Nehemia 12:6

Statenvertaling (States Bible)

Semaja, en Jojarib, Jedaja,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Kron 9:10 : 10 Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, en Jachin,
  • Neh 11:10 : 10 Van de priesteren: Jedaja, de zoon van Jojarib, Jachin;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Neh 12:7-8
    2 verzen
    86%

    7Sallu, Amok, Hilkia, Jedaja; dat waren de hoofden der priesteren, en hun broederen, in de dagen van Jesua.

    8En de Levieten waren: Jesua, Binnui, Kadmiel, Serebja, Juda, Matthanja; hij en zijn broederen waren over de dankzeggingen.

  • Neh 12:18-19
    2 verzen
    84%

    18Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;

    19En van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;

  • Neh 12:33-34
    2 verzen
    83%

    33En Azarja, Ezra, en Mesullam,

    34Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;

  • 21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.

  • 10Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, en Jachin,

  • 10Van de priesteren: Jedaja, de zoon van Jojarib, Jachin;

  • Neh 12:10-13
    4 verzen
    81%

    10Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,

    11En Jojada gewon Jonathan, en Jonathan gewon Jaddua.

    12En in de dagen van Jojakim waren priesters, hoofden der vaderen: van Seraja was Meraja; van Jeremia, Hananja;

    13Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;

  • 18Dezes zonen waren Malchiram, en Pedaja, en Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.

  • Neh 12:1-5
    5 verzen
    80%

    1Dit nu zijn de priesters en de Levieten, die met Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, en Jesua, optogen: Seraja, Jeremia, Ezra,

    2Amarja, Malluch, Hattus,

    3Sechanja, Rehum, Meremoth,

    4Iddo, Ginnethoi, Abia,

    5Mijamin, Maadja, Bilga,

  • 12Zakkur, Serebja, Sebanja,

  • 79%

    36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

    37En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;

  • Neh 10:20-21
    2 verzen
    79%

    20Magpias, Mesullam, Hezir,

    21Mesezabeel, Zadok, Jaddua,

  • 78%

    4En Jismaja, de Gibeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jirmeja, en Jahaziel, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet;

    5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;

    6Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;

  • 16Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;

  • 20En Hasuba, en Ohel, en Berechja, en Hasadja, Jusabhesed; vijf.

  • 7Mesullam, Abia, Mijamin,

  • 26Dezen waren in de dagen van Jojakim, den zoon van Jesua, den zoon van Jozadak, en in de dagen van Nehemia, den landvoogd, en van den priester Ezra, den schriftgeleerde.

  • 2Seraja, Azarja, Jeremia,

  • 7Het eerste lot nu ging uit voor Jojarib, het tweede voor Jedaja,

  • 27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.

  • 22De kinderen nu van Sechanja waren Semaja; en de kinderen van Semaja waren Hattus, en Jigeal, en Bariah, en Nearja, en Safat; zes.

  • 32Benjamin, Malluch, Semarja.

  • 76%

    36Vanja, Meremoth, Eljasib,

    37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,

  • 39En Selemja, en Nathan, en Adaja,

  • 12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.

  • 5En Maaseja, de zoon van Baruch, den zoon van Kol-hose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni.

  • 12Johanan de achtste; Elzabad de negende;

  • 9En de Levieten, namelijk: Jesua, zoon van Azanja, Binnui; van de zonen van Henadad, Kadmiel;

  • 5Harim, Meremoth, Obadja,

  • 23En van de Levieten: Jozabad, en Simei, en Kelaja (deze is Kelita), Pethahja, Juda en Eliezer.

  • 3Aangaande Jeduthun: de kinderen van Jeduthun waren Gedalja, en Zeri, en Jesaja, Hasabja en Mattithja, zes; aan de handen van hun vader Jeduthun, op harpen profeterende met den HEERE te danken en te loven.

  • 75%

    41Azareel, Selemja, Semarja,

    42Sallum, Amarja, Jozef.

  • 42Voorts Maaseja, en Semaja, en Eleazar, en Uzzi, en Johanan, en Malchia, en Elam, en Ezer; ook lieten zich de zangers horen, met Jizrahja, den opziener.

  • 25Rehum, Hasabna, Maaseja,