmzingen onder de natien.

  • 25Ik zeide: Mijn God! neem mij niet weg in het midden mijner dagen; Uw jaren zijn van geslacht tot geslacht.

  • 5Want de HEERE is goed; Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid, en Zijn getrouwheid van geslacht tot geslacht.

  • 17Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen;

  • 31De heerlijkheid des HEEREN zij tot in der eeuwigheid; de HEERE verblijde Zich in Zijn werken.