1 Kronieken 6:14

Statenvertaling (States Bible)

En Azarja gewon Seraja, en Seraja gewon Jozadak;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 2 Kon 25:18 : 18 Ook nam de overste der trawanten Seraja, den hoofdpriester, en Zefanja, den tweeden priester, en de drie dorpelbewaarders.
  • Neh 11:11 : 11 Seraja, de zoon van Hilkia, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, was voorganger van Gods huis;
  • Zach 6:11 : 11 Te weten, neem zilver en goud, en maak kronen; en zet ze op het hoofd van Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester.
  • Ezra 7:1 : 1 Na deze geschiedenissen nu, in het koninkrijk van Arthahsasta, koning van Perzie: Ezra, de zoon van Seraja, den zoon van Azarja, den zoon van Hilkia,

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1 Kron 6:4-13
    10 verzen
    88%

    4En Eleazar gewon Pinehas, Pinehas gewon Abisua;

    5En Abisua gewon Bukki, en Bukki gewon Uzzi;

    6En Uzzi gewon Zerahja, en Zerahja gewon Merajoth;

    7En Merajoth gewon Amarja, en Amarja gewon Ahitub;

    8En Ahitub gewon Zadok, en Zadok gewon Ahimaaz;

    9En Ahimaaz gewon Azarja, en Azarja gewon Johanan;

    10En Johanan gewon Azarja. Hij is het, die het priesterambt bediende in het huis, dat Salomo te Jeruzalem gebouwd had.

    11En Azarja gewon Amarja, en Amarja gewon Ahitub;

    12En Ahitub gewon Zadok, en Zadok gewon Sallum;

    13En Sallum gewon Hilkia, en Hilkia gewon Azarja;

  • 15En Jozadak ging mede, als de HEERE Juda en Jeruzalem gevankelijk wegvoerde door de hand van Nebukadnezar.

  • Matt 1:8-14
    7 verzen
    79%

    8En Asa gewon Josafat, en Josafat gewon Joram, en Joram gewon Ozias;

    9En Ozias gewon Joatham, en Joatham gewon Achaz, en Achaz gewon Ezekias;

    10En Ezekias gewon Manasse, en Manasse gewon Amon, en Amon gewon Josias;

    11En Josias gewon Jechonias, en zijn broeders, omtrent de Babylonische overvoering.

    12En na de Babylonische overvoering gewon Jechonias Salathiel, en Salathiel gewon Zorobabel;

    13En Zorobabel gewon Abiud, en Abiud gewon Eljakim, en Eljakim gewon Azor;

    14En Azor gewon Sadok, en Sadok gewon Achim, en Achim gewon Eliud;

  • 79%

    38En Obed gewon Jehu, en Jehu gewon Azaria,

    39En Azaria gewon Helez, en Helez gewon Elasa,

    40En Elasa gewon Sismai, en Sismai gewon Sallum,

    41En Sallum gewon Jekamja, en Jekamja gewon Elisama.

  • Neh 12:10-13
    4 verzen
    78%

    10Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,

    11En Jojada gewon Jonathan, en Jonathan gewon Jaddua.

    12En in de dagen van Jojakim waren priesters, hoofden der vaderen: van Seraja was Meraja; van Jeremia, Hananja;

    13Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;

  • 36Den zoon van Elkana, den zoon van Joel, den zoon van Azarja, den zoon van Zefanja,

  • 1Na deze geschiedenissen nu, in het koninkrijk van Arthahsasta, koning van Perzie: Ezra, de zoon van Seraja, den zoon van Azarja, den zoon van Hilkia,

  • 42En Achaz gewon Jaera, en Jaera gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza;

  • 51Bukki zijn zoon; Uzzi zijn zoon; Serahja zijn zoon;

  • 2Seraja, Azarja, Jeremia,

  • 75%

    15De zonen van Josia nu waren dezen: de eerstgeborene Johanan, de tweede Jojakim, de derde Zedekia, de vierde Sallum.

    16De kinderen van Jojakim nu waren: Jechonia zijn zoon, Zedekia zijn zoon.

    17En de kinderen van Jechonia waren Assir; zijn zoon was Sealthiel;

  • 36En Achaz gewon Jehoadda, en Jehoadda gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; Zimri nu gewon Moza;

  • 21Zijn zoon Joah; zijn zoon Iddo; zijn zoon Zerah; zijn zoon Jeathrai.

  • 6Semaja, en Jojarib, Jedaja,

  • 12Zijn zoon was Amazia; zijn zoon was Azaria; zijn zoon was Jotham;

  • 11En Azarja, de zoon van Hilkija, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, overste van het huis Gods;

  • 1Dit nu zijn de priesters en de Levieten, die met Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, en Jesua, optogen: Seraja, Jeremia, Ezra,

  • 5En Maaseja, de zoon van Baruch, den zoon van Kol-hose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni.

  • 11Seraja, de zoon van Hilkia, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, was voorganger van Gods huis;

  • Ezra 7:3-4
    2 verzen
    73%

    3Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja, den zoon van Merajoth,

    4Den zoon van Zerahja, den zoon van Uzzi, den zoon van Bukki,

  • 30Zijn zoon Simea; zijn zoon Haggija; zijn zoon Asaja.

  • 37En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;

  • 6Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;

  • 41Den zoon van Ethni, den zoon van Zerah, den zoon van Adaja,

  • 53Zadok zijn zoon; Ahimaaz zijn zoon.

  • 27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.