Nehemia 10:16

Statenvertaling (States Bible)

Adonia, Bigvai, Adin,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezra 2:14-16 : 14 De kinderen van Bigvai, twee duizend zes en vijftig. 15 De kinderen van Adin, vierhonderd vier en vijftig. 16 De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig.
  • Ezra 8:14 : 14 En van de kinderen van Bigvai, Uthai en Zabbud; en met hen zeventig manspersonen.
  • Neh 7:19-21 : 19 De kinderen van Bigvai, twee duizend, zeven en zestig; 20 De kinderen van Adin, zeshonderd vijf en vijftig; 21 De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Neh 10:11-15
    5 verzen
    80%

    11Micha, Rehob, Hasabja,

    12Zakkur, Serebja, Sebanja,

    13Hodia, Bani, Beninu;

    14De hoofden des volks: Parhos, Pahath-Moab, Elam, Zatthu, Bani,

    15Bunni, Azgad, Bebai,

  • 80%

    35Benaja, Bedeja, Cheluhu,

    36Vanja, Meremoth, Eljasib,

    37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,

    38En Bani, en Binnui, Simei,

    39En Selemja, en Nathan, en Adaja,

    40Machnadbai, Sasai, Sarai,

  • Neh 10:17-22
    6 verzen
    79%

    17Ater, Hizkia, Azzur,

    18Hodia, Hasum, Bezai,

    19Harif, Anathoth, Nebai,

    20Magpias, Mesullam, Hezir,

    21Mesezabeel, Zadok, Jaddua,

    22Pelatja, Hanan, Anaja,

  • 36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

  • Neh 10:5-7
    3 verzen
    76%

    5Harim, Meremoth, Obadja,

    6Daniel, Ginnethon, Baruch,

    7Mesullam, Abia, Mijamin,

  • Neh 12:4-5
    2 verzen
    75%

    4Iddo, Ginnethoi, Abia,

    5Mijamin, Maadja, Bilga,

  • Neh 10:24-26
    3 verzen
    75%

    24Hallohes, Pilha, Sobek,

    25Rehum, Hasabna, Maaseja,

    26En Ahia, Hanan, Anan,

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 15En Zebadja, en Arad, en Eder,

  • 74%

    25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

    28En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.

    29En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.

    30En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.

  • 15De kinderen van Adin, vierhonderd vier en vijftig.

  • 16Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;

  • 16En Elischama, en Eljade, en Elifeleth.

  • 22En Kina, en Dimona, en Adada,

  • 11Attai de zesde; Eliel de zevende;

  • 33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

  • 8En Poratha, en Adalia, en Aridatha,

  • 14En van de kinderen van Bigvai, Uthai en Zabbud; en met hen zeventig manspersonen.

  • 24En Hananja, en Elam, en Antothija,

  • 2Seraja, Azarja, Jeremia,

  • 8En Elisama, en Eljada, en Elifelet, negen.

  • 6En van de kinderen van Adin, Ebed, de zoon van Jonathan; en met hem vijftig manspersonen.

  • 41Den zoon van Ethni, den zoon van Zerah, den zoon van Adaja,

  • 18Dezes zonen waren Malchiram, en Pedaja, en Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.

  • 8Maar Zadok, de priester, en Benaja, de zoon van Jojada, en Nathan, de profeet, en Simei, en Rei, en de helden, die David had, waren met Adonia niet.

  • 20De kinderen van Adin, zeshonderd vijf en vijftig;