2 Korintiërs 13:11
Voorts, broeders, zijt blijde, wordt volmaakt, zijt getroost, zijt eensgezind, leeft in vrede; en de God der liefde en des vredes zal met u zijn.
Voorts, broeders, zijt blijde, wordt volmaakt, zijt getroost, zijt eensgezind, leeft in vrede; en de God der liefde en des vredes zal met u zijn.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
32Opdat ik met blijdschap, door den wil van God, tot u mag komen, en met u verkwikt worden.
33En de God des vredes zij met u allen. Amen.
16De Heere nu des vredes Zelf geve u vrede te allen tijd, in allerlei wijze. De Heere zij met u allen.
12Groet elkander met een heiligen kus. U groeten al de heiligen.
13De genade van den Heere Jezus Christus, en de liefde van God, en de gemeenschap des Heiligen Geestes, zij met u allen. Amen.
14
23Vrede zij den broederen, en liefde met geloof, van God den Vader, en den Heere Jezus Christus.
14Groet elkander met een kus der liefde. Vrede zij u allen, die in Christus Jezus zijt. Amen.
9Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn.
9Want wij verblijden ons, wanneer wij zwak zijn, en gij sterk zijt. En wij wensen ook dit, namelijk uw volmaking.
10Daarom schrijf ik, afwezende, deze dingen, opdat ik niet, tegenwoordig zijnde, strengheid zou gebruiken, naar de macht, die mij de Heere gegeven heeft tot opbouwing, en niet tot nederwerping.
23De genade van den Heere Jezus Christus zij met u.
24Mijn liefde zij met u allen in Christus Jezus. Amen.
8En eindelijk, zijt allen eensgezind, medelijdend, de broeders liefhebbende, met innerlijke barmhartigheid bewogen, vriendelijk;
25De genade zij met u allen. Amen.
14Maar ik hoop u haast te zien, en wij zullen mond tot mond spreken. [ (III John 1:15) Vrede zij u. De vrienden groeten u. Groet de vrienden met name. ]
2Zo vervult mijn blijdschap, dat gij moogt eensgezind zijn, dezelfde liefde hebbende, van een gemoed en van een gevoelen zijnde.
22De Heere Jezus Christus zij met uw geest. De genade zij met ulieden. Amen.
21Die volmake u in alle goed werk, opdat gij Zijn wil moogt doen; werkende in u, hetgeen voor Hem welbehagelijk is, door Jezus Christus; Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
22Doch ik bid u, broeders, verdraagt het woord dezer vermaning; want ik heb u in het kort geschreven.
13En acht hen zeer veel in liefde, om huns werks wil. Zijt vreedzaam onder elkander.
14En wij bidden u, broeders, vermaant de ongeregelden, vertroost de kleinmoedigen, ondersteunt de zwakken, zijt lankmoedig jegens allen.
19Zo dan laat ons najagen, hetgeen tot den vrede, en hetgeen tot de stichting onder elkander dient.
18De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
5Doch de God der lijdzaamheid en der vertroosting geve u, dat gij eensgezind zijt onder elkander naar Christus Jezus;
15Die met mij zijn, groeten u allen. Groet ze, die ons liefhebben in het geloof. De genade zij met u allen. Amen.
20U groeten al de broeders. Groet elkander met een heiligen kus.
28De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met ulieden. Amen.
18De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met uw geest, broeders! Amen.
24De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
10Maar ik bid u, broeders, door den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in een zelfden zin, en in een zelfde gevoelen.
11Doch onze God en Vader Zelf, en onze Heere Jezus Christus richte onzen weg tot u.
12En de Heere vermeerdere u, en make u overvloedig in de liefde jegens elkander en jegens allen, gelijk wij ook zijn jegens u;
13Opdat Hij uw harten versterke, om onberispelijk te zijn in heiligmaking, voor onzen God en Vader, in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus met al Zijn heiligen.
17Vertrooste uw harten, en versterke u in alle goed woord en werk.
23De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
3Genade zij u en vrede van God onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
10Voorts, mijn broeders, wordt krachtig in den Heere, en in de sterkte Zijner macht.
15Zovelen dan als wij volmaakt zijn, laat ons dit gevoelen; en indien gij iets anderszins gevoelt, ook dat zal u God openbaren.
13De God nu der hoop vervulle ulieden met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat gij overvloedig moogt zijn in de hoop, door de kracht des Heiligen Geestes.
26Groet al de broeders met een heiligen kus.
14Jaagt den vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand den Heere zien zal;
1Voorts, mijn broeders, verblijdt u in den Heere. Dezelfde dingen aan u te schrijven, is mij niet verdrietig, en het is u zeker.
2Genade zij u, en vrede, van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
3U benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door den band des vredes.
3Genade, barmhartigheid, vrede zij met ulieden van God den Vader, en van den Heere Jezus Christus, den Zoon des Vaders, in waarheid en liefde.
3Genade zij ulieden en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
23En de God des vredes Zelf heilige u geheel en al; en uw geheel oprechte geest, en ziel, en lichaam worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus.
21De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
18Zo dan, vertroost elkander met deze woorden.