Romeinen 12:5

Statenvertaling (States Bible)

Alzo zijn wij velen een lichaam in Christus, maar elkeen zijn wij elkanders leden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Kor 10:17 : 17 Want een brood is het, zo zijn wij velen een lichaam, dewijl wij allen eens broods deelachtig zijn.
  • 1 Kor 12:20 : 20 Maar nu zijn er wel vele leden, doch maar een lichaam.
  • Ef 4:25 : 25 Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; want wij zijn elkanders leden.
  • Kol 2:19 : 19 En het Hoofd niet behoudende, uit hetwelk het gehele lichaam, door de samenvoegselen en samenbindingen voorzien en samengevoegd zijnde, opwast met goddelijken wasdom.
  • Rom 12:4 : 4 Want gelijk wij in een lichaam vele leden hebben, en de leden alle niet dezelfde werking hebben;
  • Ef 5:23 : 23 Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams.
  • Ef 5:30 : 30 Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.
  • Kol 1:24 : 24 Die mij nu verblijd in mijn lijden voor u, en vervulle in mijn vlees de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus, voor Zijn lichaam, hetwelk is de Gemeente;
  • 1 Kor 12:27-28 : 27 En gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder. 28 En God heeft er sommigen in de Gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, behulpsels, regeringen, menigerlei talen.
  • Ef 1:23 : 23 Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.
  • 1 Kor 10:33 : 33 Gelijkerwijs ik ook in alles allen behaag, niet zoekende mijn eigen voordeel, maar het voordeel van velen, opdat zij mochten behouden worden.
  • 1 Kor 12:12-14 : 12 Want gelijk het lichaam een is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar een lichaam zijn, alzo ook Christus. 13 Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt. 14 Want ook het lichaam is niet een lid, maar vele leden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 91%

    11Doch deze dingen alle werkt een en dezelfde Geest, delende aan een iegelijk in het bijzonder, gelijkerwijs Hij wil.

    12Want gelijk het lichaam een is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar een lichaam zijn, alzo ook Christus.

    13Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt.

    14Want ook het lichaam is niet een lid, maar vele leden.

    15Indien de voet zeide: Dewijl ik de hand niet ben, zo ben ik van het lichaam niet; is hij daarom niet van het lichaam?

    16En indien het oor zeide: Dewijl ik het oog niet ben, zo ben ik van het lichaam niet; is het daarom niet van het lichaam?

    17Ware het gehele lichaam het oog, waar zou het gehoor zijn? Ware het gehele lichaam gehoor, waar zou de reuk zijn?

    18Maar nu heeft God de leden gezet, een iegelijk van dezelve in het lichaam, gelijk Hij gewild heeft.

    19Waren zij alle maar een lid, waar zou het lichaam zijn?

    20Maar nu zijn er wel vele leden, doch maar een lichaam.

    21En het oog kan niet zeggen tot de hand: Ik heb u niet van node; of wederom het hoofd tot de voeten: Ik heb u niet van node.

    22Ja veeleer, de leden, die ons dunken de zwakste des lichaams te zijn, die zijn nodig.

    23En die ons dunken de minst eerlijke leden des lichaams te zijn, denzelven doen wij overvloediger eer aan; en onze onsierlijke leden hebben overvloediger versiering.

    24Doch onze sierlijke hebben het niet van node; maar God heeft het lichaam alzo samengevoegd, gevende overvloediger eer aan hetgeen gebrek aan dezelve heeft;

    25Opdat geen tweedracht in het lichaam zij, maar de leden voor elkander gelijke zorg zouden dragen.

    26En hetzij dat een lid lijdt, zo lijden al de leden mede; hetzij dat een lid verheerlijkt wordt, zo verblijden zich al de leden mede.

    27En gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder.

  • 4Want gelijk wij in een lichaam vele leden hebben, en de leden alle niet dezelfde werking hebben;

  • 83%

    16De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus?

    17Want een brood is het, zo zijn wij velen een lichaam, dewijl wij allen eens broods deelachtig zijn.

  • 30Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.

  • Ef 4:15-16
    2 verzen
    76%

    15Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus;

    16Uit Welken het gehele lichaam bekwamelijk samengevoegd en samen vastgemaakt zijnde, door alle voegselen der toebrenging, naar de werking van een iegelijk deel in zijn maat, den wasdom des lichaams bekomt, tot zijns zelfs opbouwing in de liefde.

  • Ef 4:4-5
    2 verzen
    76%

    4Een lichaam is het, en een Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot een hoop uwer roeping;

    5Een Heere, een geloof, een doop,

  • 1 Kor 12:4-6
    3 verzen
    75%

    4En er is verscheidenheid der gaven, doch het is dezelfde Geest;

    5En er is verscheidenheid der bedieningen, en het is dezelfde Heere;

    6En er is verscheidenheid der werkingen, doch het is dezelfde God, Die alles in allen werkt.

  • 6Hebbende nu verscheidene gaven, naar de genade, die ons gegeven is,

  • 9Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw zijt gij.

  • 12En dit zeg ik, dat een iegelijk van u zegt: Ik ben van Paulus, en ik van Apollos; en ik van Cefas; en ik van Christus.

  • Rom 15:5-7
    3 verzen
    73%

    5Doch de God der lijdzaamheid en der vertroosting geve u, dat gij eensgezind zijt onder elkander naar Christus Jezus;

    6Opdat gij eendrachtelijk, met een mond, moogt verheerlijken den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus.

    7Daarom neemt elkander aan, gelijk ook Christus ons aangenomen heeft, tot de heerlijkheid Gods.

  • 25Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; want wij zijn elkanders leden.

  • 11Daarom vermaant elkander, en sticht de een den anderen, gelijk gij ook doet.

  • 17Maar die den Heere aanhangt, is een geest met Hem.

  • 11Hetzij dan ik, hetzij zijlieden, alzo prediken wij, en alzo hebt gij geloofd.

  • 6Nochtans hebben wij maar een God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn, en wij tot Hem; en maar een Heere, Jezus Christus, door Welken alle dingen zijn, en wij door Hem.

  • 12Zo dan een iegelijk van ons zal voor zichzelven Gode rekenschap geven.

  • 12Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus;

  • Rom 15:1-2
    2 verzen
    72%

    1Maar wij, die sterk zijn, zijn schuldig de zwakheden der onsterken te dragen, en niet onszelven te behagen.

    2Dat dan een iegelijk van ons zijn naaste behage ten goede, tot stichting.

  • 15Weet gij niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan de leden van Christus nemen, en maken ze leden ener hoer? Dat zij verre.

  • 21Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere;

  • 23Doch gij zijt van Christus, en Christus is Gods.

  • 14Want de liefde van Christus dringt ons;

  • 71%

    7Maar aan elkeen van ons is de genade gegeven, naar de maat der gave van Christus.

  • 12Dat is, om mede vertroost te worden onder u, door het onderlinge geloof, zo het uwe als het mijne.

  • 71%

    6Namelijk dat de heidenen zijn medeerfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie;