1 Kronieken 12:11

Statenvertaling (States Bible)

Attai de zesde; Eliel de zevende;

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 86%

    12Johanan de achtste; Elzabad de negende;

    13Jirmeja de tiende; Machbannai de elfde.

  • 3Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.

  • 83%

    9Ezer was het hoofd; Obadja de tweede; Eliab de derde;

    10Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 79%

    9Het vijfde voor Malchia, het zesde voor Mijamin,

    10Het zevende voor Hakkoz, het achtste voor Abia,

    11Het negende voor Jesua, het tiende voor Sechanja,

    12Het elfde voor Eljasib, het twaalfde voor Jakim,

  • 24En de kinderen van Eljoenai waren Hodajeva, en Eljasib, en Pelaja, en Akkub, en Johanan, en Delaja, en Anani; zeven.

  • 18Het elfde voor Azareel; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 76%

    11Het vierde voor Jizri; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    12Het vijfde voor Nethanja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    13Het zesde voor Bukkia; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    14Het zevende voor Jesarela; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    15Het achtste voor Jesaja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

  • 27Het twintigste voor Eliatha; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.

  • 75%

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

    28En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.

  • 74%

    5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;

    6Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;

  • Neh 12:18-21
    4 verzen
    74%

    18Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;

    19En van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;

    20Van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;

    21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.

  • 74%

    46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

    47Eliel, en Obed, en Jaaziel van Mezobaja.

  • 6Semaja, en Jojarib, Jedaja,

  • 10Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,

  • 12En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren achthonderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia;

  • 4Iddo, Ginnethoi, Abia,

  • 14Nethaneel, den vierde, Raddai, den vijfde,

  • 12De kinderen van Elam, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

  • 26En Samserai, en Seharja, en Athalja,

  • 16Adonia, Bigvai, Adin,

  • 41Den zoon van Ethni, den zoon van Zerah, den zoon van Adaja,

  • 13Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;

  • 12Zakkur, Serebja, Sebanja,

  • 12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.

  • 22En Jispan, en Eber, en Eliel,

  • 24En Hananja, en Elam, en Antothija,

  • 15De twaalfde, in de twaalfde maand, was Heldai, de Nethofathiet, van Othniel; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

  • Neh 12:15-16
    2 verzen
    72%

    15Van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;

    16Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;

  • 2Amarja, Malluch, Hattus,

  • 36Attai nu gewon Nathan, en Nathan gewon Zabad,

  • 5Ammiel de zesde, Issaschar de zevende, Peullethai de achtste; want God had hem gezegend.