1 Kronieken 6:41

Statenvertaling (States Bible)

Den zoon van Ethni, den zoon van Zerah, den zoon van Adaja,

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 86%

    42Den zoon van Ethan, den zoon van Zimma, den zoon van Simei,

    43Den zoon van Jahath, den zoon van Gerson, den zoon van Levi.

    44Hunne broeders nu, de kinderen van Merari, stonden aan de linker zijde, namelijk Ethan, de zoon van Kisi, den zoon van Abdi, den zoon van Malluch,

    45Den zoon van Hasabja, den zoon van Amazia, den zoon van Hilkia,

    46Den zoon van Amzi, den zoon van Bani, den zoon van Semer,

    47Den zoon van Maheli, den zoon van Musi, den zoon van Merari, den zoon van Levi.

  • 40Den zoon van Michael, den zoon van Baeseja, den zoon van Malchija,

  • 79%

    34Den zoon van Elkana, den zoon van Jeroham, den zoon van Eliel, den zoon van Toah,

    35Den zoon van Zuf, den zoon van Elkana, den zoon van Mahath, den zoon van Amasai,

    36Den zoon van Elkana, den zoon van Joel, den zoon van Azarja, den zoon van Zefanja,

    37Den zoon van Tahath, den zoon van Assir, den zoon van Ebjasaf, den zoon van Korah,

    38Den zoon van Jizhar, den zoon van Kahath, den zoon van Levi, den zoon van Israel.

  • 8De kinderen van Ethan nu waren Azaria.

  • 77%

    21Zijn zoon Joah; zijn zoon Iddo; zijn zoon Zerah; zijn zoon Jeathrai.

    22De kinderen van Kahath waren: zijn zoon Amminadab; zijn zoon Korah; zijn zoon Assir;

  • 12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.

  • 77%

    50Dit nu zijn de kinderen van Aaron: Eleazar, was zijn zoon; Pinehas zijn zoon; Abisua zijn zoon;

    51Bukki zijn zoon; Uzzi zijn zoon; Serahja zijn zoon;

    52Merajoth zijn zoon; Amarja zijn zoon; Ahitub zijn zoon;

    53Zadok zijn zoon; Ahimaaz zijn zoon.

  • 39En Selemja, en Nathan, en Adaja,

  • 30Zijn zoon Simea; zijn zoon Haggija; zijn zoon Asaja.

  • 75%

    20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

    21En Adaja, en Beraja, en Simrath waren kinderen van Simei.

  • 74%

    36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

    37En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;

  • 6En Uzzi gewon Zerahja, en Zerahja gewon Merajoth;

  • 74%

    26Elkana; dezes zoon was Elkana; zijn zoon was Zofai; en zijn zoon was Nahath;

    27Zijn zoon Eliab; zijn zoon Jeroham; zijn zoon Elkana.

  • 27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • 1 Kron 6:8-9
    2 verzen
    73%

    8En Ahitub gewon Zadok, en Zadok gewon Ahimaaz;

    9En Ahimaaz gewon Azarja, en Azarja gewon Johanan;

  • 12En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren achthonderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia;

  • 15En Zebadja, en Arad, en Eder,

  • 11Attai de zesde; Eliel de zevende;

  • 11En Azarja gewon Amarja, en Amarja gewon Ahitub;

  • 73%

    13En Sallum gewon Hilkia, en Hilkia gewon Azarja;

    14En Azarja gewon Seraja, en Seraja gewon Jozadak;

  • 6En de kinderen van Zerah waren Zimri, en Ethan, en Heman, en Chalcol, en Dara. Deze allen zijn vijf.

  • 5En Maaseja, de zoon van Baruch, den zoon van Kol-hose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni.

  • 13En Zorobabel gewon Abiud, en Abiud gewon Eljakim, en Eljakim gewon Azor;

  • Ezra 7:2-3
    2 verzen
    72%

    2Den zoon van Sallum, den zoon van Zadok, den zoon van Ahitub,

    3Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja, den zoon van Merajoth,

  • 16Adonia, Bigvai, Adin,

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 41Uria, de Hethiet; Zabad, de zoon van Ahlai;

  • 24Zijn zoon Tahath; zijn zoon Uriel; zijn zoon Uzzia, en zijn zoon Saul.

  • 6Semaja, en Jojarib, Jedaja,

  • 6En van de kinderen van Adin, Ebed, de zoon van Jonathan; en met hem vijftig manspersonen.

  • 6Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;