Ezra 10:34

Statenvertaling (States Bible)

Van de kinderen van Bani: Maadai, Amram, en Uel,

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 79%

    25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

    28En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.

    29En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.

    30En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.

    31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

    32Benjamin, Malluch, Semarja.

    33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

  • 75%

    35Benaja, Bedeja, Cheluhu,

    36Vanja, Meremoth, Eljasib,

    37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,

    38En Bani, en Binnui, Simei,

    39En Selemja, en Nathan, en Adaja,

    40Machnadbai, Sasai, Sarai,

  • 73%

    42Sallum, Amarja, Jozef.

    43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.

  • Neh 10:12-16
    5 verzen
    73%

    12Zakkur, Serebja, Sebanja,

    13Hodia, Bani, Beninu;

    14De hoofden des volks: Parhos, Pahath-Moab, Elam, Zatthu, Bani,

    15Bunni, Azgad, Bebai,

    16Adonia, Bigvai, Adin,

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 72%

    21En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,

    22En van de kinderen van Pashur: Eljoenai, Maaseja, Ismael, Nethaneel, Jozabad en Elasa.

    23En van de Levieten: Jozabad, en Simei, en Kelaja (deze is Kelita), Pethahja, Juda en Eliezer.

  • Neh 10:26-27
    2 verzen
    72%

    26En Ahia, Hanan, Anan,

    27Malluch, Harim, Baana.

  • 36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

  • 46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

  • 4Uthai, de zoon van Ammihud, den zoon van Omri, den zoon van Imri, den zoon van Bani, van de kinderen van Perez, den zoon van Juda.

  • 10Uit de kinderen van Uzziel was Amminadab overste, en zijn broederen waren honderd en twaalf.

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

  • 46Den zoon van Amzi, den zoon van Bani, den zoon van Semer,

  • Neh 12:19-20
    2 verzen
    70%

    19En van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;

    20Van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;

  • 23Voor de Amramieten, van de Jizharieten, van de Hebronieten, van de Uzzielieten,

  • 14En van de kinderen van Bigvai, Uthai en Zabbud; en met hen zeventig manspersonen.

  • 22En Jispan, en Eber, en Eliel,

  • 40En de zonen van Bela waren Ard en Naaman; van Ard het geslacht der Ardieten; van Naaman het geslacht der Naamieten.

  • 5Harim, Meremoth, Obadja,

  • 15En van de Levieten: Semaja, de zoon van Hassub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, den zoon van Buni.

  • 17De kinderen van Ulam nu waren Bedan; dezen zijn de kinderen van Gilead, den zoon van Machir, den zoon van Manasse.

  • 44Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen: Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan; dezen zijn Azels zonen.

  • 34De kinderen des anderen Elams, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

  • 34Den zoon van Elkana, den zoon van Jeroham, den zoon van Eliel, den zoon van Toah,

  • 19En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.

  • 7Mesullam, Abia, Mijamin,

  • 21Mesezabeel, Zadok, Jaddua,