Numeri 1:9

Statenvertaling (States Bible)

Van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 7:24 : 24 Op den derden dag offerde de overste der zonen van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.
  • Num 10:16 : 16 En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.
  • Num 2:7 : 7 Daartoe de stam van Zebulon; en Eliab, de zoon van Helon, zal de overste der zonen van Zebulon zijn.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 16En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.

  • 7Daartoe de stam van Zebulon; en Eliab, de zoon van Helon, zal de overste der zonen van Zebulon zijn.

  • 25En van den stam der kinderen van Zebulon, de overste Elizafan, zoon van Parnach;

  • Num 1:5-8
    4 verzen
    77%

    5Deze zijn nu de namen der mannen, die bij u staan zullen: van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur.

    6Van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

    7Van Juda, Nahesson, de zoon van Amminadab.

    8Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.

  • Num 1:10-12
    3 verzen
    76%

    10Van de kinderen van Jozef: van Efraim, Elisama, de zoon van Ammihud; van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur.

    11Van Benjamin, Abidan, de zoon van Gideoni.

    12Van Dan, Ahiezer, de zoon van Ammisaddai.

  • 8En de zonen van Pallu waren Eliab.

  • 14En de zonen van Zebulon: Sered, en Elon, en Jahleel.

  • 9Uit de kinderen van Hebron was Eliel overste, en zijn broederen waren tachtig.

  • 26De zonen van Zebulon, naar hun geslachten, waren: van Sered het geslacht der Seredieten; van Elon het geslacht der Elonieten; van Jahleel het geslacht der Jahleelieten.

  • 24Op den derden dag offerde de overste der zonen van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

  • 74%

    19En Jakim, en Zichri, en Zabdi,

    20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • Num 1:30-31
    2 verzen
    74%

    30Van de zonen van Zebulon, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    31Waren hun getelden van den stam van Zebulon zeven en vijftig duizend en vierhonderd.

  • 73%

    3Issaschar, Zebulon, en Benjamin;

  • 14Van Gad, Eljasaf, de zoon van Dehuel.

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 72%

    17Over de Levieten was Hasabja, de zoon van Kemuel; over de Aaronieten was Zadok;

    18Over Juda was Elihu, uit de broederen van David; over Issaschar was Omri, de zoon van Michael;

    19Over Zebulon was Jismaja, de zoon van Obadja; over Nafthali was Jerimoth, de zoon van Azriel;

  • 22En Jispan, en Eber, en Eliel,

  • 21Van den stam van Benjamin, Elidad, zoon van Chislon;

  • 27Zijn zoon Eliab; zijn zoon Jeroham; zijn zoon Elkana.

  • 10Van de stam van Zebulon, Gaddiel, de zoon van Sodi.

  • 4Van de kinderen van Pahath-Moab, Eljehoenai, van de zoon van Zerahja; en met hem tweehonderd manspersonen.

  • 9Ezer was het hoofd; Obadja de tweede; Eliab de derde;

  • 7En de kinderen van Hela waren Zereth, Jezohar, en Ethnan.

  • 40De kinderen van Sobal waren Aljan, en Manahath, en Ebal, Sefi en Onam; en de kinderen van Zibeon waren Aja en Ana.

  • 71%

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • 30De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van de Kahathieten, zal zijn Elisafan, de zoon van Uzziel.

  • 1Dezen zijn de kinderen van Israel: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issaschar en Zebulon,

  • 30Dit zijn de zonen van Gilead: van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Helek het geslacht der Helekieten.

  • 24De overste nu van het vaderlijke huis der Gersonieten zal zijn Eljasaf, de zoon van Lael.

  • 36Den zoon van Elkana, den zoon van Joel, den zoon van Azarja, den zoon van Zefanja,

  • 39En Azaria gewon Helez, en Helez gewon Elasa,

  • 46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

  • 6Van de stam van Juda, Kaleb, de zoon van Jefunne.

  • 16En de kinderen van Jehalelel waren Zif en Zifa, Thirea en Asareel.

  • 13En Zorobabel gewon Abiud, en Abiud gewon Eljakim, en Eljakim gewon Azor;

  • 19En over het heir van den stam der kinderen van Simeon was Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

  • 39En de zonen van Esek, zijn broeder, waren Ulam, zijn eerstgeborene, Jeus, de tweede, en Elifelet, de derde.

  • 17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 18Simei, de zoon van Ela, in Benjamin.

  • 6En van de kinderen van Zerah was Jeuel, en van hun broederen waren zeshonderd en negentig.