Nehemia 7:34

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen des anderen Elams, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Neh 7:12 : 12 De kinderen van Elam, duizend, tweehonderd vier en vijftig;
  • Ezra 2:31 : 31 De kinderen van den anderen Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ezra 2:29-34
    6 verzen
    91%

    29De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

    30De kinderen van Magbis, honderd zes en vijftig.

    31De kinderen van den anderen Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    32De kinderen van Harim, driehonderd en twintig.

    33De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig.

    34De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig.

  • Neh 7:12-14
    3 verzen
    89%

    12De kinderen van Elam, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

    13De kinderen van Zatthu, achthonderd vijf en veertig;

    14De kinderen van Zakkai, zevenhonderd en zestig;

  • Ezra 2:7-8
    2 verzen
    89%

    7De kinderen van Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

  • Neh 7:35-38
    4 verzen
    80%

    35De kinderen van Harim, driehonderd en twintig;

    36De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig;

    37De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd een en twintig;

    38De kinderen van Senaa, drie duizend, negenhonderd en dertig;

  • 33De mannen van het andere Nebo, twee en vijftig;

  • Neh 7:7-9
    3 verzen
    77%

    7Dewelke kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Azaria, Raamja, Nahamani, Mordechai, Bilsan, Mispereth, Bigvai, Nehim en Baena. Dit is het getal der mannen van het volk van Israel.

    8De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;

    9De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig;

  • Neh 7:17-20
    4 verzen
    76%

    17De kinderen van Azgad, twee duizend, driehonderd twee en twintig;

    18De kinderen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;

    19De kinderen van Bigvai, twee duizend, zeven en zestig;

    20De kinderen van Adin, zeshonderd vijf en vijftig;

  • Neh 7:40-43
    4 verzen
    76%

    40De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig;

    41De kinderen van Pashur, duizend, tweehonderd zeven en veertig;

    42De kinderen van Harim, duizend en zeventien;

    43De Levieten: de kinderen van Jesua, van Kadmiel, van de kinderen van Hodeva, vier en zeventig;

  • Ezra 2:37-40
    4 verzen
    76%

    37De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.

    38De kinderen van Pashur, duizend tweehonderd zeven en veertig.

    39De kinderen van Harim, duizend en zeventien.

    40De Levieten. De kinderen van Jesua en Kadmiel, van de kinderen van Hodavja, vier en zeventig.

  • Ezra 2:3-5
    3 verzen
    76%

    3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

    5De kinderen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig.

  • 62De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en veertig.

  • Neh 7:22-24
    3 verzen
    74%

    22De kinderen van Hassum, driehonderd acht en twintig;

    23De kinderen van Bezai, driehonderd vier en twintig;

    24De kinderen van Harif, honderd en twaalf;

  • Ezra 2:14-15
    2 verzen
    74%

    14De kinderen van Bigvai, twee duizend zes en vijftig.

    15De kinderen van Adin, vierhonderd vier en vijftig.

  • 25De kinderen van Kirjath-Arim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig.

  • 12De kinderen van Azgad, duizend tweehonderd twee en twintig.

  • 60Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

  • 60De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en vijftig.

  • 3Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.

  • 26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

  • 24En de kinderen van Eljoenai waren Hodajeva, en Eljasib, en Pelaja, en Akkub, en Johanan, en Delaja, en Anani; zeven.

  • 54De kinderen van Bazlith, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

  • 7En van de kinderen van Elam, Jesaja, de zoon van Athalja; en met hem zeventig manspersonen.