2 Korintiërs 13:12
Groet elkander met een heiligen kus. U groeten al de heiligen.
Groet elkander met een heiligen kus. U groeten al de heiligen.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
25Broeders, bidt voor ons.
26Groet al de broeders met een heiligen kus.
27Ik bezweer ulieden bij den Heere, dat deze zendbrief al den heiligen broederen gelezen worde.
28De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met ulieden. Amen.
19U groeten de Gemeenten van Azie. U groeten zeer in den Heere Aquila en Priscilla, met de Gemeente, die te hunnen huize is.
20U groeten al de broeders. Groet elkander met een heiligen kus.
21De groetenis met mijn hand van Paulus.
14Groet Asynkritus, Flegon, Hermas, Patrobas, Hermes, en de broeders, die met hen zijn.
15Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zuster, en Olympas, en al de heiligen, die met henlieden zijn.
16Groet elkander met een heiligen kus. De Gemeenten van Christus groeten ulieden.
14Groet elkander met een kus der liefde. Vrede zij u allen, die in Christus Jezus zijt. Amen.
13De genade van den Heere Jezus Christus, en de liefde van God, en de gemeenschap des Heiligen Geestes, zij met u allen. Amen.
14
11Voorts, broeders, zijt blijde, wordt volmaakt, zijt getroost, zijt eensgezind, leeft in vrede; en de God der liefde en des vredes zal met u zijn.
21Groet alle heiligen in Christus Jezus; U groeten de broeders, die met mij zijn.
22Al de heiligen groeten u, en meest die van het huis des keizers zijn.
23De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
15Die met mij zijn, groeten u allen. Groet ze, die ons liefhebben in het geloof. De genade zij met u allen. Amen.
12En als gij in het huis gaat, zo groet hetzelve.
24Groet al uw voorgangeren, en al de heiligen. U groeten die van Italie zijn.
25De genade zij met u allen. Amen.
14Maar ik hoop u haast te zien, en wij zullen mond tot mond spreken. [ (III John 1:15) Vrede zij u. De vrienden groeten u. Groet de vrienden met name. ]
13U groeten de kinderen van uw zuster, de uitverkorene. Amen.
10Hebt elkander hartelijk lief met broederlijke liefde; met eer de een de ander voorgaande.
1Dat de broederlijke liefde blijve.
23De genade van den Heere Jezus Christus zij met u.
24Mijn liefde zij met u allen in Christus Jezus. Amen.
14Jaagt den vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand den Heere zien zal;
15En houdt hem niet als een vijand, maar vermaant hem als een broeder.
16De Heere nu des vredes Zelf geve u vrede te allen tijd, in allerlei wijze. De Heere zij met u allen.
13Deelt mede tot de behoeften der heiligen. Tracht naar herbergzaamheid.
14Zegent hen, die u vervolgen; zegent en vervloekt niet.
15Verblijdt u met de blijden; en weent met de wenenden.
33En de God des vredes zij met u allen. Amen.
24De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
12En de Heere vermeerdere u, en make u overvloedig in de liefde jegens elkander en jegens allen, gelijk wij ook zijn jegens u;
34Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt.
35Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.
11Want die tot hem zegt: Zijt gegroet, die heeft gemeenschap aan zijn boze werken.
8Groet Amplias, mijn beminde in den Heere.
8En eindelijk, zijt allen eensgezind, medelijdend, de broeders liefhebbende, met innerlijke barmhartigheid bewogen, vriendelijk;
6Opdat gij eendrachtelijk, met een mond, moogt verheerlijken den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus.
7Daarom neemt elkander aan, gelijk ook Christus ons aangenomen heeft, tot de heerlijkheid Gods.
47En als Hij nog sprak, ziet daar een schare; en een van de twaalven, die genaamd was Judas, ging hun voor, en kwam bij Jezus, om Hem te kussen.
13En acht hen zeer veel in liefde, om huns werks wil. Zijt vreedzaam onder elkander.
12Dit is Mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijkerwijs Ik u liefgehad heb.
18De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
11Daarom vermaant elkander, en sticht de een den anderen, gelijk gij ook doet.
37En er werd een groot geween van hen allen; en zij, vallende om den hals van Paulus, kusten hem;
22De Heere Jezus Christus zij met uw geest. De genade zij met ulieden. Amen.