1 Kronieken 23:9

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Simei waren Selomith, en Haziel, en Haran, drie; dezen waren de hoofden der vaderen van Ladan.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 83%

    7Uit de Gersonieten waren Ladan en Simei.

    8De kinderen van Ladan waren dezen: Jehiel, het hoofd, en Zetham, en Joel; drie.

  • 81%

    10De kinderen van Simei nu waren Jahath, Zina, en Jeus, en Beria; dezen waren de kinderen van Simei; vier.

    11En Jahath was het hoofd, en Zizza de tweede; maar Jeus en Beria hadden niet vele kinderen; daarom waren zij in het vaderlijke huis maar van een telling.

  • 78%

    18Van de kinderen van Jizhar was Selomith het hoofd.

    19Aangaande de kinderen van Hebron: Jeria was het hoofd, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, en Jekameam de vierde.

  • 21Van de kinderen van Ladan, kinderen van den Gersonieten Ladan; van Ladan, den Gersoniet, waren hoofden der vaderen Jehieli.

  • 75%

    31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

    32Benjamin, Malluch, Semarja.

    33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

  • 14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;

  • 21En Adaja, en Beraja, en Simrath waren kinderen van Simei.

  • 18En dit zijn de namen der zonen van Gerson, naar hun geslachten: Libni en Simei.

  • 33Samma, de Harariet; Ahiam, de zoon van Sarar, de Harariet;

  • 26Zijn zoon was Ladan; zijn zoon Ammihud; zijn zoon Elisama;

  • 23De kinderen van Musi waren Maheli, en Eder, en Jeremoth; drie.

  • 72%

    18Dezes zonen waren Malchiram, en Pedaja, en Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.

    19De kinderen van Pedaja nu waren Zerubbabel en Simei; en de kinderen van Zerubbabel waren Mesullam en Hananja; en Selomith was hunlieder zuster;

  • 17Het tiende voor Simei; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 29De kinderen van Merari waren Maheli; zijn zoon Libni; zijn zoon Simei; zijn zoon Uzza;

  • 21Van Gerson was het geslacht der Libnieten, en het geslacht der Simeieten; dit zijn de geslachten der Gersonieten.

  • 22Van de Jizharieten was Selomoth; van de kinderen van Selomoth was Jahath.

  • 24De overste nu van het vaderlijke huis der Gersonieten zal zijn Eljasaf, de zoon van Lael.

  • 72%

    21De kinderen van Hananja nu waren Pelatja en Jesaja. De kinderen van Refaja, de kinderen van Arnan, de kinderen van Obadja, de kinderen van Sechanja.

    22De kinderen nu van Sechanja waren Semaja; en de kinderen van Semaja waren Hattus, en Jigeal, en Bariah, en Nearja, en Safat; zes.

    23En de kinderen van Nearja waren Eljoenai, en Hizkia, en Azrikam; drie.

  • 8Uit de kinderen van Elizafan was overste Semaja, en van zijn broederen waren tweehonderd.

  • 14En van de kinderen van Heman, Jehiel en Simei; en van de kinderen van Jeduthun, Semaja en Uzziel.

  • 24De kinderen van Simeon waren Nemuel en Jamin, Jarib, Zerah, Saul.

  • 6Van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

  • 27Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;

  • 18Simei, de zoon van Ela, in Benjamin.

  • 17En dit zijn de namen der zonen van Gerson: Libni en Simei.

  • 6Daartoe Jibchar, en Elisama, en Elifelet,

  • 71%

    41Azareel, Selemja, Semarja,

    42Sallum, Amarja, Jozef.

  • 10En Jeuz, en Sochja, en Mirma; dezen zijn zijne zonen, hoofden der vaderen.

  • 16Van de kinderen van Gersom was Sebuel het hoofd.

  • 19De kinderen van Semida nu waren Ahjan, en Sechem, en Likhi, en Aniam.

  • 17En de zonen van Kehath: Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel, en de jaren des levens van Kehath waren honderd drie en dertig jaren.

  • 8En Elisama, en Eljada, en Elifelet, negen.

  • 25Samma, de Harodiet; Elika, de Harodiet;

  • 25Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon.

  • 3Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.

  • 23En van de Levieten: Jozabad, en Simei, en Kelaja (deze is Kelita), Pethahja, Juda en Eliezer.

  • 7De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.

  • 26De kinderen van Misma waren dezen: Hammuel zijn zoon, Zaccur zijn zoon, Simei zijn zoon.

  • 24Sem, Arfachsad, Selah,