Exodus 26:15

Statenvertaling (States Bible)

Gij zult ook tot den tabernakel staande berderen maken van sittimhout.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ex 36:20-33 : 20 Hij maakte ook aan den tabernakel berderen van staand sittimhout. 21 De lengte van een berd was tien ellen, en ene el en ene halve el was de breedte van elk berd. 22 Twee houvasten had een berd, als sporten in een ladder gezet, het ene nevens het andere; alzo maakte hij het met al de berderen des tabernakels. 23 Hij maakte ook de berderen tot den tabernakel; twintig berderen naar de zuidzijde zuidwaarts. 24 En hij maakte veertig zilveren voeten onder de twintig berderen; twee voeten onder een berd, aan zijn twee houvasten, en twee voeten onder een ander berd, aan zijn twee houvasten. 25 Hij maakte ook twintig berderen aan de andere zijde des tabernakels, aan den noorderhoek. 26 Met hun veertig zilveren voeten; twee voeten onder een berd, en twee voeten onder een ander berd. 27 Doch aan de zijde des tabernakels tegen het westen, maakte hij zes berderen. 28 Ook maakte hij twee berderen tot hoekberderen des tabernakels, aan de beide zijden. 29 En zij waren van beneden als tweelingen samengevoegd, zij waren ook als tweelingen aan deszelfs oppereinde samengevoegd met een ring; alzo deed hij met die beide, aan de twee hoeken. 30 Alzo waren er acht berderen met hun zilveren voeten, zijnde zestien voeten: twee voeten onder elk berd. 31 Hij maakte ook richelen van sittimhout; vijf aan de berderen der ene zijde des tabernakels; 32 En vijf richelen aan de berderen van de andere zijde des tabernakels; alsook vijf richelen aan de berderen des tabernakels, aan de beide zijden westwaarts. 33 En hij maakte de middelste richel doorschietende in het midden der berderen, van het ene einde tot het andere einde.
  • Ex 40:17-18 : 17 En het geschiedde in de eerste maand, in het tweede jaar, op den eersten der maand, dat de tabernakel opgericht werd. 18 Want Mozes richtte den tabernakel op, en zette zijn voeten, en stelde zijn berderen, en zette zijn richelen daaraan, en hij richtte deszelfs pilaren op.
  • Num 4:31-32 : 31 Dit zal nu zijn de onderhouding van hun last, naar al hun dienst, in de tent der samenkomst: de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten; 32 Mitsgaders de pilaren des voorhofs rondom, hun voeten, en hun pennen, en hun zelen, met al hun gereedschap, en met al hun dienst; en het gereedschap van de waarneming van hun last zult gij bij namen tellen.
  • Ef 2:20-21 : 20 Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; 21 Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere;
  • Ex 25:5 : 5 En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout;
  • Ex 26:18 : 18 En de berderen tot den tabernakel zult gij aldus maken; twintig berderen naar de zuidzijde zuidwaarts.
  • Ex 26:22-29 : 22 Doch aan de zijde des tabernakels tegen het westen zult gij zes berderen maken. 23 Ook zult gij twee berderen maken tot de hoekberderen des tabernakels, aan de beide zijden. 24 En zij zullen van beneden als tweelingen samengevoegd zijn; zij zullen ook als tweelingen aan het oppereinde deszelven samengevoegd zijn, met een ring; alzo zal het met de twee berderen zijn; tot twee hoekberderen zullen zij zijn. 25 Alzo zullen de acht berderen zijn met hun zilveren voeten, zijnde zestien voeten; twee voeten onder een berd, wederom twee voeten onder een berd. 26 Gij zult ook richelen maken van sittimhout; vijf aan de berderen van de ene zijde des tabernakels; 27 En vijf richelen aan de berderen van de andere zijde des tabernakels; alsook vijf richelen aan de berderen van de zijde des tabernakels, aan de beide zijden westwaarts. 28 En de middelste richel zal midden aan de berderen zijn, doorschietende van het ene einde tot het andere einde. 29 En gij zult de berderen met goud overtrekken, en hun ringen (de plaatsen voor de richelen) zult gij van goud maken; de richelen zult gij ook met goud overtrekken.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ex 36:20-28
    9 verzen
    92%

    20Hij maakte ook aan den tabernakel berderen van staand sittimhout.

    21De lengte van een berd was tien ellen, en ene el en ene halve el was de breedte van elk berd.

    22Twee houvasten had een berd, als sporten in een ladder gezet, het ene nevens het andere; alzo maakte hij het met al de berderen des tabernakels.

    23Hij maakte ook de berderen tot den tabernakel; twintig berderen naar de zuidzijde zuidwaarts.

    24En hij maakte veertig zilveren voeten onder de twintig berderen; twee voeten onder een berd, aan zijn twee houvasten, en twee voeten onder een ander berd, aan zijn twee houvasten.

    25Hij maakte ook twintig berderen aan de andere zijde des tabernakels, aan den noorderhoek.

    26Met hun veertig zilveren voeten; twee voeten onder een berd, en twee voeten onder een ander berd.

    27Doch aan de zijde des tabernakels tegen het westen, maakte hij zes berderen.

    28Ook maakte hij twee berderen tot hoekberderen des tabernakels, aan de beide zijden.

  • Ex 26:25-32
    8 verzen
    89%

    25Alzo zullen de acht berderen zijn met hun zilveren voeten, zijnde zestien voeten; twee voeten onder een berd, wederom twee voeten onder een berd.

    26Gij zult ook richelen maken van sittimhout; vijf aan de berderen van de ene zijde des tabernakels;

    27En vijf richelen aan de berderen van de andere zijde des tabernakels; alsook vijf richelen aan de berderen van de zijde des tabernakels, aan de beide zijden westwaarts.

    28En de middelste richel zal midden aan de berderen zijn, doorschietende van het ene einde tot het andere einde.

    29En gij zult de berderen met goud overtrekken, en hun ringen (de plaatsen voor de richelen) zult gij van goud maken; de richelen zult gij ook met goud overtrekken.

    30Dan zult gij den tabernakel oprichten naar zijn wijze, die u op den berg getoond is.

    31Daarna zult gij een voorhang maken, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen; van het allerkunstelijkste werk zal men dien maken, met cherubim.

    32En gij zult hem hangen aan vier pilaren van sittim hout, met goud overtogen; hun haken zullen van goud zijn; staande op vier zilveren voeten.

  • Ex 26:16-23
    8 verzen
    87%

    16De lengte van een berd zal tien ellen zijn, en een el en een halve el zal de breedte van elk berd zijn.

    17Twee houvasten zal een berd hebben, als sporten in een ladder gezet, het ene nevens het andere; alzo zult gij het met al de berderen des tabernakels maken.

    18En de berderen tot den tabernakel zult gij aldus maken; twintig berderen naar de zuidzijde zuidwaarts.

    19Gij zult ook veertig zilveren voeten maken onder de twintig berderen; twee voeten onder een berd, aan zijn twee houvasten, en twee voeten onder een ander berd, aan zijn twee houvasten.

    20Er zullen ook twintig berderen zijn aan de andere zijde des tabernakels, aan den noorderhoek,

    21Met hun veertig zilveren voeten; twee voeten onder een berd, en twee voeten onder een ander berd.

    22Doch aan de zijde des tabernakels tegen het westen zult gij zes berderen maken.

    23Ook zult gij twee berderen maken tot de hoekberderen des tabernakels, aan de beide zijden.

  • Ex 36:30-32
    3 verzen
    84%

    30Alzo waren er acht berderen met hun zilveren voeten, zijnde zestien voeten: twee voeten onder elk berd.

    31Hij maakte ook richelen van sittimhout; vijf aan de berderen der ene zijde des tabernakels;

    32En vijf richelen aan de berderen van de andere zijde des tabernakels; alsook vijf richelen aan de berderen des tabernakels, aan de beide zijden westwaarts.

  • 23Gij zult ook een tafel maken van sittimhout; twee ellen zal haar lengte zijn, en een el haar breedte, en een el en een halve zal haar hoogte zijn.

  • 10Hij maakte ook een tafel van sittimhout; twee ellen was haar lengte, en een el haar breedte; en een el en een halve haar hoogte.

  • 8Gij zult hetzelve hol van planken maken; gelijk als Hij u op den berg gewezen heeft, alzo zullen zij doen.

  • 28Deze handbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult dezelve met goud overtrekken; en de tafel zal daaraan gedragen worden.

  • 13En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud.

  • 10Zo zullen zij een ark van sittimhout maken; twee ellen en een halve zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte.

  • 5De draagbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult die met goud overtrekken.

  • 6Gij zult ook handbomen maken tot het altaar, handbomen van sittimhout; en gij zult ze met koper overtrekken.

  • 14Gij zult ook voor de tent een deksel maken van roodgeverfde ramsvellen, en daarover een deksel van dassenvellen.

  • 1Gij zult ook een reukaltaar des reukwerks maken; van sittimhout zult gij het maken.

  • 15Hij maakte ook de handbomen van sittimhout; en hij overtrok ze met goud, om de tafel te dragen.

  • 5En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout;

  • 1Gij zult ook een altaar maken van sittimhout; vijf ellen zal de lengte zijn, en vijf ellen de breedte (vierkant zal dit altaar zijn), en drie ellen zijn hoogte.

  • 36En hij maakte daartoe vier pilaren van sittim hout, die hij overtrok met goud; hun haken waren van goud, en hij goot hun vier zilveren voeten.

  • 7En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout;

  • 37En gij zult tot dit deksel vijf pilaren van sittim hout maken, en die met goud overtrekken; hun haken zullen van goud zijn; en gij zult hun vijf koperen voeten gieten.

  • 6En hij maakte de handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met koper.

  • 4En hij maakte handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met goud.

  • 11De tabernakel, zijn tent en zijn deksel, zijn haakjes en zijn berderen, zijn richelen, zijn pilaren, en zijn voeten;

  • 28En hij maakte de handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met goud.

  • 1Alzo maakte Bezaleel de ark van sittimhout; twee ellen en een halve was haar lengte, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte.

  • 1Den tabernakel nu zult gij maken van tien gordijnen, van fijn getweernd linnen, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken, met cherubim; van het allerkunstelijkste werk zult gij ze maken.