Genesis 10:24
En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.
En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
17De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.
18Arfachsad nu gewon Selah, en Selah gewon Heber.
19Aan Heber nu zijn twee zonen geboren; de naam des enen was Peleg, omdat in zijn dagen het aardrijk verdeeld is, en de naam zijns broeders was Joktan.
20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,
22En Ebal, en Abimael, en Scheba,
23En Ofir, en Havila, en Jobab. Alle dezen waren zonen van Joktan.
24Sem, Arfachsad, Selah,
25Heber, Peleg, Rehu,
26Serug, Nahor, Terah,
10Deze zijn de geboorten van Sem: Sem was honderd jaren oud, en gewon Arfachsad, twee jaren na den vloed.
11En Sem leefde, nadat hij Arfachsad gewonnen had, vijfhonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
12En Arfachsad leefde vijf en dertig jaren, en hij gewon Selah.
13En Arfachsad leefde, nadat hij Selah gewonnen had, vierhonderd en drie jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
14En Selah leefde dertig jaren, en hij gewon Heber.
15En Selah leefde, nadat hij Heber gewonnen had, vierhonderd en drie jaren, en hij gewon zonen en dochteren.
16En Heber leefde vier en dertig jaren, en gewon Peleg.
17En Heber leefde, nadat hij Peleg gewonnen had, vierhonderd en dertig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
25En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Peleg; want in zijn dagen is de aarde verdeeld; en zijns broeders naam was Joktan.
26En Joktan gewon Almodad, en selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,
27En Hadoram, en Usal, en Dikla,
28En Obal, en Abimael, en Scheba,
34Den zoon van Jakob, den zoon van Izak, den zoon van Abraham, den zoon van Thara, den zoon van Nachor,
35Den zoon van Saruch, den zoon van Ragau, den zoon van Falek, den zoon van Heber, den zoon van Sala,
36Den zoon van Kainan, den zoon van Arfaxad, den zoon van Sem, den zoon van Noe, den zoon van Lamech,
37Den zoon van Mathusala, den zoon van Enoch, den zoon van Jared, den zoon van Malaleel, den zoon van Kainan,
21Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.
22Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.
23En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.
18En aan Henoch werd Hirad geboren; en Hirad gewon Mechujael; en Mechujael gewon Methusael; en Methusael gewon Lamech.
2Kenan, Mahalal-el, Jered,
3Henoch, Methusalah, Lamech,
34Abraham nu gewon Izak. De zonen van Izak waren Ezau en Israel.
1Benjamin nu gewon Bela, zijn eerstgeborene, Asbel, den tweede, en Ahrah, den derde,
20Van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;
1Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed.
27En deze zijn de geboorten van Terah: Terah gewon Abram, Nahor en Haran; en Haran gewon Lot.
15En Kanaan gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,
2Abraham gewon Izak, en Izak gewon Jakob, en Jakob gewon Juda, en zijn broeders;
3En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar; en Fares gewon Esrom, en Esrom gewon Aram;
10Cusch nu gewon Nimrod; die begon geweldig te zijn op aarde.
11En Chelub, de broeder van Suha, gewon Mechir; hij is de vader van Eston.
13Kanaan nu gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,
31De kinderen van Beria nu waren Heber en Malchiel; hij is de vader van Birzavith.
10En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.
37En Zabad gewon Eflal, en Eflal gewon Obed,
7En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan.
19Dit nu zijn de geboorten van Izak, den zoon van Abraham: Abraham gewon Izak.