1 Kronieken 6:9

Statenvertaling (States Bible)

En Ahimaaz gewon Azarja, en Azarja gewon Johanan;

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 86%

    10En Johanan gewon Azarja. Hij is het, die het priesterambt bediende in het huis, dat Salomo te Jeruzalem gebouwd had.

    11En Azarja gewon Amarja, en Amarja gewon Ahitub;

    12En Ahitub gewon Zadok, en Zadok gewon Sallum;

    13En Sallum gewon Hilkia, en Hilkia gewon Azarja;

    14En Azarja gewon Seraja, en Seraja gewon Jozadak;

  • 1 Kron 6:4-8
    5 verzen
    86%

    4En Eleazar gewon Pinehas, Pinehas gewon Abisua;

    5En Abisua gewon Bukki, en Bukki gewon Uzzi;

    6En Uzzi gewon Zerahja, en Zerahja gewon Merajoth;

    7En Merajoth gewon Amarja, en Amarja gewon Ahitub;

    8En Ahitub gewon Zadok, en Zadok gewon Ahimaaz;

  • Matt 1:6-15
    10 verzen
    82%

    6En Jessai gewon David, den koning; en David, den koning, gewon Salomon bij degene, die Uria's vrouw was geweest;

    7En Salomon gewon Roboam, en Roboam gewon Abia, en Abia gewon Asa;

    8En Asa gewon Josafat, en Josafat gewon Joram, en Joram gewon Ozias;

    9En Ozias gewon Joatham, en Joatham gewon Achaz, en Achaz gewon Ezekias;

    10En Ezekias gewon Manasse, en Manasse gewon Amon, en Amon gewon Josias;

    11En Josias gewon Jechonias, en zijn broeders, omtrent de Babylonische overvoering.

    12En na de Babylonische overvoering gewon Jechonias Salathiel, en Salathiel gewon Zorobabel;

    13En Zorobabel gewon Abiud, en Abiud gewon Eljakim, en Eljakim gewon Azor;

    14En Azor gewon Sadok, en Sadok gewon Achim, en Achim gewon Eliud;

    15En Eliud gewon Eleazar, en Eleazar gewon Matthan, en Matthan gewon Jakob;

  • 80%

    42En Achaz gewon Jaera, en Jaera gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza;

    43En Moza gewon Bina; wiens zoon was Refaja; wiens zoon was Elasa; wiens zoon was Azel.

  • 80%

    37En Zabad gewon Eflal, en Eflal gewon Obed,

    38En Obed gewon Jehu, en Jehu gewon Azaria,

    39En Azaria gewon Helez, en Helez gewon Elasa,

  • 80%

    51Bukki zijn zoon; Uzzi zijn zoon; Serahja zijn zoon;

    52Merajoth zijn zoon; Amarja zijn zoon; Ahitub zijn zoon;

    53Zadok zijn zoon; Ahimaaz zijn zoon.

  • 36En Achaz gewon Jehoadda, en Jehoadda gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; Zimri nu gewon Moza;

  • 79%

    11Zijn zoon was Joram; zijn zoon was Ahazia; zijn zoon was Joas;

    12Zijn zoon was Amazia; zijn zoon was Azaria; zijn zoon was Jotham;

    13Zijn zoon was Achaz; zijn zoon was Hizkia; zijn zoon was Manasse;

    14Zijn zoon was Amon; zijn zoon was Josia.

  • Neh 12:10-11
    2 verzen
    78%

    10Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,

    11En Jojada gewon Jonathan, en Jonathan gewon Jaddua.

  • 75%

    35Den zoon van Zuf, den zoon van Elkana, den zoon van Mahath, den zoon van Amasai,

    36Den zoon van Elkana, den zoon van Joel, den zoon van Azarja, den zoon van Zefanja,

  • 21Zijn zoon Joah; zijn zoon Iddo; zijn zoon Zerah; zijn zoon Jeathrai.

  • 16De kinderen van Jojakim nu waren: Jechonia zijn zoon, Zedekia zijn zoon.

  • 74%

    10Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, en Jachin,

    11En Azarja, de zoon van Hilkija, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, overste van het huis Gods;

  • 41Den zoon van Ethni, den zoon van Zerah, den zoon van Adaja,

  • 12En Boaz gewon Obed, en Obed gewon Isai,

  • 12Johanan de achtste; Elzabad de negende;

  • 3Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja, den zoon van Merajoth,

  • 33Den zoon van Aminadab, den zoon van Aram, den zoon van Esrom, den zoon van Fares, den zoon van Juda,

  • 30Zijn zoon Simea; zijn zoon Haggija; zijn zoon Asaja.

  • 26Den zoon van Maath, den zoon van Mattathias, den zoon van Semei, den zoon van Jozef, den zoon van Juda,

  • 25De kinderen van Elkana nu waren Amasia en Ahimoth.

  • 2En Reaja, de zoon van Sobal, gewon Jahath, en Jahath gewon Ahumai en Lahad; dit zijn de huisgezinnen der Zorathieten;