Psalmen 78:43

Statenvertaling (States Bible)

Hoe Hij Zijn tekenen stelde in Egypte, en Zijn wonderheden in het veld van Zoan;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ex 3:19-20 : 19 Doch Ik weet, dat de koning van Egypte ulieden niet zal laten gaan, ook niet door een sterke hand. 20 Want Ik zal Mijn hand uitstrekken, en Egypte slaan met al Mijn wonderen, die Ik in het midden van hetzelve doen zal; daarna zal hij ulieden laten vertrekken.
  • Ex 4:21 : 21 En de HEERE zeide tot Mozes: Terwijl gij heentrekt, om weder in Egypte te keren, zie toe, dat gij al de wonderen doet voor Farao, die Ik in uw hand gesteld heb; doch Ik zal zijn hart verstokken, dat hij het volk niet zal laten gaan.
  • Ex 7:3 : 3 Doch Ik zal Farao's hart verharden; en Ik zal Mijn tekenen en Mijn wonderheden in Egypteland vermenigvuldigen.
  • Deut 4:34 : 34 Of: of God verzocht heeft te gaan, om Zich een volk uit het midden eens volks aan te nemen, door verzoekingen, door tekenen, en door wonderen, en door strijd, en door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en met grote verschrikkingen; naar al hetgeen de HEERE, uw God, ulieden voor uw ogen in Egypte gedaan heeft?
  • Deut 6:22 : 22 En de HEERE gaf tekenen, en grote en kwade wonderen, in Egypte, aan Farao en aan zijn ganse huis, voor onze ogen;
  • Neh 9:10 : 10 En Gij hebt tekenen en wonderen gedaan aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan al het volk zijns lands; want Gij wist, dat zij trotselijk tegen hen handelden; en Gij hebt U een Naam gemaakt, als het is te dezen dage.
  • Ps 105:27-38 : 27 Zij deden onder hen de bevelen Zijner tekenen, en de wonderwerken in het land van Cham. 28 Hij zond duisternis, en maakte het duister; en zij waren Zijn woord niet wederspannig. 29 Hij keerde hun wateren in bloed, en Hij doodde hun vissen. 30 Hun land bracht vorsen voort in overvloed, tot in de binnenste kameren hunner koningen. 31 Hij sprak, en er kwam een vermenging van ongedierte, luizen, in hun ganse landpale. 32 Hij maakte hun regen tot hagel, vlammig vuur in hun land. 33 En Hij sloeg hun wijnstok en hun vijgeboom, en Hij brak het geboomte hunner landpalen. 34 Hij sprak, en er kwamen sprinkhanen en kevers, en dat zonder getal; 35 Die al het kruid in hun land opaten, ja, aten de vrucht hunner landbouwe op. 36 Hij versloeg ook alle eerstgeborenen in hun land, de eerstelingen al hunner krachten. 37 En Hij voerde hen uit met zilver en goud; en onder hun stammen was niemand, die struikelde. 38 Egypte was blijde, als zij uittrokken, want hun verschrikking was op hen gevallen.
  • Ps 135:9 : 9 Hij zond tekenen en wonderen in het midden van u, o Egypte! tegen Farao en tegen al zijn knechten.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 78:11-13
    3 verzen
    89%

    11En zij vergaten Zijn daden, en Zijn wonderen, die Hij hun had doen zien.

    12Voor hun vaderen had Hij wonder gedaan, in Egypteland, in het veld van Zoan.

    13Hij kliefde de zee, en deed er hen doorgaan; en de wateren deed Hij staan als een hoop.

  • Deut 11:3-5
    3 verzen
    80%

    3Daartoe Zijn tekenen en Zijn daden, die Hij in het midden van Egypte gedaan heeft, aan Farao, den koning van Egypte, en aan zijn ganse land;

    4En wat Hij gedaan heeft aan het heir der Egyptenaren, aan deszelfs paarden en aan deszelfs wagenen; dat Hij de wateren van de Schelfzee boven hun aangezicht deed overzwemmen, als zij ulieden van achteren vervolgden; en de HEERE verdeed hen, tot op dezen dag.

    5En wat Hij ulieden gedaan heeft in de woestijn, totdat gij gekomen zijt aan deze plaats.

  • 27Zij deden onder hen de bevelen Zijner tekenen, en de wonderwerken in het land van Cham.

  • Ps 135:8-9
    2 verzen
    77%

    8Die de eerstgeborenen van Egypte sloeg, van den mens af tot het vee toe.

    9Hij zond tekenen en wonderen in het midden van u, o Egypte! tegen Farao en tegen al zijn knechten.

  • 77%

    11In al de tekenen en de wonderen, waartoe hem de HEERE gezonden heeft, om die in Egypteland te doen aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan al zijn land;

    12En in al die sterke hand, en in al die grote verschrikking, die Mozes gedaan heeft voor de ogen van gans Israel.

  • 44En hun vloeden in bloed veranderde, en hun stromen, opdat zij niet zouden drinken.

  • 42Zij dachten niet aan Zijn hand, aan den dag, toen Hij hen van den wederpartijder verloste;

  • 22En de HEERE gaf tekenen, en grote en kwade wonderen, in Egypte, aan Farao en aan zijn ganse huis, voor onze ogen;

  • Jer 32:20-21
    2 verzen
    74%

    20Gij, Die tekenen en wonderen gesteld hebt in Egypteland, tot op dezen dag, zo in Israel, als onder andere mensen, en hebt U een Naam gemaakt, als Hij is te dezen dage!

    21En hebt Uw volk Israel uit Egypteland uitgevoerd, door tekenen en door wonderen, en door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door grote verschrikking.

  • 8En de HEERE voerde ons uit Egypte, door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door groten schrik, en door tekenen, en door wonderen.

  • Ps 106:7-9
    3 verzen
    73%

    7Onze vaders in Egypte hebben niet gelet op Uw wonderen; zij zijn der menigte Uwer goedertierenheid niet gedachtig geweest; maar zij waren wederspannig aan de zee, bij de Schelfzee.

    8Doch Hij verloste hen om Zijns Naams wil, opdat Hij Zijn mogendheid bekend maakte.

    9En Hij schold de Schelfzee, zodat zij verdroogde, en Hij deed hen wandelen door de afgronden, als door een woestijn.

  • Ps 106:21-22
    2 verzen
    73%

    21Zij vergaten God, hun Heiland, Die grote dingen gedaan had in Egypte;

    22Wonderdaden in het land van Cham; vreselijke dingen aan de Schelfzee.

  • 10En Gij hebt tekenen en wonderen gedaan aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan al het volk zijns lands; want Gij wist, dat zij trotselijk tegen hen handelden; en Gij hebt U een Naam gemaakt, als het is te dezen dage.

  • 36Deze heeft hen uitgeleid, doende wonderen en tekenen in het land van Egypte, en in de Rode zee, en in de woestijn, veertig jaren.

  • 15Ik zal haar wonderen doen zien, als in de dagen, toen gij uit Egypteland uittoogt.

  • 3De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, diezelve tekenen en grote wonderen.

  • 20Want Ik zal Mijn hand uitstrekken, en Egypte slaan met al Mijn wonderen, die Ik in het midden van hetzelve doen zal; daarna zal hij ulieden laten vertrekken.

  • 34Of: of God verzocht heeft te gaan, om Zich een volk uit het midden eens volks aan te nemen, door verzoekingen, door tekenen, en door wonderen, en door strijd, en door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en met grote verschrikkingen; naar al hetgeen de HEERE, uw God, ulieden voor uw ogen in Egypte gedaan heeft?

  • Ex 7:3-4
    2 verzen
    71%

    3Doch Ik zal Farao's hart verharden; en Ik zal Mijn tekenen en Mijn wonderheden in Egypteland vermenigvuldigen.

    4Farao nu zal naar ulieden niet horen, en Ik zal Mijn hand aan Egypte leggen, en voeren Mijn heiren, Mijn volk, de kinderen Israels, uit Egypteland, door grote gerichten.

  • Jes 63:11-12
    2 verzen
    70%

    11Nochtans dacht Hij aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk; maar nu, waar is Hij, Die hen uit de zee opgebracht heeft, met de herders Zijner kudde? Waar is Hij, Die Zijn Heiligen Geest in het midden van hen stelde?

    12Die den arm Zijner heerlijkheid heeft doen gaan aan de rechterhand van Mozes; Die de wateren voor hunlieder aangezichten kliefde opdat Hij Zich een eeuwigen Naam maakte?

  • 5Gedenkt Zijner wonderen, die Hij gedaan heeft, Zijner wondertekenen, en der oordelen Zijns monds.

  • 12Gedenkt Zijner wonderwerken, die Hij gedaan heeft, Zijner wondertekenen, en de oordelen Zijns monds;

  • Ps 78:51-53
    3 verzen
    70%

    51En Hij sloeg al het eerstgeborene in Egypte, het beginsel der krachten in de tenten van Cham.

    52En Hij voerde Zijn volk als schapen, en leidde hen, als een kudde, in de woestijn.

    53Ja, Hij leidde hen zeker, zodat zij niet vreesden; want de zee had hun vijanden overdekt.

  • 40Hoe dikwijls verbitterden zij Hem in de woestijn, deden Hem smart aan in de wildernis!

  • 29Hij keerde hun wateren in bloed, en Hij doodde hun vissen.

  • Ex 11:9-10
    2 verzen
    69%

    9De HEERE dan had tot Mozes gesproken: Farao zal naar ulieden niet horen, opdat Mijn wonderen in Egypteland vermenigvuldigd worden.

    10En Mozes en Aaron hebben al deze wonderen gedaan voor Farao's aangezicht; doch de HEERE verhardde Farao's hart, dat hij de kinderen Israels uit zijn land niet trekken liet.

  • 13De vorsten van Zoan zijn zot geworden, de vorsten van Nof zijn bedrogen; zij zullen ook Egypte doen dwalen, tot den uitersten hoek zijner stammen.

  • 32Boven dit alles zondigden zij nog, en geloofden niet, door Zijn wonderen.

  • 22Doch de Egyptische tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen; zodat Farao's hart verstokte, en hij hoorde naar hen niet, gelijk als de HEERE gesproken had.

  • 8En Mozes vertelde zijn schoonvader alles, wat de HEERE aan Farao en aan de Egyptenaren gedaan had, om Israels wil; al de moeite, die hun op dien weg ontmoet was, en dat hen de HEERE verlost had.

  • 2En opdat gij voor de oren uwer kinderen en uwer kindskinderen moogt vertellen, wat Ik in Egypte uitgericht heb, en Mijn tekenen, die Ik onder hen gesteld heb; opdat gijlieden weet, dat Ik de HEERE ben.

  • 38Egypte was blijde, als zij uittrokken, want hun verschrikking was op hen gevallen.

  • 6Waarom toch zoudt gijlieden uw hart verzwaren, gelijk de Egyptenaars en Farao hun hart verzwaard hebben? Hebben zij niet, toen Hij wonderlijk met hen gehandeld had, hen laten trekken, dat zij heengingen?

  • 7Hij heeft Mozes Zijn wegen bekend gemaakt, den kinderen Israels Zijn daden.