Nehemia 10:20
Magpias, Mesullam, Hezir,
Magpias, Mesullam, Hezir,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
21Mesezabeel, Zadok, Jaddua,
22Pelatja, Hanan, Anaja,
23Hosea, Hananja, Hassub,
24Hallohes, Pilha, Sobek,
25Rehum, Hasabna, Maaseja,
10En hun broederen: Sebanja, Hodia, Kelita, Pelaja, Hanan,
11Micha, Rehob, Hasabja,
12Zakkur, Serebja, Sebanja,
13Hodia, Bani, Beninu;
14De hoofden des volks: Parhos, Pahath-Moab, Elam, Zatthu, Bani,
15Bunni, Azgad, Bebai,
16Adonia, Bigvai, Adin,
17Ater, Hizkia, Azzur,
18Hodia, Hasum, Bezai,
19Harif, Anathoth, Nebai,
2Seraja, Azarja, Jeremia,
3Pashur, Amarja, Malchia,
4Hattus, Sebanja, Malluch,
5Harim, Meremoth, Obadja,
6Daniel, Ginnethon, Baruch,
7Mesullam, Abia, Mijamin,
36Vanja, Meremoth, Eljasib,
37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,
38En Bani, en Binnui, Simei,
39En Selemja, en Nathan, en Adaja,
40Machnadbai, Sasai, Sarai,
41Azareel, Selemja, Semarja,
25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.
26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.
27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.
20En Hasuba, en Ohel, en Berechja, en Hasadja, Jusabhesed; vijf.
33En Azarja, Ezra, en Mesullam,
34Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;
16Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;
17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,
31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,
32Benjamin, Malluch, Semarja.
33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.
2Amarja, Malluch, Hattus,
3Sechanja, Rehum, Meremoth,
19En van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;
21En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,
22En van de kinderen van Pashur: Eljoenai, Maaseja, Ismael, Nethaneel, Jozabad en Elasa.
23En van de Levieten: Jozabad, en Simei, en Kelaja (deze is Kelita), Pethahja, Juda en Eliezer.
6Semaja, en Jojarib, Jedaja,
20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,
29En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.
10Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;
13Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;
15Het zeventiende voor Hezir, het achttiende voor Happizzes,