2 Thessalonicenzen 3:18
De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
23De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
28De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met ulieden. Amen.
23De genade van den Heere Jezus Christus zij met u.
24Mijn liefde zij met u allen in Christus Jezus. Amen.
24De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
18De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met uw geest, broeders! Amen.
21De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
25De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met uw geest. Amen.
13De genade van den Heere Jezus Christus, en de liefde van God, en de gemeenschap des Heiligen Geestes, zij met u allen. Amen.
14
25De genade zij met u allen. Amen.
22De Heere Jezus Christus zij met uw geest. De genade zij met ulieden. Amen.
23Vrede zij den broederen, en liefde met geloof, van God den Vader, en den Heere Jezus Christus.
24De genade zij met al degenen, die onzen Heere Jezus Christus liefhebben in onverderfelijkheid. Amen.
15Die met mij zijn, groeten u allen. Groet ze, die ons liefhebben in het geloof. De genade zij met u allen. Amen.
16De Heere nu des vredes Zelf geve u vrede te allen tijd, in allerlei wijze. De Heere zij met u allen.
17De groetenis met mijn hand, van Paulus; hetwelk is een teken in iederen zendbrief; alzo schrijf ik.
3Genade zij ulieden en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
2En al de broeders, die met mij zijn, aan de Gemeenten van Galatie:
3Genade zij u en vrede van God den Vader, en onzen Heere Jezus Christus;
3Genade zij u en vrede van God onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
4Ik dank mijn God allen tijd over u, vanwege de genade Gods, die u gegeven is in Christus Jezus;
1Paulus, een apostel van Jezus Christus, door den wil van God, en Timotheus, de broeder, aan de Gemeente Gods, die te Korinthe is, met al de heiligen, die in geheel Achaje zijn:
2Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
2Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
18De groetenis met mijn hand, van Paulus. Gedenkt mijn banden. De genade zij met u. Amen.
2Genade zij u, en vrede, van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
2Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
3Ik dank mijn God, zo dikwijls als ik uwer gedenk.
33En de God des vredes zij met u allen. Amen.
12Opdat de Naam van onzen Heere Jezus Christus verheerlijkt worde in u, en gij in Hem, naar de genade van onzen God en den Heere Jezus Christus.
21De groetenis met mijn hand van Paulus.
3Genade, barmhartigheid, vrede zij met ulieden van God den Vader, en van den Heere Jezus Christus, den Zoon des Vaders, in waarheid en liefde.
18Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, beide nu en in de dag der eeuwigheid. Amen.
5Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
2Genade en vrede zij u vermenigvuldigd door de kennis van God, en van Jezus, onzen Heere;
14Groet elkander met een kus der liefde. Vrede zij u allen, die in Christus Jezus zijt. Amen.
14Doch de genade onzes Heeren is zeer overvloedig geweest, met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus.
2Den heiligen en gelovige broederen in Christus, die te Kolosse zijn: genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
1Paulus, en Silvanus, en Timotheus, aan de Gemeente der Thessalonicensen, welke is in God den Vader, en den Heere Jezus Christus: genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
20Onzen God nu en Vader zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
21Groet alle heiligen in Christus Jezus; U groeten de broeders, die met mij zijn.
7Allen, die te Rome zijt, geliefden Gods, en geroepen heiligen, genade zij u, en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
11Doch onze God en Vader Zelf, en onze Heere Jezus Christus richte onzen weg tot u.
16En onze Heere Jezus Christus Zelf, en onze God en Vader, Die ons heeft liefgehad, en gegeven heeft een eeuwige vertroosting en goede hoop in genade,
11Voorts, broeders, zijt blijde, wordt volmaakt, zijt getroost, zijt eensgezind, leeft in vrede; en de God der liefde en des vredes zal met u zijn.
2Aan Timotheus, mijn oprechten zoon in het geloof; genade, barmhartigheid, vrede zij u van God, onzen Vader, en Christus Jezus, onzen Heere.
18De Heere geve hem, dat hij barmhartigheid vinde bij den Heere, in dien dag; en hoeveel hij mij te Efeze gediend heeft, weet gij zeer wel.
1Paulus, een apostel van Jezus Christus, door den wil van God, naar de belofte des levens, dat in Christus Jezus is,