1 Kronieken 4:7

Statenvertaling (States Bible)

En de kinderen van Hela waren Zereth, Jezohar, en Ethnan.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1 Kron 4:5-6
    2 verzen
    81%

    5Asschur nu, de vader van Thekoa, had twee vrouwen, Hela en Naara.

    6En Naara baarde hem Ahuzzam, en Hefer, en Temeni, en Haahastari. Dit zijn de kinderen van Naara.

  • 1 Kron 4:1-3
    3 verzen
    78%

    1De kinderen van Juda waren Perez, Hezron en Charmi, en Hur, en Sobal.

    2En Reaja, de zoon van Sobal, gewon Jahath, en Jahath gewon Ahumai en Lahad; dit zijn de huisgezinnen der Zorathieten;

    3En dezen zijn van den vader Etam: Jizreel, en Isma, en Idbas; en de naam hunner zuster was Hazelelponi.

  • 8En Koz gewon Anub en Hazobeba, en de huisgezinnen van Aharlel, den zoon van Harum.

  • 77%

    15De kinderen van Kaleb nu, den zoon van Jefunne, waren Iru, Ela en Naam; en de kinderen van Ela, te weten Kenaz.

    16En de kinderen van Jehalelel waren Zif en Zifa, Thirea en Asareel.

  • 76%

    35En de kinderen van zijn broeder Helem waren Zofah, en Jimna, en Seles, en Amal.

    36De kinderen van Zofah waren Suah, en Harnefer, en Sual, en Beri, en Jimra,

  • 1 Kron 2:5-6
    2 verzen
    75%

    5De kinderen van Perez waren Hezron en Hamul.

    6En de kinderen van Zerah waren Zimri, en Ethan, en Heman, en Chalcol, en Dara. Deze allen zijn vijf.

  • 10De kinderen van Jediael nu waren Bilhan; en de kinderen van Bilhan waren Jeus en Benjamin, en Ehud, en Chenaana, en Zethan, en Tharsis, en Ahi-sahar.

  • 1 Kron 2:8-9
    2 verzen
    74%

    8De kinderen van Ethan nu waren Azaria.

    9En de kinderen van Hezron, die hem geboren zijn, waren Jerahmeel, en Ram, en Chelubai.

  • 74%

    31De kinderen van Beria nu waren Heber en Malchiel; hij is de vader van Birzavith.

    32En Heber gewon Jaflet, en Somer, en Hotham, en Sua, hunlieder zuster.

  • 39En Azaria gewon Helez, en Helez gewon Elasa,

  • 13En de kinderen van Kenaz waren Othniel en Seraja; en de kinderen van Othniel, Hathath.

  • 13De kinderen van Nafthali waren Jahziel, en Guni, en Jezer, en Sallum, kinderen van Bilha.

  • 37De kinderen van Rehuel waren Nahath, Zerah, Samma en Mizza.

  • 33De kinderen van Jonathan nu waren Peleth en Zaza. Dit waren de kinderen van Jerahmeel.

  • 44Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen: Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan; dezen zijn Azels zonen.

  • 23En van de kinderen van Hebron was Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, Jekameam de vierde.

  • 72%

    40De kinderen van Sobal waren Aljan, en Manahath, en Ebal, Sefi en Onam; en de kinderen van Zibeon waren Aja en Ana.

    41De kinderen van Ana waren Dison; en de zonen van Dison waren Hamram, en Esban, en Jithran, en Cheran.

  • 26Elkana; dezes zoon was Elkana; zijn zoon was Zofai; en zijn zoon was Nahath;

  • 14En de zonen van Zebulon: Sered, en Elon, en Jahleel.

  • 20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,

  • 27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • 11En Jahath was het hoofd, en Zizza de tweede; maar Jeus en Beria hadden niet vele kinderen; daarom waren zij in het vaderlijke huis maar van een telling.

  • 18Kaleb nu, de zoon van Hezron, gewon kinderen uit Azuba, zijn vrouw, en uit Jerioth. En de zonen van deze zijn: Jeser, en Sobab, en Ardon.

  • 27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.

  • 37Hezro, de Karmeliet; Naari, de zoon van Ezbai;

  • 21Zijn zoon Joah; zijn zoon Iddo; zijn zoon Zerah; zijn zoon Jeathrai.

  • 11En Chelub, de broeder van Suha, gewon Mechir; hij is de vader van Eston.

  • 27Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;

  • 38Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen; Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan. Al dezen waren zonen van Azel.

  • 26En Joktan gewon Almodad, en selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,

  • 12En de zonen van Juda: Er, en Onan, en Sela, en Perez, en Zerah. Doch Er en Onan waren gestorven in het land van Kanaan; en de zonen van Perez waren Hezron en Hamul.

  • 42De kinderen van Kaleb nu, den broeder van Jerahmeel, zijn Mesa, zijn eerstgeborene (die is de vader van Zif), en de kinderen van Maresa, den vader van Hebron.

  • 9Van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

  • 17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 8De kinderen van Becher nu waren Zemira, en Joas, en Eliezer, en Eljoenai, en Omri, en Jeremoth, en Abija, en Anathoth, en Alemeth; deze allen waren kinderen van Becher.

  • 21En de zonen van Uzziel: Misael, en Elzafan, en Sithri.

  • 30Dit zijn de zonen van Gilead: van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Helek het geslacht der Helekieten.

  • 19En de kinderen van de huisvrouw Hodija, de zuster van Naham, waren Abi-Kehila, de Garmiet, en Esthemoa, de Maachathiet.

  • 31En Gedor, en Ahio, en Zecher.

  • 38De kinderen van Jether nu waren Jefunne, en Pispa, en Ara.