Exodus 37:14

Statenvertaling (States Bible)

Tegenover de lijst waren de ringen tot plaatsen voor de handbomen, om de tafel te dragen.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ex 25:26-28
    3 verzen
    94%

    26Ook zult gij vier gouden ringen daaraan maken; en gij zult de ringen zetten aan de vier hoeken, die aan derzelver vier voeten zijn zullen.

    27Tegenover de lijst zullen de ringen zijn, tot plaatsen voor de handbomen, om de tafel te dragen.

    28Deze handbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult dezelve met goud overtrekken; en de tafel zal daaraan gedragen worden.

  • Ex 37:15-16
    2 verzen
    86%

    15Hij maakte ook de handbomen van sittimhout; en hij overtrok ze met goud, om de tafel te dragen.

    16En hij maakte het gereedschap, dat op de tafel zijn zoude, haar schotelen, en haar reukschalen, en haar kroezen, en haar platelen (met welke ze bedekt zoude worden), van louter goud.

  • Ex 37:10-13
    4 verzen
    86%

    10Hij maakte ook een tafel van sittimhout; twee ellen was haar lengte, en een el haar breedte; en een el en een halve haar hoogte.

    11En hij overtrok ze met louter goud; en hij maakte een gouden krans daaraan, rondom.

    12Hij maakte daaraan ook een lijst rondom, een hand breed; en hij maakte een gouden krans rondom derzelver lijst.

    13Hij goot ook vier gouden ringen daaraan; en hij zette de ringen aan de vier hoeken, die aan derzelver vier voeten waren.

  • Ex 37:26-28
    3 verzen
    83%

    26En hij overtrok het met louter goud, zijn dak, en zijn wanden rondom, alsook zijn hoornen; en hij maakte het een gouden krans rondom.

    27Hij maakte ook twee gouden ringen daaraan, onder zijn krans, aan zijn twee hoeken, aan zijn beide zijden, tot plaatsen voor de handbomen, dat men het daarmede droeg.

    28En hij maakte de handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met goud.

  • Ex 37:3-5
    3 verzen
    82%

    3En hij goot voor dezelve vier gouden ringen, aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op derzelver ene zijde waren, en twee ringen op haar andere zijde.

    4En hij maakte handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met goud.

    5En hij stak de handbomen in de ringen, aan de zijden der ark, om de ark te dragen.

  • Ex 30:4-5
    2 verzen
    82%

    4Gij zult ook twee gouden ringen daaraan maken, onder zijn krans; aan zijn twee zijden zult gij dezelve maken, aan zijn beide zijden; en zij zullen zijn tot plaatsen voor de handbomen, dat men het daarmede drage.

    5De draagbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult die met goud overtrekken.

  • Ex 38:5-7
    3 verzen
    79%

    5En hij goot vier ringen aan de vier einden des koperen roosters, tot plaatsen voor de handbomen.

    6En hij maakte de handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met koper.

    7En hij deed de handbomen in de ringen, aan de zijden des altaars, dat men het met dezelve droeg; hij maakte hetzelve hol van planken.

  • Ex 25:12-15
    4 verzen
    79%

    12En giet voor haar vier gouden ringen, en zet die aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op de ene zijde derzelve zijn, en twee ringen op haar andere zijde.

    13En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud.

    14En steek de handbomen in de ringen, die aan de zijde der ark zijn, dat men de ark daarmede drage.

    15De draagbomen zullen in de ringen der ark zijn; zij zullen er niet uitgetogen worden.

  • Ex 27:6-7
    2 verzen
    77%

    6Gij zult ook handbomen maken tot het altaar, handbomen van sittimhout; en gij zult ze met koper overtrekken.

    7En de handbomen zullen in de ringen gedaan worden, alzo dat de handbomen zijn aan beide zijden des altaars, als men het draagt.

  • Ex 35:12-14
    3 verzen
    76%

    12De ark en haar handbomen, het verzoendeksel en den voorhang des deksels;

    13De tafel en haar handbomen, en al haar gereedschap, en de toonbroden;

    14En den kandelaar tot het licht, en zijn gereedschap, en zijn lampen, en de olie tot het licht;

  • Ex 36:32-34
    3 verzen
    75%

    32En vijf richelen aan de berderen van de andere zijde des tabernakels; alsook vijf richelen aan de berderen des tabernakels, aan de beide zijden westwaarts.

    33En hij maakte de middelste richel doorschietende in het midden der berderen, van het ene einde tot het andere einde.

    34En hij overtrok de berderen met goud, en hun ringen (de plaatsen voor de richelen) maakte hij van goud; de richelen overtrok hij ook met goud.

  • Ex 39:35-36
    2 verzen
    74%

    35De ark der getuigenis, en haar handbomen, en het verzoendeksel;

    36De tafel, met al haar gereedschap, en de toonbroden;

  • 29En gij zult de berderen met goud overtrekken, en hun ringen (de plaatsen voor de richelen) zult gij van goud maken; de richelen zult gij ook met goud overtrekken.

  • 22Hij zette ook de tafel in de tent der samenkomst, aan de zijde des tabernakels tegen het noorden, buiten den voorhang.

  • 36En hij maakte daartoe vier pilaren van sittim hout, die hij overtrok met goud; hun haken waren van goud, en hij goot hun vier zilveren voeten.

  • 8Daarna zullen zij een scharlaken kleed daarover uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen.

  • 34En er waren vier schouderen op de vier hoeken ener stelling; haar schouderen waren uit de stelling.

  • 4Gij zult het een rooster maken van koperen netwerk; en gij zult aan dat net vier koperen ringen maken aan zijn vier einden.

  • 35De tafel nu zult gij zetten buiten den voorhang, en den kandelaar tegen de tafel over, aan de ene zijde des tabernakels, zuidwaarts; maar de tafel zult gij zetten aan de noordzijde.

  • 71%

    40Ook waren er aan de zijde van buiten des opgangs, aan de deur der noorderpoort, twee tafelen; en aan de andere zijde, die aan het voorhuis der poort was, twee tafelen.

    41Vier tafelen van deze, en vier tafelen van gene zijde, aan de zijde der poort, acht tafelen, waarop men slachtte.

    42Maar de vier tafelen voor het brandoffer waren van gehouwen stenen, de lengte een el en een halve, en de breedte een el en een halve, en de hoogte een el; op dezelve nu legde men het gereedschap henen, waarmede men het brandoffer en slachtoffer slachtte.

    43De haardstenen nu waren een handbreed dik, ordentelijk geschikt in het huis rondom henen; en op de tafelen was het offervlees.

  • 32En gij zult hem hangen aan vier pilaren van sittim hout, met goud overtogen; hun haken zullen van goud zijn; staande op vier zilveren voeten.

  • 29En zij waren van beneden als tweelingen samengevoegd, zij waren ook als tweelingen aan deszelfs oppereinde samengevoegd met een ring; alzo deed hij met die beide, aan de twee hoeken.

  • 24En gij zult ze met louter goud overtrekken; gij zult ook een gouden krans daaraan maken, rondom heen.

  • 8En de tafel, met haar gereedschap; en den louteren kandelaar, met al zijn gereedschap; en het reukaltaar;

  • 28En dit was het werk der stelling; zij hadden lijsten, en de lijsten waren tussen kransen.