1 Kronieken 6:21

Statenvertaling (States Bible)

Zijn zoon Joah; zijn zoon Iddo; zijn zoon Zerah; zijn zoon Jeathrai.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 20Van Gerson: zijn zoon was Libni; zijn zoon Jahath; zijn zoon Zimma;

  • 78%

    41Den zoon van Ethni, den zoon van Zerah, den zoon van Adaja,

    42Den zoon van Ethan, den zoon van Zimma, den zoon van Simei,

    43Den zoon van Jahath, den zoon van Gerson, den zoon van Levi.

  • 78%

    22De kinderen van Kahath waren: zijn zoon Amminadab; zijn zoon Korah; zijn zoon Assir;

    23Zijn zoon Elkana; en zijn zoon Ebjasaf; en zijn zoon Assir;

    24Zijn zoon Tahath; zijn zoon Uriel; zijn zoon Uzzia, en zijn zoon Saul.

  • 6En van de kinderen van Zerah was Jeuel, en van hun broederen waren zeshonderd en negentig.

  • 76%

    36Den zoon van Elkana, den zoon van Joel, den zoon van Azarja, den zoon van Zefanja,

    37Den zoon van Tahath, den zoon van Assir, den zoon van Ebjasaf, den zoon van Korah,

    38Den zoon van Jizhar, den zoon van Kahath, den zoon van Levi, den zoon van Israel.

  • 76%

    6Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;

    7En Joela en Zebadja, de zonen van Jeroham, van Gedor.

  • 34Den zoon van Elkana, den zoon van Jeroham, den zoon van Eliel, den zoon van Toah,

  • 21Over half Manasse, in Gilead, was Jiddo, de zoon van Zecharja; over Benjamin was Jaasiel, de zoon van Abner;

  • 11En Jahath was het hoofd, en Zizza de tweede; maar Jeus en Beria hadden niet vele kinderen; daarom waren zij in het vaderlijke huis maar van een telling.

  • 21En de zonen van Uzziel: Misael, en Elzafan, en Sithri.

  • 75%

    26Elkana; dezes zoon was Elkana; zijn zoon was Zofai; en zijn zoon was Nahath;

    27Zijn zoon Eliab; zijn zoon Jeroham; zijn zoon Elkana.

  • 27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.

  • 6En Uzzi gewon Zerahja, en Zerahja gewon Merajoth;

  • 9En Ahimaaz gewon Azarja, en Azarja gewon Johanan;

  • 14En Azarja gewon Seraja, en Seraja gewon Jozadak;

  • 7Aangaande zijn broederen in hun huisgezinnen, als zij naar hun geboorten in de geslachtsregisters gesteld werden; de hoofden zijn geweest Jehiel en Zecharja,

  • 51Bukki zijn zoon; Uzzi zijn zoon; Serahja zijn zoon;

  • 74%

    11Zijn zoon was Joram; zijn zoon was Ahazia; zijn zoon was Joas;

    12Zijn zoon was Amazia; zijn zoon was Azaria; zijn zoon was Jotham;

  • 30Zijn zoon Simea; zijn zoon Haggija; zijn zoon Asaja.

  • 6Semaja, en Jojarib, Jedaja,

  • 27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • 31En Gedor, en Ahio, en Zecher.

  • 53Zadok zijn zoon; Ahimaaz zijn zoon.

  • 16Zo zijn dan de kinderen van Levi: Gerson, Kahath en Merari.

  • 18En de kinderen van Kahath waren Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

  • 10Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,

  • 10De kinderen van Jediael nu waren Bilhan; en de kinderen van Bilhan waren Jeus en Benjamin, en Ehud, en Chenaana, en Zethan, en Tharsis, en Ahi-sahar.

  • 19En van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;

  • 19Aangaande de kinderen van Hebron: Jeria was het hoofd, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, en Jekameam de vierde.

  • 37En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;

  • 15En Zebadja, en Arad, en Eder,

  • 27Zijn zoon was Non; zijn zoon Jozua.

  • 1De kinderen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari.

  • 19Over Zebulon was Jismaja, de zoon van Obadja; over Nafthali was Jerimoth, de zoon van Azriel;

  • 21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.

  • 21Van de kinderen van Ladan, kinderen van den Gersonieten Ladan; van Ladan, den Gersoniet, waren hoofden der vaderen Jehieli.

  • 19En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.

  • 22Van de Jizharieten was Selomoth; van de kinderen van Selomoth was Jahath.

  • 7En de kinderen van Hela waren Zereth, Jezohar, en Ethnan.

  • 3Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.

  • 27De kinderen van Merari van Jaazia waren Beno, en Soham, en Zakkur, en Hibri.