1 Kronieken 3:8

Statenvertaling (States Bible)

En Elisama, en Eljada, en Elifelet, negen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Kron 14:7 : 7 En Elisama, en Beeljada, en Elifelet.
  • 2 Sam 5:14-16 : 14 En dit zijn de namen dergenen, die hem te Jeruzalem geboren zijn: Schammua, en Schobab, en Nathan, en Salomo. 15 En Ibchar, en Elischua en Nefeg, en Jafia, 16 En Elischama, en Eljade, en Elifeleth.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 84%

    4Dit nu zijn de namen der kinderen, die hij te Jeruzalem had: Sammua, en Sobab, Nathan en Salomo,

    5En Jibchar, en Elisua, en Elpelet,

    6En Nogah, en Nefeg, en Jafia,

    7En Elisama, en Beeljada, en Elifelet.

  • 1 Kron 3:5-7
    3 verzen
    83%

    5Dezen nu zijn hem te Jeruzalem geboren: Simea, en Sobab, en Nathan, en Salomo; deze vier zijn van Bath-Sua, de dochter van Ammiel;

    6Daartoe Jibchar, en Elisama, en Elifelet,

    7En Nogah, en Nefeg, en Jafia,

  • 83%

    14En dit zijn de namen dergenen, die hem te Jeruzalem geboren zijn: Schammua, en Schobab, en Nathan, en Salomo.

    15En Ibchar, en Elischua en Nefeg, en Jafia,

    16En Elischama, en Eljade, en Elifeleth.

  • 9Deze allen zijn zonen van David, behalve de kinderen der bijwijven, en Thamar hun zuster.

  • 78%

    18En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.

    19En Jakim, en Zichri, en Zabdi,

    20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

    21En Adaja, en Beraja, en Simrath waren kinderen van Simei.

    22En Jispan, en Eber, en Eliel,

  • 9Ezer was het hoofd; Obadja de tweede; Eliab de derde;

  • 13En van de laatste kinderen van Adonikam, welker namen deze waren: Elifelet, Jehiel, en Semaja; en met hen zestig manspersonen.

  • 1 Kron 9:8-9
    2 verzen
    75%

    8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

    9En hun broederen naar hun geslachten, negenhonderd zes en vijftig; al deze mannen waren hoofden der vaderen in de huizen hunner vaderen.

  • 74%

    38Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen; Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan. Al dezen waren zonen van Azel.

    39En de zonen van Esek, zijn broeder, waren Ulam, zijn eerstgeborene, Jeus, de tweede, en Elifelet, de derde.

  • 1 Kron 3:2-3
    2 verzen
    74%

    2De derde Absalom, de zoon van Maacha, de dochter van Thalmai, de koning te Gesur; de vierde Adonia, de zoon van Haggith;

    3De vijfde Sefatja, van Abital; de zesde Jithream, van zijn huisvrouw Egla.

  • 73%

    23En de kinderen van Nearja waren Eljoenai, en Hizkia, en Azrikam; drie.

    24En de kinderen van Eljoenai waren Hodajeva, en Eljasib, en Pelaja, en Akkub, en Johanan, en Delaja, en Anani; zeven.

  • 4En de vierde, Adonia, de zoon van Haggith; en de vijfde Sefatja, de zoon van Abital;

  • 72%

    13En Isai gewon Eliab, zijn eerstgeborene, en Abinadab, den tweede, en Simea, den derde,

    14Nethaneel, den vierde, Raddai, den vijfde,

  • 16Adonia, Bigvai, Adin,

  • 72%

    8Uit de kinderen van Elizafan was overste Semaja, en van zijn broederen waren tweehonderd.

    9Uit de kinderen van Hebron was Eliel overste, en zijn broederen waren tachtig.

  • 34Elifelet, de zoon van Ahasbai, de zoon van een Maachathiet; Eliam, de zoon van Achitofel, de Giloniet;

  • 72%

    11Attai de zesde; Eliel de zevende;

    12Johanan de achtste; Elzabad de negende;

  • 39En Ner gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, en Abinadab, en Esbaal.

  • 3Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.

  • 72%

    26En Samserai, en Seharja, en Athalja,

    27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.

  • 36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

  • 71%

    15Het achtste voor Jesaja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    16Het negende voor Mattanja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    17Het tiende voor Simei; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 6En van de kinderen van Adin, Ebed, de zoon van Jonathan; en met hem vijftig manspersonen.

  • 27Het twintigste voor Eliatha; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.

  • 7De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.

  • 37En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.

  • 4En Abisua, en Naaman, en Ahoah,

  • 19En Hasabja, en met hem Jesaja, van de kinderen van Merari, met zijn broederen, en hun zonen, twintig;

  • 9De kinderen van Simei waren Selomith, en Haziel, en Haran, drie; dezen waren de hoofden der vaderen van Ladan.