Genesis 1:5

Statenvertaling (States Bible)

En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 74:16 : 16 De dag is Uwe, ook is de nacht Uwe; Gij hebt het licht en de zon bereid.
  • Ps 104:20 : 20 Gij beschikt de duisternis, en het wordt nacht, in denwelken al het gedierte des wouds uittreedt:
  • Jes 45:7 : 7 Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak den vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen.
  • Jer 33:20 : 20 Alzo zegt de HEERE: Indien gijlieden Mijn verbond van den dag; en Mijn verbond van den nacht kondt vernietigen, zodat dag en nacht niet zijn op hun tijd;
  • 1 Kor 3:13 : 13 Eens iegelijks werk zal openbaar worden; want de dag zal het verklaren, dewijl het door vuur ontdekt wordt; en hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven.
  • Gen 1:8 : 8 En God noemde het uitspansel hemel. En het was avond geweest, en het was morgen geweest, de tweede dag.
  • Gen 1:13 : 13 Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de derde dag.
  • Gen 1:19 : 19 Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vierde dag.
  • Gen 1:23 : 23 Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag.
  • Gen 1:31 : 31 En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.
  • Gen 8:22 : 22 Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.
  • Ps 19:2 : 2 De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.
  • Ef 5:13 : 13 Maar al deze dingen, van het licht bestraft zijnde, worden openbaar; want al wat openbaar maakt, is licht.
  • 1 Thess 5:5 : 5 Gij zijt allen kinderen des lichts, en kinderen des daags; wij zijn niet des nachts, noch der duisternis.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Gen 1:1-4
    4 verzen
    87%

    1In den beginne schiep God den hemel en de aarde.

    2De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.

    3En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.

    4En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis.

  • Gen 1:6-24
    19 verzen
    85%

    6En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren!

    7En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn. En het was alzo.

    8En God noemde het uitspansel hemel. En het was avond geweest, en het was morgen geweest, de tweede dag.

    9En God zeide: Dat de wateren van onder de hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! en het was alzo.

    10En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeen; en God zag, dat het goed was.

    11En God zeide: Dat de aarde uitschiete gras, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzo.

    12En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.

    13Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de derde dag.

    14En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren!

    15En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo.

    16God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren.

    17En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde.

    18En om te heersen op den dag, en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was.

    19Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vierde dag.

    20En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels!

    21En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.

    22En God zegende ze, zeggende: Zijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeen; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde!

    23Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag.

    24En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.

  • 31En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.

  • Gen 2:3-4
    2 verzen
    73%

    3En God heeft den zevende dag gezegend, en die geheiligd; omdat Hij op denzelven gerust heeft van al Zijn werk, hetwelk God geschapen had, om te volmaken.

    4Dit zijn de geboorten des hemels en der aarde, als zij geschapen werden; ten dage als de HEERE God de aarde en den hemel maakte.

  • 5En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is, en gans geen duisternis in Hem is.

  • Joh 1:1-5
    5 verzen
    71%

    1In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.

    2Dit was in den beginne bij God.

    3Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.

    4In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen.

    5En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen.

  • Gen 5:1-2
    2 verzen
    71%

    1Dit is het boek van Adams geslacht. Ten dage als God den mens schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods.

    2Man en vrouw schiep Hij hen, en zegende ze, en noemde hun naam Mens, ten dage als zij geschapen werden.

  • 23Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook naar den hemel, en zijn licht was er niet.

  • Gen 1:26-27
    2 verzen
    69%

    26En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.

    27En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.

  • 7Maar het zal een enige dag zijn, die den HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen.

  • 1Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir.

  • 12Den nacht verstellen zij in den dag; het licht is nabij den ondergang vanwege de duisternis.

  • 16De dag is Uwe, ook is de nacht Uwe; Gij hebt het licht en de zon bereid.

  • Ps 19:1-2
    2 verzen
    68%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

    2De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.

  • 12Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.

  • 5Ook rijst de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij oprees.

  • 20Zal dan niet des HEEREN dag duisternis zijn, en geen licht? En donkerheid, zodat er geen glans aan zij?

  • 12Hebt gij van uw dagen den morgenstond geboden? Hebt gij den dageraad zijn plaats aangewezen;

  • 15Die dag zal een dag der verbolgenheid zijn; een dag der benauwdheid en des angstes, een dag der woestheid en verwoesting, een dag der duisternis en der donkerheid, een dag der wolk en der dikke donkerheid;