Mattheüs 1:2
Abraham gewon Izak, en Izak gewon Jakob, en Jakob gewon Juda, en zijn broeders;
Abraham gewon Izak, en Izak gewon Jakob, en Jakob gewon Juda, en zijn broeders;
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
1Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den zoon van Abraham.
3En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar; en Fares gewon Esrom, en Esrom gewon Aram;
4En Aram gewon Aminadab, en Aminadab gewon Nahasson, en Nahasson gewon Salmon;
5En Salmon gewon Booz bij Rachab, en Booz gewon Obed bij Ruth, en Obed gewon Jessai;
6En Jessai gewon David, den koning; en David, den koning, gewon Salomon bij degene, die Uria's vrouw was geweest;
7En Salomon gewon Roboam, en Roboam gewon Abia, en Abia gewon Asa;
8En Asa gewon Josafat, en Josafat gewon Joram, en Joram gewon Ozias;
9En Ozias gewon Joatham, en Joatham gewon Achaz, en Achaz gewon Ezekias;
10En Ezekias gewon Manasse, en Manasse gewon Amon, en Amon gewon Josias;
11En Josias gewon Jechonias, en zijn broeders, omtrent de Babylonische overvoering.
12En na de Babylonische overvoering gewon Jechonias Salathiel, en Salathiel gewon Zorobabel;
13En Zorobabel gewon Abiud, en Abiud gewon Eljakim, en Eljakim gewon Azor;
14En Azor gewon Sadok, en Sadok gewon Achim, en Achim gewon Eliud;
15En Eliud gewon Eleazar, en Eleazar gewon Matthan, en Matthan gewon Jakob;
16En Jakob gewon Jozef, den man van Maria, uit welke geboren is JEZUS, gezegd Christus.
17Al de geslachten dan, van Abraham tot David, zijn veertien geslachten; en van David tot de Babylonische overvoering, zijn veertien geslachten; en van de Babylonische overvoering tot Christus, zijn veertien geslachten.
34Abraham nu gewon Izak. De zonen van Izak waren Ezau en Israel.
35En de kinderen van Ezau: Elifaz, Rehuel, en Jehus, en Jaelam, en Korah.
1Dit nu zijn de namen der zonen van Israel, die in Egypte gekomen zijn, met Jakob; zij kwamen er in, elk met zijn huis.
2Ruben, Simeon, Levi, en Juda;
3Issaschar, Zebulon, en Benjamin;
33Den zoon van Aminadab, den zoon van Aram, den zoon van Esrom, den zoon van Fares, den zoon van Juda,
34Den zoon van Jakob, den zoon van Izak, den zoon van Abraham, den zoon van Thara, den zoon van Nachor,
19Dit nu zijn de geboorten van Izak, den zoon van Abraham: Abraham gewon Izak.
26Serug, Nahor, Terah,
27Abram; die is Abraham.
28De kinderen van Abraham waren Izak en Ismael.
12En Boaz gewon Obed, en Obed gewon Isai,
24Den zoon van Matthat, den zoon van Levi, den zoon van Melchi, den zoon van Janna, den zoon van Jozef,
25Den zoon van Mattathias, den zoon van Amos, den zoon van Naum, den zoon van Esli, den zoon van Naggai,
26Den zoon van Maath, den zoon van Mattathias, den zoon van Semei, den zoon van Jozef, den zoon van Juda,
8En Hij gaf hem het verbond der besnijdenis; en alzo gewon hij Izak, en besneed hem op den achtsten dag; en Izak gewon Jakob, en Jakob de twaalf patriarchen.
22En Obed gewon Isai; en Isai gewon David.
1Dezen zijn de kinderen van Israel: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issaschar en Zebulon,
2Dan, Jozef en Benjamin, Nafthali, Gad en Aser.
29Den zoon van Joses, den zoon van Eliezer, den zoon van Jorim, den zoon van Matthat, den zoon van Levi,
30Den zoon van Simeon, den zoon van Juda, den zoon van Jozef, den zoon van Jonan, den zoon van Eljakim,
31Den zoon van Meleas, den zoon van Mainan, den zoon van Mattatha, den zoon van Nathan, den zoon van David,
2Want Juda werd machtig onder zijn broederen, en die tot een voorganger was, was uit hem; doch de eerstgeboorte was van Jozef.)
1Benjamin nu gewon Bela, zijn eerstgeborene, Asbel, den tweede, en Ahrah, den derde,
23De zonen van Lea waren: Ruben, Jakobs eerstgeborene, daarna Simeon, en Levi, en Juda, en Issaschar, en Zebulon.
27En deze zijn de geboorten van Terah: Terah gewon Abram, Nahor en Haran; en Haran gewon Lot.
4Maar Thamar, zijn schoondochter, baarde hem Perez en Zerah. Al de zonen van Juda waren vijf.
10Ram nu gewon Amminadab, en Amminadab gewon Nahesson, den vorst der kinderen van Juda;
18Arfachsad nu gewon Selah, en Selah gewon Heber.
10Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,
18Dit nu zijn de geboorten van Perez: Perez gewon Hezron;
10En niet alleenlijk deze, maar ook Rebekka is daarvan een bewijs, als zij uit een bevrucht was, namelijk Izaak, onzen Vader.
20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,
9En Ahimaaz gewon Azarja, en Azarja gewon Johanan;