Nehemia 10:7
Mesullam, Abia, Mijamin,
Mesullam, Abia, Mijamin,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
29En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.
30En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.
31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,
32Benjamin, Malluch, Semarja.
33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.
2Seraja, Azarja, Jeremia,
3Pashur, Amarja, Malchia,
4Hattus, Sebanja, Malluch,
5Harim, Meremoth, Obadja,
6Daniel, Ginnethon, Baruch,
8Maazia, Bilgai, Semaja. Dit waren de priesters.
9En de Levieten, namelijk: Jesua, zoon van Azanja, Binnui; van de zonen van Henadad, Kadmiel;
10En hun broederen: Sebanja, Hodia, Kelita, Pelaja, Hanan,
11Micha, Rehob, Hasabja,
12Zakkur, Serebja, Sebanja,
13Hodia, Bani, Beninu;
25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.
26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.
33En Azarja, Ezra, en Mesullam,
34Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;
36Vanja, Meremoth, Eljasib,
37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,
38En Bani, en Binnui, Simei,
39En Selemja, en Nathan, en Adaja,
40Machnadbai, Sasai, Sarai,
41Azareel, Selemja, Semarja,
42Sallum, Amarja, Jozef.
20Magpias, Mesullam, Hezir,
21Mesezabeel, Zadok, Jaddua,
22Pelatja, Hanan, Anaja,
16Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;
17Van Abia, Zichri; van Minjamin, van Moadja, Piltai;
18Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;
24Hallohes, Pilha, Sobek,
25Rehum, Hasabna, Maaseja,
9Het vijfde voor Malchia, het zesde voor Mijamin,
3Sechanja, Rehum, Meremoth,
4Iddo, Ginnethoi, Abia,
5Mijamin, Maadja, Bilga,
6Semaja, en Jojarib, Jedaja,
36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,
13Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;
12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.
10Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;
14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;
10Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, en Jachin,
21En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,
23En van de Levieten: Jozabad, en Simei, en Kelaja (deze is Kelita), Pethahja, Juda en Eliezer.
17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,
16Adonia, Bigvai, Adin,