1 Kronieken 1:26
Serug, Nahor, Terah,
Serug, Nahor, Terah,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
24Sem, Arfachsad, Selah,
25Heber, Peleg, Rehu,
22En Serug leefde dertig jaren, en gewon Nahor.
23En Serug leefde, nadat hij Nahor gewonnen had, tweehonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
24En Nahor leefde negen en twintig jaren, en gewon Terah.
25En Nahor leefde, nadat hij Terah gewonnen had, honderd en negentien jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
26En Terah leefde zeventig jaren, en gewon Abram, Nahor en Haran.
27En deze zijn de geboorten van Terah: Terah gewon Abram, Nahor en Haran; en Haran gewon Lot.
28En Haran stierf voor het aangezicht zijns vaders Terah, in het land zijner geboorte, in Ur der Chaldeen.
29En Abram en Nahor namen zich vrouwen; de naam van Abrams huisvrouw was Sarai, en de naam van Nahors huisvrouw was Milka, een dochter van Haran, vader van Milka, en vader van Jiska.
27Abram; die is Abraham.
28De kinderen van Abraham waren Izak en Ismael.
34Den zoon van Jakob, den zoon van Izak, den zoon van Abraham, den zoon van Thara, den zoon van Nachor,
35Den zoon van Saruch, den zoon van Ragau, den zoon van Falek, den zoon van Heber, den zoon van Sala,
36Den zoon van Kainan, den zoon van Arfaxad, den zoon van Sem, den zoon van Noe, den zoon van Lamech,
37Den zoon van Mathusala, den zoon van Enoch, den zoon van Jared, den zoon van Malaleel, den zoon van Kainan,
1Adam, Seth, Enos,
2Kenan, Mahalal-el, Jered,
3Henoch, Methusalah, Lamech,
4Noach, Sem, Cham en Jafeth.
17De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.
18Arfachsad nu gewon Selah, en Selah gewon Heber.
19Aan Heber nu zijn twee zonen geboren; de naam des enen was Peleg, omdat in zijn dagen het aardrijk verdeeld is, en de naam zijns broeders was Joktan.
20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,
24En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.
31En Terah nam Abram, zijn zoon, en Lot, Harans zoon, zijns zoons zoon, en Sarai, zijn schoondochter, de huisvrouw van zijn zoon Abram, en zij togen met hen uit Ur der Chaldeen, om te gaan naar het land Kanaan; en zij kwamen tot Haran, en woonden aldaar.
32En de dagen van Terah waren tweehonderd en vijf jaren, en Terah stierf te Haran.
26En Joktan gewon Almodad, en selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,
1Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den zoon van Abraham.
2Abraham gewon Izak, en Izak gewon Jakob, en Jakob gewon Juda, en zijn broeders;
3En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar; en Fares gewon Esrom, en Esrom gewon Aram;
34Abraham nu gewon Izak. De zonen van Izak waren Ezau en Israel.
22En Ebal, en Abimael, en Scheba,
19Dit nu zijn de geboorten van Izak, den zoon van Abraham: Abraham gewon Izak.
22Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.
31Jetur, Nafis, en Kedma; deze zijn de kinderen van Ismael.
20En Rehu leefde twee en dertig jaren, en hij gewon Serug.