Hebreeën 13:24
Groet al uw voorgangeren, en al de heiligen. U groeten die van Italie zijn.
Groet al uw voorgangeren, en al de heiligen. U groeten die van Italie zijn.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
25De genade zij met u allen. Amen.
11Voorts, broeders, zijt blijde, wordt volmaakt, zijt getroost, zijt eensgezind, leeft in vrede; en de God der liefde en des vredes zal met u zijn.
12Groet elkander met een heiligen kus. U groeten al de heiligen.
13De genade van den Heere Jezus Christus, en de liefde van God, en de gemeenschap des Heiligen Geestes, zij met u allen. Amen.
14
21Groet alle heiligen in Christus Jezus; U groeten de broeders, die met mij zijn.
22Al de heiligen groeten u, en meest die van het huis des keizers zijn.
23De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
15Die met mij zijn, groeten u allen. Groet ze, die ons liefhebben in het geloof. De genade zij met u allen. Amen.
23Weet, dat de broeder Timotheus losgelaten is, met welken (zo hij haast komt) ik u zal zien.
12Groet Tryfena en Tryfosa, vrouwen die in den Heere arbeiden. Groet Persis, de beminde zuster, die veel gearbeid heeft in den Heere.
13Groet Rufus, den uitverkorene in den Heere, en zijn moeder en de mijne.
14Groet Asynkritus, Flegon, Hermas, Patrobas, Hermes, en de broeders, die met hen zijn.
15Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zuster, en Olympas, en al de heiligen, die met henlieden zijn.
16Groet elkander met een heiligen kus. De Gemeenten van Christus groeten ulieden.
19U groeten de Gemeenten van Azie. U groeten zeer in den Heere Aquila en Priscilla, met de Gemeente, die te hunnen huize is.
20U groeten al de broeders. Groet elkander met een heiligen kus.
21De groetenis met mijn hand van Paulus.
13U groet de medeuitverkorene Gemeente, die in Babylon is, en Markus, mijn zoon.
14Groet elkander met een kus der liefde. Vrede zij u allen, die in Christus Jezus zijt. Amen.
21U groeten, Timotheus, mijn medearbeider, en Lucius, en Jason, en Socipater, mijn bloedverwanten.
22Ik, Tertius, die den brief geschreven heb, groet u in den Heere.
23U groet Gajus, de huiswaard van mij en van de gehele Gemeente. U groet Erastus, de rentmeester der stad, en de broeder Quartus.
24De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
14Maar ik hoop u haast te zien, en wij zullen mond tot mond spreken. [ (III John 1:15) Vrede zij u. De vrienden groeten u. Groet de vrienden met name. ]
13U groeten de kinderen van uw zuster, de uitverkorene. Amen.
7Allen, die te Rome zijt, geliefden Gods, en geroepen heiligen, genade zij u, en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
8Eerstelijk dank ik mijn God door Jezus Christus over u allen, dat uw geloof verkondigd wordt in de gehele wereld.
26Groet al de broeders met een heiligen kus.
21Benaarstig u, om voor den winter te komen. U groet Eubulus, en Pudens, en Linus, en Klaudia, en al de broeders.
22De Heere Jezus Christus zij met uw geest. De genade zij met ulieden. Amen.
23U groeten Epafras, mijn medegevangene in Christus Jezus,
8Groet Amplias, mijn beminde in den Heere.
23De genade van den Heere Jezus Christus zij met u.
24Mijn liefde zij met u allen in Christus Jezus. Amen.
23Vrede zij den broederen, en liefde met geloof, van God den Vader, en den Heere Jezus Christus.
24De genade zij met al degenen, die onzen Heere Jezus Christus liefhebben in onverderfelijkheid. Amen.
5Groet ook de Gemeente in hun huis. Groet Epenetus, mijn beminde, die de eersteling is van Achaje in Christus.
3Genade zij ulieden en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
25De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met uw geest. Amen.
3Groet Priscilla en Aquila, mijn medewerkers in Christus Jezus;
18De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
1Paulus en Timotheus, dienstknechten van Jezus Christus, al den heiligen in Christus Jezus, die te Filippi zijn, met de opzieners en diakenen:
2Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
16De Heere nu des vredes Zelf geve u vrede te allen tijd, in allerlei wijze. De Heere zij met u allen.
28De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met ulieden. Amen.
21De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
13En acht hen zeer veel in liefde, om huns werks wil. Zijt vreedzaam onder elkander.
2Genade zij u, en vrede, van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
15Groet de broeders, die in Laodicea zijn, en Nymfas, en de Gemeente, die in zijn huis is.