Exodus 36:32

Statenvertaling (States Bible)

En vijf richelen aan de berderen van de andere zijde des tabernakels; alsook vijf richelen aan de berderen des tabernakels, aan de beide zijden westwaarts.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ex 26:26 : 26 Gij zult ook richelen maken van sittimhout; vijf aan de berderen van de ene zijde des tabernakels;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ex 26:25-29
    5 verzen
    94%

    25Alzo zullen de acht berderen zijn met hun zilveren voeten, zijnde zestien voeten; twee voeten onder een berd, wederom twee voeten onder een berd.

    26Gij zult ook richelen maken van sittimhout; vijf aan de berderen van de ene zijde des tabernakels;

    27En vijf richelen aan de berderen van de andere zijde des tabernakels; alsook vijf richelen aan de berderen van de zijde des tabernakels, aan de beide zijden westwaarts.

    28En de middelste richel zal midden aan de berderen zijn, doorschietende van het ene einde tot het andere einde.

    29En gij zult de berderen met goud overtrekken, en hun ringen (de plaatsen voor de richelen) zult gij van goud maken; de richelen zult gij ook met goud overtrekken.

  • Ex 36:20-31
    12 verzen
    92%

    20Hij maakte ook aan den tabernakel berderen van staand sittimhout.

    21De lengte van een berd was tien ellen, en ene el en ene halve el was de breedte van elk berd.

    22Twee houvasten had een berd, als sporten in een ladder gezet, het ene nevens het andere; alzo maakte hij het met al de berderen des tabernakels.

    23Hij maakte ook de berderen tot den tabernakel; twintig berderen naar de zuidzijde zuidwaarts.

    24En hij maakte veertig zilveren voeten onder de twintig berderen; twee voeten onder een berd, aan zijn twee houvasten, en twee voeten onder een ander berd, aan zijn twee houvasten.

    25Hij maakte ook twintig berderen aan de andere zijde des tabernakels, aan den noorderhoek.

    26Met hun veertig zilveren voeten; twee voeten onder een berd, en twee voeten onder een ander berd.

    27Doch aan de zijde des tabernakels tegen het westen, maakte hij zes berderen.

    28Ook maakte hij twee berderen tot hoekberderen des tabernakels, aan de beide zijden.

    29En zij waren van beneden als tweelingen samengevoegd, zij waren ook als tweelingen aan deszelfs oppereinde samengevoegd met een ring; alzo deed hij met die beide, aan de twee hoeken.

    30Alzo waren er acht berderen met hun zilveren voeten, zijnde zestien voeten: twee voeten onder elk berd.

    31Hij maakte ook richelen van sittimhout; vijf aan de berderen der ene zijde des tabernakels;

  • Ex 36:33-34
    2 verzen
    87%

    33En hij maakte de middelste richel doorschietende in het midden der berderen, van het ene einde tot het andere einde.

    34En hij overtrok de berderen met goud, en hun ringen (de plaatsen voor de richelen) maakte hij van goud; de richelen overtrok hij ook met goud.

  • Ex 26:15-23
    9 verzen
    83%

    15Gij zult ook tot den tabernakel staande berderen maken van sittimhout.

    16De lengte van een berd zal tien ellen zijn, en een el en een halve el zal de breedte van elk berd zijn.

    17Twee houvasten zal een berd hebben, als sporten in een ladder gezet, het ene nevens het andere; alzo zult gij het met al de berderen des tabernakels maken.

    18En de berderen tot den tabernakel zult gij aldus maken; twintig berderen naar de zuidzijde zuidwaarts.

    19Gij zult ook veertig zilveren voeten maken onder de twintig berderen; twee voeten onder een berd, aan zijn twee houvasten, en twee voeten onder een ander berd, aan zijn twee houvasten.

    20Er zullen ook twintig berderen zijn aan de andere zijde des tabernakels, aan den noorderhoek,

    21Met hun veertig zilveren voeten; twee voeten onder een berd, en twee voeten onder een ander berd.

    22Doch aan de zijde des tabernakels tegen het westen zult gij zes berderen maken.

    23Ook zult gij twee berderen maken tot de hoekberderen des tabernakels, aan de beide zijden.

  • 36En hij maakte daartoe vier pilaren van sittim hout, die hij overtrok met goud; hun haken waren van goud, en hij goot hun vier zilveren voeten.

  • 11De tabernakel, zijn tent en zijn deksel, zijn haakjes en zijn berderen, zijn richelen, zijn pilaren, en zijn voeten;

  • 37En gij zult tot dit deksel vijf pilaren van sittim hout maken, en die met goud overtrekken; hun haken zullen van goud zijn; en gij zult hun vijf koperen voeten gieten.

  • Ex 38:12-13
    2 verzen
    74%

    12En aan den westerhoek waren behangselen van vijftig ellen, hun pilaren tien en derzelver voeten tien; de haken der pilaren en hun banden waren van zilver.

    13En aan den oosterhoek tegen den opgang waren vijftig ellen.

  • 36En het opzicht der wachten van de zonen van Merari zal zijn over de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten, en al zijn gereedschap, en al wat tot zijn dienst behoort;

  • 5De draagbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult die met goud overtrekken.

  • 31Dit zal nu zijn de onderhouding van hun last, naar al hun dienst, in de tent der samenkomst: de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten;

  • 18Want Mozes richtte den tabernakel op, en zette zijn voeten, en stelde zijn berderen, en zette zijn richelen daaraan, en hij richtte deszelfs pilaren op.

  • Ex 38:5-6
    2 verzen
    73%

    5En hij goot vier ringen aan de vier einden des koperen roosters, tot plaatsen voor de handbomen.

    6En hij maakte de handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met koper.

  • 32En gij zult hem hangen aan vier pilaren van sittim hout, met goud overtogen; hun haken zullen van goud zijn; staande op vier zilveren voeten.

  • 12En in de breedte des voorhofs, aan den westerhoek, zullen behangselen zijn van vijftig ellen; hun pilaren tien, en derzelver voeten tien.

  • Ex 37:4-5
    2 verzen
    73%

    4En hij maakte handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met goud.

    5En hij stak de handbomen in de ringen, aan de zijden der ark, om de ark te dragen.

  • 15Hij maakte ook de handbomen van sittimhout; en hij overtrok ze met goud, om de tafel te dragen.

  • 33Daarna brachten zij den tabernakel tot Mozes, de tent, en al haar gereedschap, haar haakjes, haar berderen, haar richelen, en haar pilaren, en haar voeten;

  • 16En hij voegde vijf gordijnen samen bijzonder; wederom zes dezer gordijnen bijzonder.

  • 38En de vijf pilaren daarvan, en hun haken; en hij overtrok hun hoofden en derzelver banden met goud; en hun vijf voeten waren van koper.

  • 27Tegenover de lijst zullen de ringen zijn, tot plaatsen voor de handbomen, om de tafel te dragen.

  • 1Voorts bracht hij mij tot den tempel; en hij mat de posten, zes ellen de breedte van deze, en zes ellen de breedte van gene zijde, de breedte der tent.

  • 12En giet voor haar vier gouden ringen, en zet die aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op de ene zijde derzelve zijn, en twee ringen op haar andere zijde.