Genesis 11:32
En de dagen van Terah waren tweehonderd en vijf jaren, en Terah stierf te Haran.
En de dagen van Terah waren tweehonderd en vijf jaren, en Terah stierf te Haran.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
22En Serug leefde dertig jaren, en gewon Nahor.
23En Serug leefde, nadat hij Nahor gewonnen had, tweehonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
24En Nahor leefde negen en twintig jaren, en gewon Terah.
25En Nahor leefde, nadat hij Terah gewonnen had, honderd en negentien jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
26En Terah leefde zeventig jaren, en gewon Abram, Nahor en Haran.
27En deze zijn de geboorten van Terah: Terah gewon Abram, Nahor en Haran; en Haran gewon Lot.
28En Haran stierf voor het aangezicht zijns vaders Terah, in het land zijner geboorte, in Ur der Chaldeen.
31En Terah nam Abram, zijn zoon, en Lot, Harans zoon, zijns zoons zoon, en Sarai, zijn schoondochter, de huisvrouw van zijn zoon Abram, en zij togen met hen uit Ur der Chaldeen, om te gaan naar het land Kanaan; en zij kwamen tot Haran, en woonden aldaar.
20Zo waren al de dagen van Jered negenhonderd twee en zestig jaren; en hij stierf.
7Dit nu zijn de dagen der jaren des levens van Abraham, welke hij geleefd heeft, honderd vijf en zeventig jaren.
8En Abraham gaf den geest en stierf, in goede ouderdom, oud en des levens zat, en hij werd tot zijn volken verzameld.
4En Abram toog heen, gelijk de HEERE tot hem gesproken had; en Lot toog met hem; en Abram was vijf en zeventig jaren oud, toen hij uit Haran ging.
5Zo waren al de dagen van Adam, die hij leefde, negenhonderd jaren, en dertig jaren; en hij stierf.
26Serug, Nahor, Terah,
17Zo waren al de dagen van Mahalal-el achthonderd vijf en negentig jaren; en hij stierf.
28En de dagen van Izak waren honderd jaren, en tachtig jaren.
29Zo waren al de dagen van Noach negenhonderd en vijftig jaren; en hij stierf.
14Zo waren al de dagen van Kenan negenhonderd en tien jaren; en hij stierf.
31Zo waren al de dagen van Lamech zevenhonderd zeven en zeventig jaren; en hij stierf.
11Zo waren al de dagen van Enos negenhonderd en vijf jaren; en hij stierf.
1En het leven van Sara was honderd zeven en twintig jaren; dit waren de jaren des levens van Sara.
2En Sara stierf te Kiriath-Arba, dat is Hebron, in het land Kanaan; en Abraham kwam om Sara te beklagen, en haar te bewenen.
27Zo waren al de dagen van Methusalach negenhonderd negen en zestig jaren; en hij stierf.
8Zo waren al de dagen van Seth negenhonderd en twaalf jaren; en hij stierf.
16En Heber leefde vier en dertig jaren, en gewon Peleg.
17En dit zijn de jaren des levens van Ismael, honderd zeven en dertig jaren; en hij gaf den geest, en stierf, en hij werd verzameld tot zijn volken.