Nehemia 10:2

Statenvertaling (States Bible)

Seraja, Azarja, Jeremia,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Neh 3:23 : 23 Daarna verbeterden Benjamin, en Hassub, tegenover hun huis; na hem verbeterde Azaria, de zoon van Maaseja, den zoon van Hananja, bij zijn huis.
  • Neh 11:11 : 11 Seraja, de zoon van Hilkia, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, was voorganger van Gods huis;
  • Neh 12:1 : 1 Dit nu zijn de priesters en de Levieten, die met Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, en Jesua, optogen: Seraja, Jeremia, Ezra,
  • Neh 12:33-34 : 33 En Azarja, Ezra, en Mesullam, 34 Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Neh 10:3-7
    5 verzen
    87%

    3Pashur, Amarja, Malchia,

    4Hattus, Sebanja, Malluch,

    5Harim, Meremoth, Obadja,

    6Daniel, Ginnethon, Baruch,

    7Mesullam, Abia, Mijamin,

  • 1Tot de verzegelingen nu waren: Nehemia Hattirsatha, zoon van Hachalja, en Zidkia,

  • 82%

    39En Selemja, en Nathan, en Adaja,

    40Machnadbai, Sasai, Sarai,

    41Azareel, Selemja, Semarja,

    42Sallum, Amarja, Jozef.

  • Neh 12:33-34
    2 verzen
    81%

    33En Azarja, Ezra, en Mesullam,

    34Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;

  • Neh 10:10-12
    3 verzen
    80%

    10En hun broederen: Sebanja, Hodia, Kelita, Pelaja, Hanan,

    11Micha, Rehob, Hasabja,

    12Zakkur, Serebja, Sebanja,

  • Neh 10:24-27
    4 verzen
    79%

    24Hallohes, Pilha, Sobek,

    25Rehum, Hasabna, Maaseja,

    26En Ahia, Hanan, Anan,

    27Malluch, Harim, Baana.

  • 79%

    25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • Neh 10:20-22
    3 verzen
    79%

    20Magpias, Mesullam, Hezir,

    21Mesezabeel, Zadok, Jaddua,

    22Pelatja, Hanan, Anaja,

  • Neh 12:1-3
    3 verzen
    78%

    1Dit nu zijn de priesters en de Levieten, die met Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, en Jesua, optogen: Seraja, Jeremia, Ezra,

    2Amarja, Malluch, Hattus,

    3Sechanja, Rehum, Meremoth,

  • 78%

    31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

    32Benjamin, Malluch, Semarja.

  • 78%

    36Vanja, Meremoth, Eljasib,

    37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,

  • Neh 12:12-13
    2 verzen
    78%

    12En in de dagen van Jojakim waren priesters, hoofden der vaderen: van Seraja was Meraja; van Jeremia, Hananja;

    13Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;

  • Neh 10:17-18
    2 verzen
    77%

    17Ater, Hizkia, Azzur,

    18Hodia, Hasum, Bezai,

  • 6Semaja, en Jojarib, Jedaja,

  • 10Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;

  • 10Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, en Jachin,

  • 76%

    21En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,

    22En van de kinderen van Pashur: Eljoenai, Maaseja, Ismael, Nethaneel, Jozabad en Elasa.

    23En van de Levieten: Jozabad, en Simei, en Kelaja (deze is Kelita), Pethahja, Juda en Eliezer.

  • 59Het woord, dat de profeet Jeremia beval aan Seraja, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, als hij van Zedekia, den koning van Juda, naar Babel toog, in het vierde jaar zijner regering; en Seraja was een vreemdzaam vorst.

  • 13Jirmeja de tiende; Machbannai de elfde.

  • 14De hoofden des volks: Parhos, Pahath-Moab, Elam, Zatthu, Bani,

  • 27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.

  • 14En Azarja gewon Seraja, en Seraja gewon Jozadak;

  • 12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.

  • 2Dewelken kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Seraja, Reelaja, Mordechai, Bilsan, Mizpar, Bigvai, Rehum en Baena. Dit is het getal der mannen des volks van Israel.

  • 24En Hananja, en Elam, en Antothija,