Nehemia 10:16
Adonia, Bigvai, Adin,
Adonia, Bigvai, Adin,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
11Micha, Rehob, Hasabja,
12Zakkur, Serebja, Sebanja,
13Hodia, Bani, Beninu;
14De hoofden des volks: Parhos, Pahath-Moab, Elam, Zatthu, Bani,
15Bunni, Azgad, Bebai,
35Benaja, Bedeja, Cheluhu,
36Vanja, Meremoth, Eljasib,
37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,
38En Bani, en Binnui, Simei,
39En Selemja, en Nathan, en Adaja,
40Machnadbai, Sasai, Sarai,
17Ater, Hizkia, Azzur,
18Hodia, Hasum, Bezai,
19Harif, Anathoth, Nebai,
20Magpias, Mesullam, Hezir,
21Mesezabeel, Zadok, Jaddua,
22Pelatja, Hanan, Anaja,
36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,
5Harim, Meremoth, Obadja,
6Daniel, Ginnethon, Baruch,
7Mesullam, Abia, Mijamin,
4Iddo, Ginnethoi, Abia,
5Mijamin, Maadja, Bilga,
24Hallohes, Pilha, Sobek,
25Rehum, Hasabna, Maaseja,
26En Ahia, Hanan, Anan,
20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,
15En Zebadja, en Arad, en Eder,
25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.
26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.
27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.
28En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.
29En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.
30En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.
15De kinderen van Adin, vierhonderd vier en vijftig.
16Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;
16En Elischama, en Eljade, en Elifeleth.
22En Kina, en Dimona, en Adada,
11Attai de zesde; Eliel de zevende;
33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.
8En Poratha, en Adalia, en Aridatha,
14En van de kinderen van Bigvai, Uthai en Zabbud; en met hen zeventig manspersonen.
24En Hananja, en Elam, en Antothija,
2Seraja, Azarja, Jeremia,
8En Elisama, en Eljada, en Elifelet, negen.
6En van de kinderen van Adin, Ebed, de zoon van Jonathan; en met hem vijftig manspersonen.
41Den zoon van Ethni, den zoon van Zerah, den zoon van Adaja,
18Dezes zonen waren Malchiram, en Pedaja, en Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.
8Maar Zadok, de priester, en Benaja, de zoon van Jojada, en Nathan, de profeet, en Simei, en Rei, en de helden, die David had, waren met Adonia niet.
20De kinderen van Adin, zeshonderd vijf en vijftig;