1 Kronieken 3:18

Statenvertaling (States Bible)

Dezes zonen waren Malchiram, en Pedaja, en Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 82%

    19De kinderen van Pedaja nu waren Zerubbabel en Simei; en de kinderen van Zerubbabel waren Mesullam en Hananja; en Selomith was hunlieder zuster;

    20En Hasuba, en Ohel, en Berechja, en Hasadja, Jusabhesed; vijf.

    21De kinderen van Hananja nu waren Pelatja en Jesaja. De kinderen van Refaja, de kinderen van Arnan, de kinderen van Obadja, de kinderen van Sechanja.

    22De kinderen nu van Sechanja waren Semaja; en de kinderen van Semaja waren Hattus, en Jigeal, en Bariah, en Nearja, en Safat; zes.

    23En de kinderen van Nearja waren Eljoenai, en Hizkia, en Azrikam; drie.

  • 6Semaja, en Jojarib, Jedaja,

  • 79%

    31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

    32Benjamin, Malluch, Semarja.

    33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

  • 78%

    15De zonen van Josia nu waren dezen: de eerstgeborene Johanan, de tweede Jojakim, de derde Zedekia, de vierde Sallum.

    16De kinderen van Jojakim nu waren: Jechonia zijn zoon, Zedekia zijn zoon.

    17En de kinderen van Jechonia waren Assir; zijn zoon was Sealthiel;

  • Neh 10:2-5
    4 verzen
    77%

    2Seraja, Azarja, Jeremia,

    3Pashur, Amarja, Malchia,

    4Hattus, Sebanja, Malluch,

    5Harim, Meremoth, Obadja,

  • Neh 10:21-22
    2 verzen
    77%

    21Mesezabeel, Zadok, Jaddua,

    22Pelatja, Hanan, Anaja,

  • 21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.

  • 77%

    36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

    37En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;

  • 29En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.

  • 12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.

  • Neh 12:18-19
    2 verzen
    76%

    18Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;

    19En van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;

  • 10Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, en Jachin,

  • 76%

    36Vanja, Meremoth, Eljasib,

    37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,

  • 75%

    24En Hananja, en Elam, en Antothija,

    25En Jifdeja, en Pnuel waren zonen van Sasak.

    26En Samserai, en Seharja, en Athalja,

    27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.

  • 5En Maaseja, de zoon van Baruch, den zoon van Kol-hose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni.

  • 18Hodia, Hasum, Bezai,

  • 3Sechanja, Rehum, Meremoth,

  • 75%

    39En Selemja, en Nathan, en Adaja,

    40Machnadbai, Sasai, Sarai,

  • 34Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;

  • 74%

    17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

    18En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.

  • 74%

    25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

  • 2Meselemja nu had kinderen; Zecharja was de eerstgeborene, Jediael de tweede, Zebadja de derde, Jathniel de vierde,

  • 7Mesullam, Abia, Mijamin,

  • 22En van de kinderen van Pashur: Eljoenai, Maaseja, Ismael, Nethaneel, Jozabad en Elasa.

  • 42Sallum, Amarja, Jozef.

  • 12Zakkur, Serebja, Sebanja,

  • 24Hallohes, Pilha, Sobek,

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 2Dewelken kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Seraja, Reelaja, Mordechai, Bilsan, Mizpar, Bigvai, Rehum en Baena. Dit is het getal der mannen des volks van Israel.