1 Kronieken 6:43

Statenvertaling (States Bible)

Den zoon van Jahath, den zoon van Gerson, den zoon van Levi.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 46:11 : 11 En de zonen van Levi: Gerson, Kehath en Merari.
  • Ex 2:22 : 22 Die baarde een zoon; en hij noemde zijn naam Gersom; want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land.
  • Ex 6:16 : 16 De zonen van Gerson: Libni en Simei, naar hun huisgezinnen.
  • Num 3:17 : 17 Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.
  • 1 Kron 6:1 : 1 De kinderen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari.
  • 1 Kron 6:16-17 : 16 Zo zijn dan de kinderen van Levi: Gerson, Kahath en Merari. 17 En dit zijn de namen der zonen van Gerson: Libni en Simei.
  • 1 Kron 6:20 : 20 Van Gerson: zijn zoon was Libni; zijn zoon Jahath; zijn zoon Zimma;
  • 1 Kron 23:6 : 6 En David verdeelde hen in verdelingen, naar de kinderen van Levi, Gerson, Kehath en Merari.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 84%

    44Hunne broeders nu, de kinderen van Merari, stonden aan de linker zijde, namelijk Ethan, de zoon van Kisi, den zoon van Abdi, den zoon van Malluch,

    45Den zoon van Hasabja, den zoon van Amazia, den zoon van Hilkia,

    46Den zoon van Amzi, den zoon van Bani, den zoon van Semer,

    47Den zoon van Maheli, den zoon van Musi, den zoon van Merari, den zoon van Levi.

  • 84%

    16Zo zijn dan de kinderen van Levi: Gerson, Kahath en Merari.

    17En dit zijn de namen der zonen van Gerson: Libni en Simei.

    18En de kinderen van Kahath waren Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

    19De kinderen van Merari waren Maheli en Musi. En dit zijn de huisgezinnen der Levieten, naar hun vaderen.

    20Van Gerson: zijn zoon was Libni; zijn zoon Jahath; zijn zoon Zimma;

    21Zijn zoon Joah; zijn zoon Iddo; zijn zoon Zerah; zijn zoon Jeathrai.

    22De kinderen van Kahath waren: zijn zoon Amminadab; zijn zoon Korah; zijn zoon Assir;

  • 1 Kron 6:1-2
    2 verzen
    83%

    1De kinderen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari.

    2De kinderen van Kahath nu waren Amram, Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

  • 83%

    37Den zoon van Tahath, den zoon van Assir, den zoon van Ebjasaf, den zoon van Korah,

    38Den zoon van Jizhar, den zoon van Kahath, den zoon van Levi, den zoon van Israel.

    39En zijn broeder Asaf stond aan zijn rechter zijde; Asaf was de zoon van Berechja, den zoon van Simea,

    40Den zoon van Michael, den zoon van Baeseja, den zoon van Malchija,

    41Den zoon van Ethni, den zoon van Zerah, den zoon van Adaja,

    42Den zoon van Ethan, den zoon van Zimma, den zoon van Simei,

  • 11En de zonen van Levi: Gerson, Kehath en Merari.

  • Ex 6:16-17
    2 verzen
    77%

    16De zonen van Gerson: Libni en Simei, naar hun huisgezinnen.

    17En de zonen van Kehath: Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel, en de jaren des levens van Kehath waren honderd drie en dertig jaren.

  • Num 3:17-21
    5 verzen
    77%

    17Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.

    18En dit zijn de namen der zonen van Gerson, naar hun geslachten: Libni en Simei.

    19En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.

    20En de zonen van Merari, naar hun geslachten: Maheli en Musi; dit zijn de geslachten der Levieten, naar het huis hunner vaderen.

    21Van Gerson was het geslacht der Libnieten, en het geslacht der Simeieten; dit zijn de geslachten der Gersonieten.

  • 76%

    29De kinderen van Merari waren Maheli; zijn zoon Libni; zijn zoon Simei; zijn zoon Uzza;

    30Zijn zoon Simea; zijn zoon Haggija; zijn zoon Asaja.

  • 19En Amram nam Jochebed, zijn moei, zich tot huisvrouw, en zij baarde hem Aaron en Mozes; en de jaren des levens van Amram waren honderd zeven en dertig jaren.

  • 14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;

  • Num 26:57-58
    2 verzen
    76%

    57Dit zijn nu de getelden van Levi, naar hun geslachten: van Gerson het geslacht der Gersonieten; van Kohath het geslacht der Kohathieten; van Merari het geslacht der Merarieten.

    58Dit zijn de geslachten van Levi: het geslacht der Libnieten, het geslacht der Hebronieten, het geslacht der Machlieten, het geslacht der Muzieten, het geslacht der Korachieten. En Kohath gewon Amram.

  • 74%

    34Den zoon van Elkana, den zoon van Jeroham, den zoon van Eliel, den zoon van Toah,

    35Den zoon van Zuf, den zoon van Elkana, den zoon van Mahath, den zoon van Amasai,

  • 74%

    6En David verdeelde hen in verdelingen, naar de kinderen van Levi, Gerson, Kehath en Merari.

    7Uit de Gersonieten waren Ladan en Simei.

  • 21Van de kinderen van Ladan, kinderen van den Gersonieten Ladan; van Ladan, den Gersoniet, waren hoofden der vaderen Jehieli.

  • 12Toen maakten zich de Levieten op, Mahath, de zoon van Amasai, en Joel, de zoon van Azarja, van de kinderen der Kahathieten; en van de kinderen van Merari, Kis, de zoon van Abdi, en Azarja, de zoon van Jehaleel; en van de Gersonieten, Joah, de zoon van Zimma, en Eden, de zoon van Joah;

  • 11En Jahath was het hoofd, en Zizza de tweede; maar Jeus en Beria hadden niet vele kinderen; daarom waren zij in het vaderlijke huis maar van een telling.

  • 23Voor de Amramieten, van de Jizharieten, van de Hebronieten, van de Uzzielieten,

  • 22Van de Jizharieten was Selomoth; van de kinderen van Selomoth was Jahath.

  • 6Van de kinderen van Merari was Asaja overste, en van zijn broederen waren tweehonderd en twintig.

  • 30En de kinderen van Musi waren Maheli, en Eder, en Jerimoth. Dezen zijn de kinderen der Levieten, naar hun vaderlijke huizen.

  • 21De kinderen van Merari waren Maheli en Musi; de kinderen van Maheli waren Eleazar en Kis.

  • 17Over de Levieten was Hasabja, de zoon van Kemuel; over de Aaronieten was Zadok;

  • 38Insgelijks de getelden der zonen van Gerson, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen;

  • 6En Uzzi gewon Zerahja, en Zerahja gewon Merajoth;

  • 51Bukki zijn zoon; Uzzi zijn zoon; Serahja zijn zoon;