Psalmen 71:11

Statenvertaling (States Bible)

Zeggende: God heeft hem verlaten; jaagt na, en grijpt hem, want er is geen verlosser.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 7:2 : 2 HEERE, mijn God, op U betrouw ik; verlos mij van al mijn vervolgers, en red mij.
  • Ps 3:2 : 2 O HEERE! hoe zijn mijn tegenpartijders vermenigvuldigd; velen staan tegen mij op.
  • 2 Kron 32:13-14 : 13 Weet gij niet, wat ik gedaan heb, en mijn vaderen aan alle volken der landen? Hebben de goden van de natien dier landen hun land enigszins kunnen redden uit mijn hand? 14 Wie is er onder alle goden derzelver natien, dewelke mijn vaders verbannen hebben, die zijn volk heeft kunnen redden uit mijn hand, dat uw God u uit mijn hand zou kunnen redden?
  • Ps 37:25 : 25 Nun. Ik ben jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar heb niet gezien den rechtvaardige verlaten, noch zijn zaad zoekende brood.
  • Ps 37:28 : 28 Want de HEERE heeft het recht lief, en zal Zijn gunstgenoten niet verlaten; in eeuwigheid worden zij bewaard; maar het zaad der goddelozen wordt uitgeroeid.
  • Ps 41:7-8 : 7 En zo iemand van hen komt, om mij te zien, hij spreekt valsheid; zijn hart vergadert zich onrecht; gaat hij uit naar buiten, hij spreekt er van. 8 Al mijn haters mompelen te zamen tegen mij; ze bedenken tegen mij, hetgeen mij kwaad is, zeggende:
  • Ps 42:10 : 10 Ik zal zeggen tot God: Mijn Steenrots! waarom vergeet Gij mij? Waarom ga ik in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking?
  • Ps 50:22 : 22 Verstaat dit toch, gij godvergetenden! opdat Ik niet verscheure en niemand redde.
  • Dan 3:15 : 15 Nu dan, zo gijlieden gereed zijt, dat gij ten tijde, als gij horen zult het geluid des hoorns, der pijp, der citer, der vedel, der psalteren, en des akkoordgezangs, en allerlei soort der muziek, nedervalt, en aanbidt het beeld, dat ik gemaakt heb, zo is het wel; maar zo gijlieden het niet aanbidt; ter zelfder ure zult gijlieden geworpen worden in het midden van den oven des brandenden vuurs; en wie is de God, Die ulieden uit mijn handen verlossen zou?
  • Matt 27:42-43 : 42 Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelven niet verlossen. Indien Hij de Koning Israels is, dat Hij nu afkome van het kruis, en wij zullen Hem geloven. 43 Hij heeft op God betrouwd; dat Hij Hem nu verlosse, indien Hij Hem wel wil; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.
  • Matt 27:46 : 46 En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten!
  • Matt 27:49 : 49 Doch de anderen zeiden: Houd op, laat ons zien, of Elias komt, om Hem te verlossen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 71:9-10
    2 verzen
    80%

    9Verwerp mij niet in den tijd des ouderdoms; verlaat mij niet, terwijl mijn kracht vergaat.

    10Want mijn vijanden spreken van mij, en die op mijn ziel loeren, beraadslagen te zamen,

  • Ps 71:12-13
    2 verzen
    78%

    12O God, wees niet verre van mij; mijn God! haast U tot mijn hulp.

    13Laat hen beschaamd worden, laat hen verteerd worden, die mijn ziel tegen zijn; laat hen met smaad en schande overdekt worden, die mijn kwaad zoeken.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Aijeleth hasschachar.

  • 11God heeft mij den verkeerde overgegeven, en heeft mij afgewend in de handen der goddelozen.

  • 11Daleth. Hij heeft mijn wegen afgewend; en Hij heeft mij in stukken gebroken; Hij heeft mij woest gemaakt.

  • 76%

    2O HEERE! hoe zijn mijn tegenpartijders vermenigvuldigd; velen staan tegen mij op.

  • 21En die kwaad voor goed vergelden, staan mij tegen, omdat ik het goede najaag.

  • Ps 43:1-2
    2 verzen
    75%

    1Doe mij recht, o God! en twist Gij mijn twistzaak; bevrijd mij van het ongoedertieren volk, van den man des bedrogs en des onrechts.

    2Want Gij zijt de God mijner sterkte; waarom verstoot Gij mij dan? Waarom ga ik steeds in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking?

  • 11Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af; van den buik mijner moeder aan zijt Gij mijn God.

  • 4Als mijn geest in mij overstelpt was, zo hebt Gij mijn pad gekend. Zij hebben mij een strik verborgen op den weg, dien ik gaan zou.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, om te doen gedenken.

  • 11Hij zegt in zijn hart: God heeft het vergeten, Hij heeft Zijn aangezicht verborgen, Hij ziet niet in eeuwigheid.

  • 46En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten!

  • Ps 7:1-2
    2 verzen
    74%

    1Davids Schiggajon, dat hij den HEERE gezongen heeft, over de woorden van Cusch, den zoon van Jemini.

    2HEERE, mijn God, op U betrouw ik; verlos mij van al mijn vervolgers, en red mij.

  • Ps 143:3-4
    2 verzen
    73%

    3Want de vijand vervolgt mijn ziel, hij vertreedt mijn leven ter aarde; hij legt mij in duisternissen, als degenen, die over lang dood zijn.

    4Daarom wordt mijn geest overstelpt in mij, mijn hart is verbaasd in het midden van mij.

  • Ps 27:9-10
    2 verzen
    73%

    9Verberg Uw aangezicht niet voor mij, keer Uw knecht niet af in toorn; Gij zijt mijn Hulp geweest, begeef mij niet, en verlaat mij niet, o God mijns heils!

    10Want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten, maar de HEERE zal mij aannemen.

  • 21Schin. Zij horen, dat ik zucht, maar ik heb geen trooster; al mijn vijanden horen mijn kwaad; en zij zijn vrolijk, dat Gij het gedaan hebt; als Gij den dag zult voortgebracht hebben, dien Gij uitgeroepen hebt, zo zullen zij zijn, gelijk ik ben.

  • Ps 42:9-10
    2 verzen
    73%

    9Maar de HEERE zal des daags Zijn goedertierenheid gebieden, en des nachts zal Zijn lied bij mij zijn; het gebed tot den God mijns levens.

    10Ik zal zeggen tot God: Mijn Steenrots! waarom vergeet Gij mij? Waarom ga ik in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking?

  • 73%

    5Indien ik kwaad vergolden heb dien, die vrede met mij had; (ja, ik heb dien gered die mij zonder oorzaak benauwde!)

  • 20Gij weet mijn versmaadheid, en mijn schaamte, en mijn schande; al mijn benauwers zijn voor U.

  • 3O God! verlos mij door Uw Naam, en doe mij recht door Uw macht.

  • 34En ter negender ure, riep Jezus met een grote stem, zeggende: ELOI, ELOI, LAMMA SABACHTANI, hetwelk is, overgezet zijnde: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?

  • 10Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen.

  • 22En God zal dit over hem werpen, en niet sparen; van Zijn hand zal hij snellijk vlieden.

  • 11Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?

  • Ps 22:7-8
    2 verzen
    72%

    7Maar ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen, en veracht van het volk.

    8Allen, die mij zien, bespotten mij; zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd, zeggende:

  • 22Waarom vervolgt gij mij als God, en wordt niet verzadigd van mijn vlees?

  • 3Red mij van de werkers der ongerechtigheid, en verlos mij van de mannen des bloeds.

  • 15Maar ik vertrouw op U, o HEERE! Ik zeg: Gij zijt mijn God.

  • 4Mijn God, bevrijd mij van de hand des goddelozen, van de hand desgenen, die verkeerdelijk handelt, en des opgeblazenen.

  • 19Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.

  • 13Mijn broeders heeft Hij verre van mij gedaan; en die mij kennen, zekerlijk, zij zijn van mij vervreemd.

  • 16Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, en mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; en Gij legt mij in het stof des doods.

  • 13Zij breken mijn pad af, zij bevorderen mijn ellende; zij hebben geen helper van doen.

  • 42Zij zagen uit, maar er was geen verlosser; naar den HEERE, maar Hij antwoordde hun niet.

  • 6Den gansen dag verdraaien zij mijn woorden; al hun gedachten zijn tegen mij ten kwade.

  • 26Hun paleis zij verwoest; in hun tenten zij geen inwoner.

  • 3Merk op mij, en verhoor mij; ik bedrijf misbaar in mijn klacht, en maak getier;

  • 11Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt.

  • 13Ik ben uit het hart vergeten als een dode; ik ben geworden als een bedorven vat.

  • 6Tot U riep ik, o HEERE! ik zeide: Gij zijt mijn Toevlucht, mijn Deel in het land der levenden.

  • 13Zijn schutters hebben mij omringd; Hij heeft mijn nieren doorspleten, en niet gespaard; Hij heeft mijn gal op de aarde uitgegoten.