Psalmen 90:6

Statenvertaling (States Bible)

In den morgenstond bloeit het, en het verandert; des avonds wordt het afgesneden, en het verdort.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 14:2 : 2 Hij komt voort als een bloem, en wordt afgesneden; ook vlucht hij als een schaduw, en bestaat niet.
  • Ps 92:7 : 7 Een onvernuftig man weet er niet van, en een dwaas verstaat ditzelve niet;
  • Matt 6:30 : 30 Indien nu God het gras des velds, dat heden is, en morgen in den oven geworpen wordt, alzo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, gij kleingelovigen?
  • Jak 1:11 : 11 Want de zon is opgegaan met de hitte, en heeft het gras dor gemaakt, en zijn bloem is afgevallen, en de schone gedaante haars aanschijns is vergaan; alzo zal ook de rijke in zijn wegen verwelken.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 90:4-5
    2 verzen
    88%

    4Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en als een nachtwaak.

    5Gij overstroomt hen; zij zijn gelijk een slaap; in den morgenstond zijn zij gelijk het gras, dat verandert;

  • Job 8:11-12
    2 verzen
    82%

    11Verheft zich de bieze zonder slijk? Groeit het rietgras zonder water?

    12Als het nog in zijn groenigheid is, hoewel het niet afgesneden wordt, nochtans verdort het voor alle gras.

  • 2Want als gras zullen zij haast worden afgesneden, en als de groene grasscheutjes zullen zij afvallen.

  • Jak 1:10-11
    2 verzen
    78%

    10En de rijke in zijn vernedering; want hij zal als een bloem van het gras voorbijgaan.

    11Want de zon is opgegaan met de hitte, en heeft het gras dor gemaakt, en zijn bloem is afgevallen, en de schone gedaante haars aanschijns is vergaan; alzo zal ook de rijke in zijn wegen verwelken.

  • 11Ten dage, als gij ze zult geplant hebben, zult gij die doen wassen, en in den morgenstond zult gij uw zaad doen bloeien; doch het zal maar een hoop van het gemaaide zijn, in den dag der krankheid en der pijnlijke smart.

  • Ps 103:15-16
    2 verzen
    77%

    15De dagen des mensen zijn als het gras, gelijk een bloem des velds, alzo bloeit hij.

    16Als de wind daarover gegaan is, zo is zij niet meer, en haar plaats kent haar niet meer.

  • 20Van den morgen tot den avond worden zij vermorzeld; zonder dat men er acht op slaat, vergaan zij in eeuwigheid.

  • 11Vanwege Uw verstoordheid en Uw groten toorn; want Gij hebt mij verheven, en mij weder nedergeworpen.

  • Jes 40:7-8
    2 verzen
    77%

    7Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des HEEREN daarin blaast; voorwaar, het volk is gras.

    8Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid.

  • 7Een onvernuftig man weet er niet van, en een dwaas verstaat ditzelve niet;

  • 2Hij komt voort als een bloem, en wordt afgesneden; ook vlucht hij als een schaduw, en bestaat niet.

  • 7Want wij vergaan door Uw toorn; en door Uw grimmigheid worden wij verschrikt.

  • 6Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt;

  • 24Want alle vlees is als gras, en alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras. Het gras is verdord, en zijn bloem is afgevallen;

  • 74%

    9Zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: Zal hij gedijen? Zal hij niet zijn wortelen uitrukken, en zijn vrucht afsnijden, dat hij droog worde? Hij zal aan al de bladeren van zijn gewas verdrogen; en dat niet door een groten arm, noch door veel volks, om dien van zijn wortelen weg te voeren.

    10Ja, ziet, zal hij geplant zijnde gedijen? Zal hij niet, als de oostenwind hem aanroert, gans verdrogen? Op de bedden van zijn gewas zal hij verdrogen.

  • Job 14:8-9
    2 verzen
    74%

    8Indien zijn wortel in de aarde veroudert, en zijn stam in het stof versterft;

    9Hij zal van den reuk der wateren weder uitspruiten, en zal een tak maken, gelijk een plant.

  • 17Ten tijde, als zij van hitte vervlieten, worden zij uitgedelgd; als zij warm worden, verdwijnen zij uit haar plaats.

  • 14Ten tijde des avonds, ziet, zo is er verschrikking, eer het morgen is, is hij er niet meer. Dit is het deel dergenen, die ons beroven, en het lot dergenen, die ons plunderen.

  • 16En den stam, dien Uw rechterhand geplant heeft, en dat om den zoon, dien Gij U gesterkt hebt!

  • Ps 90:9-10
    2 verzen
    73%

    9Want al onze dagen gaan henen door Uw verbolgenheid; wij brengen onze jaren door als een gedachte.

    10Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen.

  • 6Maar als de zon opgegaan was, zo is het verbrand geworden, en omdat het geen wortel had, zo is het verdord.

  • 24Zij zijn een weinig tijds verheven, daarna is er niemand van hen; zij worden nedergedrukt; gelijk alle anderen worden zij besloten; en gelijk de top ener aar worden zij afgesneden.

  • 30Want gij zult zijn als een eik, welks bladeren afvallen, en als een hof, die geen water heeft.

  • 27Daarom waren haar inwoners handeloos, zij waren verslagen en beschaamd; zij waren als het gras des velds en de groene grasscheutjes, als het hooi der daken, en het brandkoren, eer het overeind staat.

  • 6Maar als de zon opgegaan was, zo is het verbrand geworden; en omdat het geen wortel had, is het verdord.

  • 4De mens is der ijdelheid gelijk; zijn dagen zijn als een voorbijgaande schaduw.

  • 5Want voor den oogst, als de botte volkomen is, en de onrijpe druif rijp wordt na den bloesem, zo zal Hij de ranken met snoeimessen afsnijden, en de takken wegdoen, en afkappen.

  • 16Van onder zullen zijn wortelen verdorren, en van boven zal zijn tak afgesneden worden.

  • 4En de afvallende bloem zijns heerlijken sieraads, die op het hoofd der zeer vette vallei is, zal zijn gelijk een vroegrijpe vrucht voor den zomer, welke, wanneer ze iemand ziet, terwijl zij nog in zijn hand is, slokt hij ze op.

  • 14Die in het huis des HEEREN geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods.

  • 19Van den tijd af, als hij doortrekt, zal hij ulieden wegnemen, want allen morgen zal hij doortrekken, bij dag en bij nacht; en het zal geschieden, dat het gerucht te verstaan, enkel beroering wezen zal.

  • 9Laat hem henengaan, als een smeltende slak; laat hen, als ener vrouwe misdracht, de zon niet aanschouwen.

  • 18Dat zij gelijk stro worden voor den wind, en gelijk kaf, dat de wervelwind wegsteelt;

  • 5Ook rijst de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij oprees.

  • 19Mijn wortel was uitgebreid aan het water, en dauw vernachtte op mijn tak.

  • 12Mijn levenstijd is weggetogen, en van mij weggevoerd gelijk eens herders hut; ik heb mijn leven afgesneden, gelijk een wever zijn web; Hij zal mij afsnijden, als van den drom; van den dag tot den nacht zult Gij mij ten einde gebracht hebben.

  • 6Zaai uw zaad in den morgenstond, en trek uw hand des avonds niet af; want gij weet niet, wat recht wezen zal, of dit of dat, of dat die beide te zamen goed zijn zullen.

  • 11De wateren verlopen uit een meer, en een rivier droogt uit en verdort;

  • 26Daarom waren haar inwoners handeloos; zij waren verslagen en beschaamd; zij waren als het gras des velds, en de groene grasscheutjes, het hooi der daken, en het brandkoren, eer het over einde staat.

  • 16Hij is sappig voor de zon, en zijn scheuten gaan over zijn hof uit.

  • 4Zijn geest gaat uit, hij keert wederom tot zijn aarde; te dienzelfden dage vergaan zijn aanslagen.

  • 20En des morgens vroeg voorbijgaande, zagen zij, dat de vijgeboom verdord was, van de wortelen af.