Ezra 10:33

Statenvertaling (States Bible)

Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezra 2:19 : 19 De kinderen van Hasum, tweehonderd drie en twintig.
  • Neh 7:22 : 22 De kinderen van Hassum, driehonderd acht en twintig;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 82%

    29En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.

    30En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.

    31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

    32Benjamin, Malluch, Semarja.

  • 81%

    25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • 81%

    36Vanja, Meremoth, Eljasib,

    37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,

    38En Bani, en Binnui, Simei,

    39En Selemja, en Nathan, en Adaja,

    40Machnadbai, Sasai, Sarai,

    41Azareel, Selemja, Semarja,

    42Sallum, Amarja, Jozef.

    43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.

  • Neh 10:11-13
    3 verzen
    78%

    11Micha, Rehob, Hasabja,

    12Zakkur, Serebja, Sebanja,

    13Hodia, Bani, Beninu;

  • 78%

    9De kinderen van Simei waren Selomith, en Haziel, en Haran, drie; dezen waren de hoofden der vaderen van Ladan.

    10De kinderen van Simei nu waren Jahath, Zina, en Jeus, en Beria; dezen waren de kinderen van Simei; vier.

  • 7Mesullam, Abia, Mijamin,

  • 13En van de kinderen van Elizafan, Simri en Jeiel; en van de kinderen van Asaf, Zecharja en Mattanja;

  • 18Dezes zonen waren Malchiram, en Pedaja, en Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.

  • 25Rehum, Hasabna, Maaseja,

  • 21En Adaja, en Beraja, en Simrath waren kinderen van Simei.

  • 34Van de kinderen van Bani: Maadai, Amram, en Uel,

  • 76%

    14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;

    15En Bakbakkar, Heres, en Galal, en Mattanja, de zoon van Micha, den zoon van Zichri, den zoon van Asaf;

  • 18Hodia, Hasum, Bezai,

  • 76%

    21En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,

    22En van de kinderen van Pashur: Eljoenai, Maaseja, Ismael, Nethaneel, Jozabad en Elasa.

  • 76%

    36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

    37En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;

  • 20En Hasuba, en Ohel, en Berechja, en Hasadja, Jusabhesed; vijf.

  • 25En Jifdeja, en Pnuel waren zonen van Sasak.

  • 4Aangaande Heman: de kinderen van Heman waren Bukkia, Mattanja, Uzziel, Sebuel, en Jerimoth, Hananja, Hanani, Eliatha, Giddalti, en Romamthi-Ezer, Josbekasa, Mallothi, Hothir, Mahazioth.

  • 23Hosea, Hananja, Hassub,

  • 22De kinderen nu van Sechanja waren Semaja; en de kinderen van Semaja waren Hattus, en Jigeal, en Bariah, en Nearja, en Safat; zes.

  • 20Magpias, Mesullam, Hezir,

  • 5Harim, Meremoth, Obadja,

  • 15En van de Levieten: Semaja, de zoon van Hassub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, den zoon van Buni.

  • 46Den zoon van Amzi, den zoon van Bani, den zoon van Semer,

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 17Het tiende voor Simei; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 10Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;

  • 42Den zoon van Ethan, den zoon van Zimma, den zoon van Simei,

  • 26De kinderen van Misma waren dezen: Hammuel zijn zoon, Zaccur zijn zoon, Simei zijn zoon.

  • 17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 16Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;

  • 12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.