Numeri 10:19

Statenvertaling (States Bible)

En over het heir van den stam der kinderen van Simeon was Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 1:6 : 6 Van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.
  • Num 7:36 : 36 Op den vijfden dag offerde den overste der kinderen van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Num 2:10-13
    4 verzen
    90%

    10De banier des legers van Ruben, naar hun heiren, zal tegen het zuiden zijn; en Elizur, de zoon van Sedeur, zal de overste der zonen van Ruben zijn.

    11Zijn heir nu, en zijn getelden waren zes en veertig duizend en vijfhonderd.

    12En nevens hem zal zich legeren de stam van Simeon; en Selumiel, de zoon van Zurisaddai, zal de overste der zonen van Simeon zijn.

    13Zijn heir nu, en zijn getelden waren negen en vijftig duizend en driehonderd.

  • Num 1:5-6
    2 verzen
    89%

    5Deze zijn nu de namen der mannen, die bij u staan zullen: van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur.

    6Van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

  • Num 10:14-16
    3 verzen
    80%

    14Want vooreerst toog op de banier van het leger der kinderen van Juda, naar hun heiren; en over zijn heir was Nahesson, de zoon van Amminadab.

    15En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar.

    16En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.

  • 18Daarna toog de banier van het leger van Ruben, naar hun heiren; en over zijn heir was Elizur, de zoon van Sedeur.

  • 36Op den vijfden dag offerde den overste der kinderen van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

  • 20En van den stam der kinderen van Simeon, Semuel, zoon van Ammihud;

  • Num 2:5-8
    4 verzen
    76%

    5En nevens zal zich legeren de stam van Issaschar; en Nethaneel, de zoon van Zuar, zal de overste der zonen van Issaschar zijn.

    6Zijn heir nu, en zijn getelden waren vier en vijftig duizend en vierhonderd.

    7Daartoe de stam van Zebulon; en Eliab, de zoon van Helon, zal de overste der zonen van Zebulon zijn.

    8Zijn heir nu, en zijn getelden waren zeven en vijftig duizend en vierhonderd.

  • 16Doch over de stammen van Israel waren dezen: over de Rubenieten was Eliezer, de zoon van Zichri, voorganger; over de Simeonieten was Sefatja, de zoon van Maacha;

  • 20En over het heir van den stam der kinderen van Gad was Eljasaf, de zoon van Dehuel.

  • Num 13:4-5
    2 verzen
    74%

    4En dit zijn hun namen: van den stam van Ruben, Sammua, de zoon van Zaccur.

    5Van de stam van Simeon, Safat, de zoon van Hori.

  • 24De kinderen van Simeon waren Nemuel en Jamin, Jarib, Zerah, Saul.

  • Num 10:22-27
    6 verzen
    73%

    22Daarna toog op de banier van het leger der kinderen van Efraim, naar hun heiren; en over het heir was Elisama, de zoon van Ammihud.

    23En over het heir van den stam der kinderen van Manasse was Gamaliel, de zoon van Pedazur.

    24En over het heir van den stam der kinderen van Benjamin was Abidan, de zoon van Gideoni.

    25Toen toog op de banier van het leger der kinderen van Dan, samensluitende al de legers, naar hun heiren; en over zijn heir was Ahiezer de zoon van Ammisaddai.

    26En over het heir van den stam der kinderen van Aser was Pagiel, de zoon van Ochran.

    27En over het heir van den stam der kinderen van Nafthali was Ahira, de zoon van Enan.

  • 41En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Selumiel, den zoon van Zurisaddai.

  • 25Van de kinderen van Simeon, kloeke helden ten heire, zeven duizend en honderd;

  • Num 1:22-23
    2 verzen
    71%

    22Van de zonen van Simeon, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, zijn getelden, in het getal der namen, hoofd voor hoofd, al wat mannelijk was, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken;

    23Hun getelden van den stam van Simeon waren negen en vijftig duizend en driehonderd.

  • 71%

    25Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon.

    26Deze Selomith en zijn broederen waren over al de schatten der heilige dingen, die de koning David geheiligd had, mitsgaders de hoofden der vaderen, de oversten over duizenden en honderden, en de oversten des heirs;

  • 10Van de stam van Zebulon, Gaddiel, de zoon van Sodi.

  • 18Van de kinderen van Jizhar was Selomith het hoofd.

  • Num 26:12-14
    3 verzen
    70%

    12De zonen van Simeon, naar hun geslachten: van Nemuel, het geslacht der Nemuelieten; van Jamin het geslacht der Jaminieten; van Jachin het geslacht der Jachinieten;

    13Van Zerah het geslacht der Zerahieten; van Saul het geslacht der Saulieten.

    14Dat zijn de geslachten der Simeonieten: twee en twintig duizend en tweehonderd.

  • 42Ook gingen uit hen, te weten uit de kinderen van Simeon, vijfhonderd mannen, tot het gebergte van Seir; en Pelatja, en Nearja, en Refaja, en Izziel, de zonen van Isei, waren hun tot hoofden.

  • 49Van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Sillem het geslacht der Sillemieten.

  • 15Dit nu zijn de namen der zonen van Levi, naar hun geboorten: Gerson, en Kehath, en Merari. En de jaren des levens van Levi waren honderd zeven en dertig jaren.

  • 10En de zonen van Simeon: Jemuel, en Jamin, en Ohad, en Jachin, en Zoar, en Saul, de zoon ener Kanaanietische vrouw.

  • 9Van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

  • 13Van de stam van Aser, Sethur, de zoon van Michael.

  • Num 34:24-25
    2 verzen
    69%

    24En van den stam der kinderen van Efraim, de overste Kemuel, zoon van Siftan;

    25En van den stam der kinderen van Zebulon, de overste Elizafan, zoon van Parnach;

  • 31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

  • 1Daarna ging het tweede lot uit voor Simeon, voor den stam der kinderen van Simeon, naar hun huisgezinnen; en hun erfdeel was in het midden van het erfdeel der kinderen van Juda.

  • 14De naam nu des verslagenen Israelietischen mans, die verslagen was met de Midianietin, was Zimri, de zoon van Salu, een overste van een vaderlijk huis der Simeonieten.

  • 9De kinderen van Simei waren Selomith, en Haziel, en Haran, drie; dezen waren de hoofden der vaderen van Ladan.